Vandaag is het dag op dag 5 jaar geleden dat slashparent Friedl het psychiatrisch ziekenhuis binnenstapte. Nog maar net twee weken bevallen van haar zoontje, en plots onverwacht alle controle kwijt. Diagnose: een dikke vette postnatale depressie. 

FRIEDL
Zwanger worden is voor vele mensen de normale gang van het leven. Mijn man en ik deden er iets langer over. We kregen uitgebreid de tijd om te dromen en fantaseren hoe het eruit zou zien. Het parcours was hobbelig, de teleurstellingen groot, de onzekerheid knagend, maar de hoop dreef ons van poging naar poging.

Toen het eindelijk zover was, was ik in de wolken. Of het een jongen of een meisje zou worden, was helemaal niet belangrijk. Zolang de baby maar gezond was. Ik koesterde de bewegingen in mijn buik. Het was een zoon. Tot zijn geboorte moest ik hem met niemand delen. Hij.was.alleen.van.mij.

Roze wolk watte?

De bevalling had ik me alvast veel romantischer voorgesteld. Daar ging het eigenlijk meteen mis. Ik voelde geen alles overstijgend geluk. Ik was moeder geworden. Maar ik voelde me eerder leeg, in plaats van het moedergevoel te voelen dat ik verwacht had.

Waar was ik mee bezig? Deed ik het wel goed? Was dit het kindje dat 9 maanden in mijn buik gezeten heeft? Hoe heette hij nu weer?

Op de materniteit ging het van kwaad naar erger. Eerst was er geen plaats op de afdeling en belandde ik noodgedwongen op de dagkliniek. Daardoor kreeg ik ook geen hulp toen ik Victor de eerste keer aanlegde voor de borstvoeding. Ik deed maar wat. De onzekerheid nam bezit over mij en ging niet meer weg…

Waar was ik mee bezig? Deed ik het wel goed? Was dit het kindje dat 9 maanden in mijn buik gezeten heeft? Hoe heette hij nu weer? Waarom ben ik niet blij? Ik zou moeten slapen, maar dat gaat niet. Wanneer komt mijn man? Ik voel mij zo alleen. Hopelijk komt er geen bezoek. Of toch?

Een paar uur na de bevalling begon ik te huilen. En dat is eigenlijk niet meer gestopt. Met regelmaat van de klok barstte ik in tranen uit. Wanneer er bezoek kwam, slaagde ik erin de schijn hoog te houden. Maar de uren ervoor en erna waren de hel. Ik was eigenlijk blij dat ik mijn zoon aan mijn bezoekers kon geven. Dan moest ik zelf niet met hem bezig zijn.

Controle kwijt

“Zo lief, zo schattig, geniet ervan!”, kreeg ik van iedereen te horen.
Genieten? Menen ze dat nu echt? Genieten? Waarvan precies? Het liefst van alles wou ik mijn zoon aan iemand meegeven met de boodschap: “Breng hem over 3 jaar terug. Als hij uit de luiers is, zelf kan eten en doorslaapt ’s nachts. Mijn leven werd opeens bepaald door iemand anders. Ik was de controle volledig kwijt.
Ik wil dit leven niet. Heb ik hier écht zélf voor gekozen?”

Wat was er toch aan de hand met mij? Waarom kon ik niet gelukkig zijn? Waarom was ik zo onzeker? Waarom voelde ik me zo eenzaam?

Het feit dat ik allesbehalve op een roze wolk vertoefde en mezelf betrapte op deze gedachten, zorgde ervoor dat ik verteerd werd door schaamte- en schuldgevoelens. Ik, die zo graag kinderen zag. Ik, die zo’n lange weg had afgelegd om een gezond zoontje op de wereld te zetten. Ik was niet gelukkig?

Wat was er toch aan de hand met mij? Waarom kon ik niet gelukkig zijn? Waarom was ik zo onzeker? Waarom voelde ik me zo eenzaam? Hoe hard mijn partner ook zijn best deed om me te helpen, het lukte me niet.

Ik had dit zwaar onderschat. Ook het geven van de borstvoeding vond ik een onmenselijk zware opdracht. Ik keek enorm op tegen de volgende voeding. Van zodra het moment naderde dat ik er weer aan moest beginnen, voelde ik de tranen weer langs mijn wangen lopen. Ik bleef wel halsstarrig volhouden, want ik prentte me in “dat dit het beste voor mijn zoon was.” Dat borstvoeding geven mede de oorzaak was van dat ik er totaal onderdoor ging, dat zag ik op dat moment (nog) niet.

“Opgeven is voor losers”

Ook het lichamelijk herstel na mijn bevalling had ik zwaar onderschat. De dag nadat ik thuis kwam uit de materniteit vond ik het op één of andere manier mijn plicht om meteen een warme maaltijd te koken voor 5 personen. Ik was toch terug thuis? Dit was toch wat er van mij verwacht werd?

Er was echter niemand die mij dat verplichtte. Dat deed ik helemaal zelf. Ik wou de draad van mijn leven terug oppikken waar ik hem 5 dagen ervoor had achter gelaten. Waarom was ik zo streng voor mezelf?

Het ging alleen van kwaad naar erger. Ik sliep niet. Nooit. Niet in de materniteit, maar ook niet thuis. Victor lag in een bedje naast mij. Bij elk klein zuchtje was ik zo bang. Stel dat er iets met dat schepseltje zou gebeuren? Bij elk geluidje scheen ik met het licht van mijn gsm over zijn hoofdje. Zo telde ik de uren af naar de volgende ochtend. Ik deed geen oog dicht.

