We weten intussen dat het in de zomer ook af en toe kan regenen. En we weten ook dat het heel erg heet kan worden. Dan is een cinema'ke op tijd en stond zeker geen slecht idee. Gelukkig dat er ook effectief iets te zien is in de bioscoop. Zoals de eerste Playmobil-movie bijvoorbeeld. En die heet ook gewoon, 'Playmobil, de film'. Hoe simpel kan het leven zijn. 

Kinderfilms, het is meestal iets dat ik maar met een half oog mee volg. Of het uitgelezen moment om een boekje te lezen of onbeschaamd een dutje te doen - want anderhalf uur rust, weet je wel. Behalve wanneer het gaat om een film die me regelrecht terugbrengt naar mijn kindertijd. Voor zo’n portie versgebakken nostalgie maak ik graag een uitzondering. Want had je als kind twee kampen - die van de Lego en de andere van de Playmobil - dan bevond ik me resoluut in dat laatste. Minder gedoe met plannetjes en bouwstenen en instant speelplezier. Urenlang heb ik gespeeld met zo’n poppenhuis waar ik mijn fantasie volledig kon in botvieren. En tegenwoordig zijn het mijn zonen die van ‘schip ahoi maatje’ roepen met hun Playmobil-piratenboot. Om maar te zeggen dat zowel mijn koters als ikzelf enthousiast waren om de eerste film over de iconische plastieken poppetjes te gaan bekijken.

Krop in de keel


Het eerste kwartier van de film neemt ons mee naar New York, waar we kennismaken met de tiener Marla en haar jongere broertje Charlie die, voor alle duidelijkheid, van vlees en bloed zijn. Samen doen ze niets liever dan spelen met Playmobil om het tijdperk van de Romeinen en de Vikings te ensceneren.

Maar Marla heef ook grootse plannen: Amelia Earhart -gewijs (de eerste vrouwelijke pilote die solo de Atlantische oceaan overvloog) droomt ze van een spannend en avontuurlijk leven. Aan die plannen komt echter abrupt een einde wanneer er twee politieagenten voor de deur staan met heel tragisch nieuws.

Plots staat Marla er alleen voor bij het grootbrengen van haar broertje en wordt ze naar de volwassenheid gekatapulteerd. Een plek waar er geen plaats meer is voor plezier of het nabootsen van Caesar, tot grote onvrede van haar broertje. Tot Charlie op een avond wegloopt en in een magisch universum terechtkomt.

 

Episch

De film belooft ‘episch’ te worden en dat is alles behalve gelogen: gedurende anderhalf uur worden we als kijker meegenomen van de ene zinderende droomwereld naar de andere. Van een futuristische stad waar een strenge garnaal de plak zwaait, naar het Romeins imperium inclusief colosseum, waar een bloeddorstige keizer zijn volk paait met gevechten tussen een dino en gevangene. Het zorgt ervoor dat er op geen enkel moment verveling opduikt.

Toch zijn het de personages die de prent opwindend en op momenten zelfs echt grappig maken (ook voor volwassenen!). Er is Dell, de bullebak-maar -met -een-peperkoekenhart foodtruckchauffeur. Of de geheime agent Rex Dasher, meester- vermommer die op elk onverwacht moment én in een knappe Porsche opduikt. Wij hadden een zwak voor Robocon, de schattige robot die verliefd wordt op Marla.


De echte sterren van de film zijn zonder twijfel de stemmen van de Vlaamse acteurs (Jelle Cleymans, Ron Cornet, Wouter Hendrickx om er maar een paar te noemen) die aan elk van de personages een persoonlijk en soms wel erg humoristisch cachet gaven. Wat de film ook voor volwassenen bijzonder aangenaam maakt. 

Avontuur is op zichzelf de moeite waard

Uiteraard zou een animatiefilm voor kinderen geen animatiefilm voor kinderen zijn als die niet goed zou aflopen. Mét een mooie, onderliggende moraal uiteraard. De aandachtige (volwassen) kijker ziet dat van mijlenver (én van de zwevende unicorn/dino) al aankomen, maar het deert niet. Het blijft natuurlijk een feelgood - movie. Marla en Charlie beleven een avontuur dat op zichzelf de moeite waard is (kleine quote van onze Amelia Earhart), en keren terug naar de vleesgeworden wereld met nieuwe inzichten. Dat alles goed komt, zolang je maar in jezelf gelooft. En dat je plezier dient te maken in het leven, veel zelfs. Een moraal dat wij als slashparent, alleen maar superhard kunnen onderschrijven.