Wat als je een persoon betrapt op het schaamteloos rondgooien van vuiligheid? Wat als je dat écht niet ok vindt? Ga je met je vinger zwaaien, geef je een tik op de schouder, of draai je je om en ren je snel weg? Annelore weet het ondertussen. 

Een bananenschil, een sigarettenpak, een kwart pitta. Ze hebben weinig gemeen, behalve dan dat ze eenmaal hun nut voorbij, vuiligheid zijn geworden. Er zijn mensen die dat zonder gewetensproblemen achterlaten op gedeelde grond. Hondenstront. Een schoen soms. (Over hoe mysterieus dat is, schrijf ik nog eens een andere keer.) Parkeerticketjes. Zoals die vrouw die al een tijdje voor mij reed. Raam open, een drietal parkeerticketjes die ze de wind in gooit, raam toe.

Ik word kwaad van kwaaie honden, van voorstekers, van onterechte beschuldigingen. Maar ook van die vrouw die toen voor mij reed. Eigenlijk wilde ik claxonneren: “Pas op. Ik heb het gezien. Pas op, ik rijd u klem. Ik trek uw deur open. Ik maak misbruik van uw verbazing. Ik verplicht u om uw mond open te doen. Ik haal de drie parkeerticketjes uit de natgeregende goot. Pas op. Ik prop de ticketjes en de peuken die er aan zijn blijven kleven in uw mond.” Maar toen dacht ik aan mijn kinderen op de achterbank. En dat ik dan ging moeten uitleggen waarom ik claxonneerde. En ik had geen zin om te praten. Laat staan over egoïsme, burgerzin en ecologische verantwoordelijkheden. De jongste is tenslotte ook maar twee. Dus claxonneerde ik niet. Jammer. Ik ben zeker dat die claxon mij had kunnen opluchten. Nu bleef ik de hele rit lang met een volhardende verontwaardiging zitten.

“Pas op. Ik heb het gezien. Pas op, ik rijd u klem. Ik trek uw deur open. Ik maak misbruik van uw verbazing. “

Bleek ze dezelfde route als ik af te leggen. De kinderstoel op haar achterbank. Ze bracht haar kind naar school. Net als ik. Een kind dat binnen twintig jaar zijn raam zou open draaien, zijn over tijd gegane parkeertickets zonder wrangte de wind in zou gooien, raam toe. Misschien zelfs zijn ene schoen, mocht hij die niet meer nodig hebben.Tenzij ik de cirkel zou doorbreken…

Ze parkeert zich, ik zet mijn auto achter de hare. We stappen uit.

De pistes:

  • Ik stap op haar af. Zeg dat ik haar betrapt heb. Ik heb haar wel gezien. Wansmakelijk gedrag. Incompetente burger. Mocht iedereen zo beginnen. Papier, dat breekt maar heel traag af. Bedreig haar met natte vuile peukenpapiertjes. .. Kan ik niet maken. Onze kinderen gaan naar dezelfde school. Ik wil geen kleutertijd lang oogcontact moeten vermijden.
  • Ik doe niets. Alstublieft. Erken de eigen bemoeizucht. Bespaar op spijt achteraf. .. Maar het kind dan? En de toekomst van onze planeet?
    Boekentassen op de rug. Choco van kaak wrijven. Ik overweeg de mogelijkheden. Breng de kinderen het gangetje door, naar de poort. Zij voor mij, met haar zoon. Ze ziet er nochtans vriendelijk en normaal uit. Knikje, goeiendag. Ik zwijg. Hopelijk heeft ze aan de knik goeiendag al kunnen merken dat er iets zwaars op mijn lever weegt.

Maar ik zwijg. Ik heb dat moeten leren.

Kinderen binnen. Ik terug in de auto. Die van haar staat er nog. Ze is waarschijnlijk lid van de moederkudde die elke ochtend aan de poort blijft staan om haar jong in de gaten te houden tot de bittere bel. Ik denk niet dat kinderen willen dat wij daar blijven staan. Maar dat is nog een ander verhaal. (Eén Achtergelaten Schoen. De Schare van de Weifelende Moeders. Twee onderwerpen al.)

Waarom zou ik zwijgen, verdomme. Iemand moet haar toch wijzen op de voordelen van een propere aardbol. Het blijft stil rond haar auto. Ik kijk op de klok en zie dat de bel pas rinkelt binnen een minuut.

Een briefje! Ik schrijf gewoon een briefje. Anoniem en beleefd. Gêne noch spijt.

briefje
Dit is illustratief. Ik was te zenuwachtig om ook nog eens een foto te maken in ’t echt. Te weinig tijd ook.

Ik weet niet waarom ik precies die woorden gebruikt heb. Al rijdend?! Maar zo stond het er. Ik stap uit. Nog eens kijken. Gangetje leeg. Probeer het briefje aan de klink vast te maken – zo kan ik achter de deur verstopt blijven. Lukt niet. Spiegel, randje ertussen. Lukt wel. De mensen die op de bus staan te wachten, kijken vragend. Wegstappen alsof ik die vrouw ken. Alsof er stond “Hey Vicky baby, niet vergeten dat we gaan squashen vanavond. Kusjes!”.

Wegrijden. Bedenken dat ik er beter had bijgeschreven ‘Niet op de openbare weg gooien aub.’


annelore de donderAnnelore De Donder (33), SlashParent.
Heeft een liefde voor woorden en zinnen. Voor haar gezin.
Voor interieurs, hun kleuren en meubels.
Voor tv. Sinds 2007 Woestijnvisser achter de schermen. Sinds 2016 er op.