Slashparent Nele Vandersickel is supporter van minder auto’s. Fysicus - weldra professor - , stadsbewoner, alleenstaande mama met een dochter van acht, bezitster van nul auto’s en drie cavia’s. En daarbuiten niet veel meer dan de meubels die ze nodig heeft en de kleren aan haar lijf. LEZ in Gent en less is more voor Nele, want hoe minder ze bezit, hoe fijner ze dit vindt. Minder hebben staat gelijk aan minder nalaten: minder uitstoot, een minder zware ecologische voetafdruk, en minder afval. En die meer? Ah ja, meer vrijheid en blijheid, meer natuur, meer jij. Phew!

Gent, in navolging van Antwerpen en Brussel, introduceerde per 1 januari van dit jaar de Lage Emissie Zone, kortweg LEZ. De emoties hieromtrent laaien hoog en laag op. De voorstanders van minder auto’s in de stad prijzen de maatregel, zij die door sociale of professionele omstandigheden in combinatie met buiten de stadskern wonen, het kwakkelende openbaar vervoer en dure deelauto-alternatieven, afhankelijk zijn van een auto, hebben eens stevig gevloekt. But hey, alles went!

LEZ is more!

Voor Nele, die na al het wetenschappen en moederen ook nog de wereld tracht te inspireren via de blog Het Schone Stadsmeisje, geeft minder van alles vooral veel vrijheid.

“Ik trek eigenlijk de lijn door. Mijn integrale levensstijl is er gradueel gekomen, beetje bij beetje, en is sowieso heel bewust gekozen. Ik let er steeds meer op en van het ene komt het andere. Ik draag korte keten hoog in het vaandel, zero-waste, biologische producten en alles wat erbij past.”

Want zo gaat dat. Door de blog en door te praten met mensen die ze hoopt aan te steken, komen ook steeds meer andere alternatieven voor ‘het leven zoals het is’ uit de bus. Die kruisbestuiving met gelijkgestemden is, zoals het kruisbestuivingen betaamt, bijzonder vruchtbaar. Nele somt even kort op: “Ik ben ondertussen niet alleen autovrij, ik produceer ook zo weinig mogelijk afval. Naar schatting heb ik twee volle vuilniszakken per jaar. Toen ik mijn auto verkocht, schreef ik me in bij een deelautoplatform. Verder ben ik klant bij Ecopower, plaatste zonnepanelen, … Alles kadert voor mij in de filosofie van het minimalisme: weinig spullen, weinig consumeren en produceren, eenvoud in alles in het leven. Overdaad maakt me onrustig.”

Schoon Stadsmeisje weert auto

Als Schoon Stadsmeisje, een titel die ze deelt met co-blogster Ortja, is ze een groot voorstander van een autoloze stadskern. Ondanks de recente maatregelen in Gent (nvdr. autoluwe binnenstad en de invoering van de LEZ) verwondert ze zich erover dat er nog steeds zoveel auto’s in het straatbeeld zijn. 

Maar … ze woont natuurlijk in het centrum. Ikzelf bijvoorbeeld niet, vertel ik haar. En mijn situatie (lees: gescheiden, allebei wonend in een andere gemeente, kind met hobby’s in beide gemeenten, …) noopt me om de auto te nemen om me tijdig van A naar B te krijgen. Althans, tot ze teleportatie optimaliseren. Of het openbaar vervoer, whichever comes first. En, vuist voor onszelf, we stapten een klein jaar geleden over naar de combinatie van één auto, een deelauto-abonnement, een elektrische fiets en treinticketjes. 

“Ik besef dat ik in een ‘luxe’positie zit op dat vlak”, beaamt Nele. “Ik woon op wandel- en fietsafstand van de winkel, school en mijn vrienden. Moet ik al eens ergens heen, dan is het per trein. Of de elektrische fiets. Ik reis er zelfs mee!” Nele shopt in de biowinkel, op de markt en bij Ohne, de winkel die overbodige verpakkingen weert. Ze koopt enkel wat ze nodig heeft. Snelle reclamejongens met slimme marketingtruukjes hebben een broertje dood aan haar. Ze weert zelfs cadeautjes. “Wie mij plezier wil doen, kan eventueel een boek geven, maar eigenlijk het liefst van al een ervaring. Mijn achilleshiel is een zak chips. Ik ben een grote chips-fanaat, maar ze zijn natuurlijk nog niet verpakkingloos te krijgen …” 

Minder, vlinder.

Nele hekelt de groei-economie. Dat alles steeds groter, meer en sneller moet, staat haaks op hoe ze zou willen leven: zoals vroeger. Een paar literaire reizen doorheen boeken van onder meer Yuval Harari (Sapiens) hebben haar daar nog meer van overtuigd. Leven zoals de ‘eerste mensen’ leefden, de jagers/verzamelaars. Die waren elke dag in beweging, hadden een overvloed aan sociale contacten en namen tot zich wat ze nodig hadden.

