Vraag jij je ook soms af wat er in het hoofd omgaat van een auteur of illustrator van kinderboeken? Ze toveren telkens de meest fantasierijke verhalen uit hun pennen. Wie zijn ze en hoe gaat dat dan? Redacteur Melanie to the rescue! Zij duikt voor Maison Slash elke maand in het hoofd van een auteur of illustrator van de meest innemende kinderboeken. 

Thaïs Vanderheyden schrijft én tekent kinderboeken en is zelf slashparent van 4 stuks. Misschien ken je haar wel van de expo Grote Kunst voor Kleine Kenners die de voorbije maanden in Oostende schitterde? Of van de heerlijke Spiekpietjesboeken



Ze stampte net – bijna letterlijk – een nieuwe reeks uit de grond. Die van ‘Polleke Supermolleke’, die samenwoont met zijn ouders. Elke dag gaat hij voor zijn mama op zoek naar een regenworm, voor het souper. Polleke is een erg enthousiaste graver. Zo wroet hij telkens dwars door de wereldbol om vervolgens in een ver land aan te komen. Daar leidt een plaatselijk diertje Polleke rond en laat het hem alle bijzonderheden zien. De reeks wordt een soort wereldreisje. De eerste is ‘Polleke Supermolleke in Peru’ en komt uit in mei! 

Hoe word je in hemelsnaam kinderboekenauteur?

In elk vriendenboekje schreef ik dat ik later kunstenaar of tekenaar zou worden. Ik kriebelde als kind elk papiertje vol en heb letterlijk honderden potloden versleten. Pas op mijn 32ste zette ik ook effectief de stap naar kinderboeken. Ik was mama en wilde geen tijd meer verliezen in het verkeer, flexibeler (en thuis!) kunnen werken, maar vooral: iets creatiefs doen! Met een klein hartje stapte ik naar de uitgever waarmee ik het allerliefste wilde samenwerken. Ik keerde met een eerste opdracht huiswaarts en ben sindsdien niet meer gestopt!

Wat is het aller-, allerleukste aan je job?

ALLES! Van een ingeving krijgen, over het tot leven brengen van karakters in de voorbereidende schetsen en het gevecht met de bladspiegel tot de verf. Maar vooral: de reacties en verhalen van mijn lezertjes achteraf. Of dankbare brieven en mails van ouders. Pas dan weet ik zeker dat ik er écht iets moois van heb gemaakt!

Waar vind je inspiratie?

Absoluut overal. Eigen herinneringen, reizen, mooie spullen of rariteiten in het nieuws. En als mijn kinderen elkaar iets uitleggen, lig ik soms te luistervinken. Kinderen kijken zo mooi anders naar de wereld. Zij zien wat voor volwassenen onzichtbaar is geworden. Ze geven hun eigen draai aan de realiteit. Het is precies die voelspriet of die kronkel die ik zoek. Ik probeer soms om hun ogen even te lenen. Die onbevangen blik inspireert me, als tekenaar maar ook als mens.

Hoe verplaats je je in het hoofd van een kind?

Dat gaat eigenlijk vanzelf! Misschien wel omdat ik zelf nooit helemaal volwassen geworden… Ik ben graag bij kinderen en vind hun kijk op de dingen vaak interessanter. Eerlijk? Met hen maak ik zelfs makkelijker contact dan met volwassenen. 

Welk deel van je job zal anderen het meest verrassen?

Misschien alle werkuren die in zo’n boek kruipen? Want dat zijn er héél veel!

Wat heb je nodig om te kunnen werken?

Doe mij maar koffie, warmte, veel licht (en zo weinig mogelijk schaduw), een tafel, een goede stoel, karton, penseel en verf. Als het even kan zet ik de radio op in mijn atelier – dan voel ik me niet zo alleen – en werk ik met een zorgeloos hoofd. Als ik aan een boek bezig ben, werk ik graag van ’s morgens tot ’s nachts. Een boek dat ik in één trek afwerk is altijd beter. Zo kent elk verhaal zijn eigen roes. Stress doet mijn creativiteit geen goed. Kinderboeken maak je ’t best met een licht hart, leerde ik. In moeilijke periodes werk ik beter (en liever) in de tuin.

Waarvoor mogen we jou in het holst van de nacht wakker porren?

Voor Parijs, altijd. Die stad is mijn favoriete hobby! Gelukkig deel ik die passie met mijn grote liefde Tom. Om de paar maanden springen we in de auto – toegegeven, we regelen eerst wel netjes opvang voor onze vier koters – om richting Parijs te rijden. We hangen er een paar dagen rond, schuimen boekwinkels af, wandelen de benen van onder ons lijf, bezoeken expo’s en concerten, eten lekker en kletsen eindeloos bij een glas rood en een plankje Franse kazen. Inspiratie vind ik daar op elke straathoek.

Wat vind je echt héél vervelend?

Mensen die hun verantwoordelijkheid niet nemen. Onze leefwereld stopt niet bij ons eigen gezin. Het stoort me echt als mensen niet opkomen voor elkaar of beslissingen nemen die ons klimaat schaden. Die Vlaamse mentaliteit van ‘we bemoeien ons niet met wat er bij de buren gebeurt, ook al wordt daar een kind mishandeld of een dier verwaarloosd’ stoort mij mateloos. Onverschilligheid kan heel schadelijk zijn. Daarom is opleiding zo belangrijk. Terug kritisch nadenken: dat is volgens mij het tegengif voor onverschilligheid.

Wat voor kind was je zelf?

Ik was een stil, introvert meisje met een heel rijke fantasie. Urenlang kon ik in m’n eentje zitten tekenen of knutselen. De drang om dingen te maken was toen al wel groot. Ik vertelde mezelf verhalen en speelde toneeltjes in m’n eentje of met mijn grote broer Stanislas. We woonden afgelegen (in Tillegembos naast Brugge) en waren voor spelletjes vooral op elkaar aangewezen. Mama liet ons heel veel ruimte om te spelen en te creëren. Ze was zelf heel warm en artistiek en omringde ons met mooie muziek, natuur en cultuur. Kunst was bij ons vanzelfsprekend. Mama’s atelier lag ook gewoon naast de keuken. We mochten er op de muren tekenen en experimenteren met verf zoveel we wilden. Ook de liefde sprak vanzelf. Ik verloor mijn ouders en broer heel vroeg, maar de liefde die ik vroeger van hen kreeg vult mijn rugzakje vandaag nog steeds. Dat is mijn grote geluk.

Wat was – als kind – je favoriete kinderboek?

Ik hield – en hou nog steeds – van prachtige prentenboeken. De combinatie van mooie tekeningen en een goed verhaal blijft magisch. Maar mijn favoriete boeken waren die van Roald Dahl met tekeningen van Quentin Blake. In zijn verhalen voel je de liefde voor zijn publiek en zijn fantasie is oeverloos!

Wat is vandaag – als volwassene – je favoriete kinderboek?

De verhalen van Roald Dahl smaken na een halve eeuw nog steeds kraakvers. ‘Joris en het geheimzinnige toverdrankje’ is bijvoorbeeld G.E.W.E.L.D.I.G.! En het taalspel in het werk van Annie M. G. Schmith vind ik geniaal. Een jonger talent is Nils Pieters. Dan denk ik aan zijn ‘Draak’ en ‘De grote boze wolf’: beide boordevol humor en een tikkeltje getikt. Ook ‘Mouk’ van Marc Boutavant veroverde een plekje in mijn hart. De Franse illustrator tekent op wereldniveau: mijn kast staat dan ook vol van zijn werk.