Er zijn zo van die dingen waar je heel erg blij van wordt, waarvan je spontaan begint te glimlachen en je hartje als een dartel veulen een vreugdessprongetje maakt. En dan zijn er dingen waarvan je gewoon het zuur in de maag krijgt en je stante pede zo'n venijnige frons in je voorhoofd krijgt waardoor een uitgebreide botox behandeling niet meer veraf lijkt. Slashparent Ingrid heeft ook zo'n dingetjes  van dat laatste, met wel één in het bijzonder.

de wubbekes

Ballonnen. Ze staan met stip op nummer 1 op mijn haatlijst. Ja, ik heb een haatlijst. En op triestige januaridagen kan die worden stevig aangevuld. Dan is mijn humeur sowieso ietsje wankeler. Zo krijg ik de wubbes van de woordencombinaties: ‘dagdagelijks’ of 'woonachtig'. Ik vind zwetende nekken voor me in een concertzaal helemaal vreselijk. Of niet werkende wifi. Ik vermijd heel erg pashokjes zonder spiegel. Maar het meest van alles blijf ik tegenwoordig weg van ballonnen.

Ballonnen worden vaak verkeerdelijk gebruikt als symbool voor kindervreugde. Ze zijn inderdaad prachtig als versiering op feesten en evenementen. Maar waarom geven winkels en bedrijven de latex ondingen bedrukt met hun logo’s weg aan hun kinderklanten? Soms opgeblazen, soms als leeg omhulsel. Ik vind het een vreemde strategie. Want heb jij ooit een happy end gekend met een ballon? Ik niet.

tranen met tuiten

Waarom? Als ballonnen opgeblazen zijn, vliegen ze weg of gaan ze uiteindelijk plat. Met huilen tot gevolg. En als ballonnen vers en leeg zijn, is kind gefrustreerd omdat hij het onding zelf niet opgeblazen krijgt. Dan moet jij het doen. Daar ga je dan, diep ademhalend aan een met speeksel gevuld teutje. En uiteindelijk gaat de ballon alsnóg plat. Of hij knapt. Alweer huilen. Told you. You. Loose.

Of soms heb je clowns die trucjes doen met ballonnen. Ze draaien er hondjes van, zetten luchtige plastic kronen op je hoofd of je krijgt een ninja -zwaard. Dat was onlangs zo op een feest in ons dorp. Ik heb nog nooit zoveel tranen gezien. De clown was bovendien één van de lokale feestjes-soort. Zoiets helpt niet. Allezins, de tranen vloeiden rijkelijk die avond. Omdat ballon van kind A een betere kleur had dan die van kind B. Omdat kind C een grotere had. Omdat kind D te dicht bij het verwarmingselement kwam. !Pang! Huilen. You loose.

Heb je je trouwens ooit al eens laten verleiden tot het kopen van zo’n aluminiumachtige folie-ballon? Zo’n shiny exemplaar met -hoogstwaarschijnlijk- één of ander figuur op? Jij denkt: goeie investering, kwalitatief en voor de lange termijn-denkers (wegens heropblaasbaar). Wrong! Eveneens miserie. Zo’n ballon blijft eerst enkele weken of maanden (!!) tegen het plafond plakken van je huis. Om vervolgens steeds leger te geraken, en te zakken tot een hoopje aluminium tristesse. Vergis je niet, dan pas begint de strijd. Betaal je een nieuw rondje gas om het ding nóg langer te houden? Of laat je het leeg en verschrompeld rondslingeren? Of, en dit is voor de durvers, gooi je het leeg omhulsel uiteindelijk weg zonder enige optie om dit ook maar subtiel te doen voor je kinderen? Wat denk je? Huilen. Alweer.


Mercikes

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de impact op het milieu van al dat ballonnengeweld. Voor de lovers: er bestaan intussen wél biologisch afbreekbare exemplaren. Doen! Maar wat ons gezin betreft, zeg ik liever: ballonnen, neen danku. Dag en bedankt.