Staartdelingen, 8 maal 7 hoeveel is dat ook alweer en is het pannenkoek of pannekoek? Naast een taxirit van de muziekacademie naar de sporthal en een vlugge stop aan de supermarkt voor een voedzaam avondmaal is ook het coördineren van dat huiswerk één van de dingen des levens van een slashparent. En dat ding brengt in vele huishoudens een schep stress mee tussen de lekker gekruide groentjes in de oven. Maar zijn die stresskes nodig? Kunnen we niet gewoon het woord huiswerk uit de woordenboek schrappen?

In Finland doen ze niet aan punten, gaan de kinderen maar 20 uur per week naar school en krijgen ze geen huiswerk mee naar huis. En toch scoren ze heel goed op internationale tests. In Spanje zijn ouders een tweetal jaar geleden in opstand gekomen en werd er zelfs 'gestaakt' tegen de bergen huiswerk die Spaanse kinderen kregen. We kunnen dus zeggen dat huiswerk een ding is dat niet alleen in België leeft.  

Als we de cijfers mogen geloven, hebben onze kinderen nog niet zo te klagen. Een 15-jarige spendeert in ons land een gemiddelde van 5,5 uur per week aan huiswerk. Dat is 3 keer minder dan in Shanghai en 2 keer minder dan Rusland of Singapore. Al bij al mag je dus blij zijn dat je kind aan deze kant van het halfrond school loopt.

Maar waarom dient dat nu eigenlijk dat huiswerk? Is het echt nodig? Kan dat niet anders? Vragen die ook slashparent Ingrid zicht stelt. Onderwijsplatform Klasse liet Pedro De Bruyckere, lerarenopleider en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool Gent, zijn zeg hier over doen. 

Brengt dat huiswerk iets op?

“Of huiswerk effectief is, hangt af van veel factoren. De eerste is leeftijd: wetenschappelijk onderzoek toont aan dat huiswerk veel effectiever is in het secundair dan in het basisonderwijs. Afschaffen dan maar in het basisonderwijs? Dat is kort door de bocht. Hoe jonger de kinderen – in de eerste jaren van de lagere school – hoe minder lang ze hun aandacht bij huiswerk kunnen houden, dus te veel huiswerk werkt contraproductief. Ze stoppen veel tijd in huiswerk – dat dan weinig oplevert – en niet in spel of rust. Die ook belangrijk zijn om te leren.”

Tijd is een tweede beslissende factor. Per leerjaar mag je 10 minuten huiswerk méér uitdelen. In het eerste leerjaar tien minuten, in het tweede leerjaar twintig minuten … Maar er is een plafond: bij 14-jarigen heeft huiswerk dat langer duurt dan een uur weinig effect. Dat is een belangrijk element voor een huiswerkbeleid, zeker in het secundair onderwijs. Als drie leraren denken: dat duurt maar een half uurtje, zit je al over het maximum.”

“Het is bovendien veel beter verschillende kleine taken te geven dan één grote taak. Als je leerlingen een half uur moeten oefenen om iets onder de knie te krijgen, geef je beter elke dag huiswerk van vijf minuten dan één huistaak van een half uur op één avond. Herhalen is een krachtig mechanisme: het is belangrijker dat leren op verschillende momenten gebeurt dan dat het gebeurt.”

“Bovendien is niet elke soort huiswerk nuttig. Het meeste huiswerk laat kinderen leerstof inoefenen. De tafels automatiseren is een klassieker. Daarnaast kan je ook thuis laten voorbereiden wat er in de klas op het programma staat. Zoals een oefening waardoor de leerlingen die leerstof herhalen waarop je in de volgende les zal verder bouwen. Of in het secundair, leerlingen grote projecten zoals geïntegreerde proeven zelfstandig laten uitwerken. Van deze drie soorten is wetenschappelijk bewezen dat ze een positief effect kunnen hebben.”

“Maar het meeste effect heeft ‘extensie’: huiswerk dat een verlengde is van wat in de klas gebeurt. Bijvoorbeeld als leerlingen in de klas een berekening leren maken en dan een creatieve taak krijgen waarvoor ze die berekening nodig hebben. Je leerlingen hebben bijvoorbeeld oppervlakte leren berekenen in de klas. Als huiswerk moeten ze berekenen hoeveel verf ze nodig zouden hebben om hun eigen slaapkamer te schilderen. Deze oefening gaat verder dan wat ze in de klas geleerd hebben, het is uitbreiding. Dat is niet zuiver inoefenen, maar de leerstof toepassen in een nieuwe situatie waardoor hun kennis verbreedt.”