Wanneer je (deels) nomadisch leeft, neem je liever geen strontlading aan gerief mee. Travel light, toch? En van reizen gesproken … Nele: “Voor mijn werk moet ik regelmatig het vliegtuig op. Ik kan daar niet onderuit, ik zit in de wetenschappelijke wereld, en ben ontzettend fier op wat ik al bereikt heb - mijn ouders nog meer! - maar ergens wringt het. Het is een constante strijd die ik voer met mezelf. Ik wil niet naar dat congres aan de andere kant van de wereld, omdat het clasht met mijn ecologische en sociaal-economische overtuigingen. Maar ik wil het ook wel, want ik heb een dorst naar die wetenschap opdoen. Ikzelf werk momenteel aan een toestel voor het verhelpen van hartritmestoornissen en ik ben erdoor gepassioneerd. Het betekent namelijk ook dat ik mensen hiermee ga kunnen helpen, een belangrijke, motiverende factor.”

De clash met haar professioneel leven, baart haar daarom soms zorgen. Of ze ooit denkt om eruit te stappen dan? “God, ja!” luidt het snelle antwoord, waarna ze in de lach schiet en nuanceert hoe fijn en uitdagend ze haar werk ook vindt. “Het was mijn kinderdroom om professor te worden …” Dilemma, dilemma!

een kind als katalysator

4hToDP22dpSWhuoUops1FvjiSstFEkBJcML0LZgw.jpeg

Haar achtjarige dochter dan, die groeit op in de minimalistische, plastic-vrije bubbel van rust. Te voet, met de fiets, weinig spullen. “Ik wil mijn dochter leren dat ze geen troep nodig heeft om gelukkig te zijn. Ik vind dat een ontzettend waardevolle les. Ze heeft knutselgerief, maakt kampen, speelt met de cavia’s. Ze vraagt ook heel weinig, geen materiële dingen althans. Voor verjaardagen en zo krijgt ze een centje, die ze investeert in mooie stenen. Daar is ze gek op. Ze heeft wel graag dat we samen dingen doen. En dat doen we dan ook.” 

Het nakende moederschap was voor Nele een katalysator om alles anders te doen. "Tijdens de zwangerschap werd ik allerlei gerief aangepraat waar jonge ouders zogezegd niet zonder kunnen. Dat stond me weinig aan. Ik koos meteen bewust voor tweedehands - nog steeds!-, en maakte online een lijst van de tweedehandsspullen die we graag wilden. Dat was een niet mis te verstane wishlist!"

Haar dochter zien opgroeien tot een bewuste, jonge vrouw, wiens zelfredzaamheid en zelfzekerheid niet afhankelijk zijn van spullen hebben of een auto, is voor Nele als een mooie wens die uitkomt. "Mijn dochter zeurt ook nooit om met de auto te gaan. Weer of geen weer. Ze is gek op fietsen, treinen of de bus nemen. We trekken er vaak samen op uit en dat is telkens weer een mini-avontuur."

Luxueuze eenvoud

Hoe ironisch ook, Nele beseft dat het kunnen leven met minder en autovrij zijn, een luxe is. Ze nuanceert ook niet weinig haar ervaring en overtuigingen. Hoewel ze ook toegeeft iedereen waarmee ze in contact komt te willen ‘besmetten’, erkent ze dat het niet voor iedereen mogelijk is. Ze reflecteert: “Ik kàn zo leven omdat ik de luxe heb van te doen wat ik doe, te wonen waar ik woon enzomeer. Hoewel ik niet veel koop, besef ik ook dat de winkels die ik bezig, niet altijd de goedkoopste zijn. Ik wil die oefening eigenlijk ook eens maken en eens nauwgezet bijhouden wat mijn boodschappen me werkelijk kosten.” 

Een argument dat je inderdaad vaak hoort wanneer het komt op biologisch of lokaal kopen. Supermarktketens zijn notoire prijzenbrekers en voor een jong gezin is dit natuurlijk een belangrijke factor, bovenop het feit dat velen zich rot rennen tussen werk en school, naar huis, naar de hobby's en daarom de supermarkt kiezen die dichtbij huis ligt én waar liefst alles onder één dak is. Praktisch en betaalbaar. Ook Nele bekent: “Wanneer ik onder (tijds)druk sta en gestresseerd ben, betrap ik mezelf erop dat ik ook minder duurzame beslissingen neem, ook op vlak van eten.”

Dus ... de oplossing is: teleportatie! Ha! 

Nele raadt aan: “Laat je vooral niet verleiden. Want voor alles wat je koopt, moet je zorgen. Dat maakt dat veel mensen komen vast te zitten in een cyclus van onnodige aankopen, afbetalingen, stress en zorgen.” 

Zelf ontspult ze nog constant en wil ze vooral inzetten op sociale connecties. Meer van dat, minder rommel rondom je. Het zou volgens haar wel eens het aantal burn-outs fors kunnen verminderen. En wie zijn wij om een prof tegen te spreken? Het proberen waard, terwijl Nele haar laatste, persoonlijke hindernis neemt: een brug slaan over de kloof tussen haar drukke(nde) professionele leven en haar persoonlijke, downsized leventje. Wordt het … vrijwilligen op een bioboerderij? (nvdr. dit vooruitzicht maakte haar springend enthousiast) Verhuist ze binnen dit en afzienbare tijd naar een zelfvoorzienend dorp? Vindt ze teleportatie uit en zijn we allemaal verlost van stinkende auto’s en files?

Ik plan haar alvast te volgen via haar blog. Beam me up, Nele!