Je kinderen die hun eten niet eten. Je kinderen die water verspillen. Je kinderen die ondankbaar en hebberig zijn. “EN WAT MET DE KINDJES IN AFRIKA DAN”, horen we jou repliceren. Want jawel, geef maar toe. Een cliché als een huis, maar ook jij hebt zeker al de “kindjes in Afrika”-kaart getrokken. Zoals slashparent Tom. En toen gebeurde dit. 

TOM
‘Zoals in Afrika, want in Afrika hebben de kindjes toch geen mama en papa?’ Onverstoorbaar gaat mijn dochter van vier door met soep eten. ‘Toch?’
Ik kijk naar mijn vrouw. Ze verslikt zich in haar tomatensoep.
‘Dat vertel jij toch altijd over Afrika, papa.’ Mijn jongste legt haar lepel neer en kijkt me indringend aan.

‘Tja. Hoe zal ik het zeggen?’ Ik kuch wat ongemakkelijk, want deze vergelijking zag ik totaal niet komen. Ergens in het traject van de opvoeding moet iets zijn misgelopen. En hoe trek je zo’n scheve vergelijking van een onschuldige vierjarige in godsnaam weer recht? ‘Ik denk dat je maar beter ophoudt met je Afrikabeschouwingen,’ zegt mijn vrouw. ‘Misschien wordt het tijd om het Afrika-gebeuren realistisch te kaderen.’ Ze knipoogt naar me en ik interpreteer haar knipoog vooral als een vurig pleidooi voor onmiddellijke actie.

‘In Afrika zijn er kindjes die geen eten hebben, dus houd op met zeuren en eet je bord leeg.

In mijn hoofd analyseer ik pijlsnel de situatie. We hebben het hier aan tafel net over een kind bij ons op school gehad. Over dat niet elke mama en papa even goed voor hun kind kan zorgen. Over waarom dat ene kind naar een internaat moet, en wat een internaat juist is. En dan volgde die kurkdroge reactie van mijn dochter. De balans is overduidelijk doorgeslagen. De boeg helt te veel over naar het waterniveau.

de “kindjes in Afrika”-kaart

Als ouder moet ik in de eerste plaats schuldig pleiten. Ja, als er aan tafel nog maar eens gezeurd wordt over de voorgeschotelde kost, dan haal ik Afrika erbij: ‘In Afrika zijn er kindjes die geen eten hebben, dus houd op met zeuren en eet je bord leeg.’ Ja, als er bij het aankleden ’s morgens geklaagd wordt over de rok of de trui die aan moet, dan schud ik al eens iets over Afrika uit mijn mouw: ‘In Afrika zijn er kindjes die geen kleren hebben, dus stop met zagen en trek die rok of trui aan.’ En ja, als er op een zaterdagochtend gemopperd wordt over de namiddagactiviteit, dan durf ik het zuidelijke continent erbij halen: ‘In Afrika hebben de kindjes geen tijd en geld om nieuwe schoenen te kopen.’ Ik geloof dat ik zelfs mijn leerlingen een keer heb lastiggevallen met een Afrikasmoes: ‘In Afrika hebben de kindjes geen fluohesjes om aan te trekken. Wees nu blij met je hesje en trek het aan.’

Dus leg ik onze dochter aan tafel uit dat, toen mama en ik in Afrika waren, niet alle kinderen even rijk of arm waren. Dat er wel winkels waren, maar dat niet iedereen genoeg geld had om er eten en spullen te kopen. En dat er ook mama’s en papa’s zijn, net zoals hier, die wel goed voor hun kinderen kunnen zorgen. ‘De mensen in Afrika zijn niet zo heel anders dan wij,’ probeer ik nog. ‘En uiteindelijk willen alle mama’s en papa’s hetzelfde voor hun kinderen. Snap je?’

‘Ja, papa,’ antwoordt ze begripvol en ze roert in haar kom. Ik glimlach tevreden naar mijn vrouw. Van een rechtzetting gesproken.

‘Maar papa?’ Onze dochter houdt haar lepel stil. ‘Wat zeggen de mama’s en papa’s in Afrika dan als de kindjes de soep niet lusten?’


Tom MarienTom Marien is zichzelf terwijl zeker tien Tom Mariens de planeet bevolken (bron Facebook). Samen met vrouw Magali slashparent van zoon Basil (6) en dochter Nanou (4).
Tom geeft les en is overdreven geïnteresseerd in de oneindige mogelijkheden van het alfabet. In het najaar verschijnt zijn eerste prentenboek Volle Muil bij Loopvis.

Geef een reactie