Ik word daar zo moe van...

Eerlijk is eerlijk. 20 jaar geleden waren er veel meer thuiswerkende ouders die aan het einde van de schooldag aan de startlijn klaar stonden met telramen en andere middeltjes om ter hulp te schieten. Vandaag zijn we, praise de vooruitgang, met veel meer tweeverdieners in huis en is de tijd na school veelal korter en anders verdeeld en ingepland. Met alle stresskes en 1001 zorgelijke vragen bij kinderen én ouders tot gevolg. Over dat huiswerk. Zou het dan geen strak plan zijn als ouders en leerkrachten wat meer in dialoog gaan over dit onderwerp? Hoera voor alle scholen die het doen, zo op het eerste oudercontact praten over het huiswerkbeleid van de school! Want het is niet altijd even duidelijk wie, wat, waar, hoe en hoeveel.

Pedro De Bruyckere: “De eerste taak van een ouder is ervoor zorgen dat zijn kind zijn huiswerk maakt. Ouders moeten hun kinderen inhoudelijk niet ondersteunen, maar ze kunnen huiswerk belangrijk vinden en er positief over zijn, in de buurt zijn van hun kind als het huiswerk maakt, zorgen voor een rustige plek, aanmoedigen om door te zetten …”

“Als ouders duidelijk weten dat ze hun kind niet moeten helpen met huiswerk maken, kan dat hen geruststellen. Leg uit dat ze het huiswerk niet mogen maken in de plaats van hun kind of fouten corrigeren. Want dan zie jij als leraar niet hoever hun kind staat in zijn leerproces. Als je ouders genoeg uitleg geeft en hen vragen stelt, kan je hen in het bad trekken. Alle ouders meekrijgen, is een illusie. Soms laat hun agenda dat niet toe. Maar ouders meetrekken met korte prikkels ‘Je kind heeft dat goed gedaan’ of af en toe vragen ‘Als je merkt dat je kind erg lang met huiswerk bezig is, kom dat dan melden’ kan helpen. Zo betrek je de ouder als partner: we gaan er samen voor zorgen dat je kind er iets aan heeft.”

Voor mij eentje zonder. Kan dat?

Pedro De Bruyckere: “Het bestaat en het kan. Maar wil je het ook? Brits onderzoek kijkt niet alleen naar het effect van een onderwijsmaatregel, maar ook naar hoe ‘duur’ die is, hoeveel moeite die kost. Huiswerk is een relatief goedkope maatregel. Met een vrij sterke kans op een behoorlijk groot leereffect, zeker in het secundair onderwijs. Dat is laaghangend fruit, en dat moet je dus plukken. Je zal er niet de grootste prestatie mee bereiken – voor een maximale leerwinst moet je ook bijvoorbeeld ook sterk inzetten op feedback – maar het kost niet veel moeite. Dan kan een school zeggen ‘we schrappen huiswerk’, maar laat ze misschien kansen liggen.”

Scholen in Vlaanderen kunnen zelf kiezen of ze de leerlingen al dan niet huiswerk geven, maar wij zijn de eerste nog niet tegengekomen. Dus modderen we wel wat verder met vierkantswortels en dt regeltjes. En wanneer je voelt dat je kind en/of jij helemaal het plafond hebben bereikt, ga dan zeker in dialoog met de leerkracht of zorgcoördinator op school. Jij wilt nu eenmaal het beste voor je kind en ga ervan uit de leerkracht daar ook zo over denkt!

Heb je enkel wat nood aan structuur en gedelegeer tijdens dat huiswerkmoment dan comes Klasse to the rescue. Onlangs kwamen ze met handige structuurkaartjes op de proppen. Dit zijn kaartjes met plezante icoontjes op om je kind te helpen denken aan afspraken die jullie thuis hebben rond het ochtend- en avondritueel. En als extraatje zijn er ook structuurkaartjes te gebruiken bij het huiswerk. Hoe handig is dat?! Voor je kind én voor jou. De structuurkaartjes kan je hier downloaden.