Enkel het hoogstnodige deed ik nog op een soort van automatische piloot: voeden, pamper verversen en mijn tranen afdrogen aan zijn haartjes…

Ook eten deed ik nooit. Ik had geen honger. Anderhalve week na mijn bevalling woog ik minder dan voor mijn zwangerschap. Ik was nog een schim van mezelf. ’s Morgens installeerde ik mij in de zetel met de baby. En mijn man vond mij ’s avonds meestal op exact dezelfde plek terug met nog steeds de baby in mijn armen. Ik kwam nergens meer toe.

Enkel het hoogstnodige deed ik op een soort van automatische piloot: voeden, pamper verversen, mijn tranen afdrogen aan zijn haartjes, en hem op mijn borst laten slapen. Was dit mijn leven? Had ik hiervoor gekozen? Ik kon nergens meer naartoe. Ah neen, want stel je eens voor dat ik ergens in een winkel zou staan, en hij zou beginnen te huilen? Of hij heeft honger en ik moet hem ergens publiekelijk borstvoeding geven. Dat waren mijn grootste angsten, die ervoor zorgden dat ik niet buiten kwam.

Ik was boos op alle moeders. Waarom had niemand mij hiervoor gewaarschuwd? Was ik de enige waarbij dit niet lukte. Waarom leek het bij de rest wel van een leien dakje te lopen? Wat deed ik verkeerd?

Een opname als enige keuze

Twee weken na mijn bevalling begreep ik dat ik zo niet meer verder kon. Er moest iets gebeuren. Ik wist niet wat er moest veranderen, maar ik wist wel dat het op deze manier niet meer verder kon. Iemand moest me helpen. Mijn gynaecoloog stelde voor om me te laten opnemen bij Moeder Baby. Was ik er echt zo erg aan toe? Moest ik mij echt laten opnemen? Ik was amper 2 weken eerder moeder geworden…

Mijn partner heeft me uiteindelijk overtuigd om de stap te zetten. Wat hij toen zei, was voor mij doorslaggevend: “Ik zie je niet minder graag omdat het nu niet gaat met jou. Je hebt hulp nodig want ik herken je niet meer. Ik wil mijn vrouw terug. Als je laten opnemen de enige manier is om je te helpen, dan moet je dat maar doen.” Ik verging van de schuldgevoelens, maar besefte dat hij gelijk had. Hij gaf me het duwtje in de rug dat ik nodig had om stappen te nemen.

Wat is mijn redding geweest?

Een combinatie van een aantal factoren is mijn redding geweest. Eerst en vooral: slapen. Dat had ik al twee weken niet meer gedaan. Daarnaast ben ik snel gestopt met het geven van borstvoeding. Daardoor kon ik de nachtvoedingen ook aan iemand anders overlaten. En verder: de therapieën, de gesprekken met de andere mama’s die hetzelfde meemaakten, de medicatie, de rust, de ondersteuning van het verplegend personeel en kinderverzorgsters.

Beetje bij beetje voelde ik de rust terug keren. Stap voor stap begon ik mijn rol als moeder te aanvaarden. Ik begon iets te voelen waarvan ik vermoedde dat dat het moedergevoel is waarover iedereen het heeft. Dat was me de eerste weken compleet vreemd. En ondanks het gebrek daaraan, had ik ook last om Victor los te laten. Bevallen is het ultieme loslaten. Laat ‘loslaten’ nu net de rode draad zijn doorheen mijn leven. Ik begon me zekerder in mijn vel en nieuwe rol te voelen. Ik had ook de tijd gehad om mijn zoontje te leren kennen. Een kind wordt nu eenmaal geboren zonder handleiding.

De drie belangrijkste lessen: relativeren, loslaten en grenzen stellen

Nu kan ik alleen maar dankbaar terugkijken naar die periode. Ik voel ontzettend veel dankbaarheid voor iedereen die me geholpen heeft, me letterlijk en figuurlijk ondersteund heeft en een stukje van mijn weg is meegewandeld. Dankbaar ook omdat ik er zoveel uit geleerd heb. De drie belangrijkste lessen: relativeren, loslaten en grenzen stellen. Ik ben een andere vrouw geworden. Ik leef een ander leven. Dat leef je uiteraard altijd als je moeder wordt, maar ik heb het wat moeilijker gehad met die verandering en het aanvaarden ervan.

Het is van cruciaal belang om snel te reageren als je voelt dat het niet goed gaat. Hoe langer je wacht, hoe moeilijker het is. PPD (postpartum depressie) of postnatale depressie is een ziekte. Het overkomt je. Jij kan er zélf niets aan doen. Maar je kan, mag en moet wel hulp inroepen.

In deze twee centra kan je terecht:
http://www.centrummoederenbaby.be/
http://www.moederbaby.be/


postnatale depressie Friedl (38) is samen met Vince slashparent van Victor (4) en 2 pluszonen van 15 en 12 jaar / Wou in haar jonge leven actrice worden maar studeerde voor leerkracht secundair onderwijs / Werkt al meer dat 16 jaar trouw bij Medialaan/ Heeft een eerste jaar Gezinswetenschappen achter de rug. /Ervaringsdeskundige in PPD en deelt daarom op vrijwillige basis haar ervaringen met mama’s op de Moeder Baby eenheid van het PZ Sint-Camillus/ houdt van Italië en dus bij uitbreiding van wijn, eten en shoppen.