We leven in een crisisperiode momenteel. Een vreemd virus maakt duizenden slachtoffers en houdt ons gegijzeld in ons kot. Het zorgt voor angst in ieders hart en voor een kortsluitingsachtige gewaarwording in ons hoofd. Van elk individu wordt maximale medewerking gevraagd en wordt een aanpassingsvermogen als dat van een kameleon geëist. Nooit eerder werden we zo gedwongen om blij te zijn met wat we hebben; om zuinig te zijn; om banale voorwerpen als toiletpapier te koesteren; om creatief en vindingrijk te zijn met tijd en ruimte en allerhande menselijke routines; om tolerant en geduldig te zijn; om een vlijmscherp gemis naar wat normaal is te voelen en om onze zintuigen te gebruiken om waar te nemen wat vlakbij is maar nooit eerder aandacht van ons kreeg. Het is crisis maar het heeft ook z'n mooie kantjes, indien juist gebruikt, vindt slashparent Evy.

EVY

Hoe zou het achter de voordeur zijn?

Achter elke voordeur spelen zich nu situaties af waarin de eigenaars van die voordeur zich nooit eerder bevonden. Neem nu de voordeur met de zware klopper in het midden. Achter die deur woont het dokterskoppel. In alle vroegte halen ze simultaan de Tesla en de BMW uit de garages en haasten ze zich naar hun plicht. Pas laat in de duisternis komen ze weer thuis. Even brandt er licht, daarna is het huis stil en donker voor een paar uurtjes. Ze hebben geen kinderen want ze hebben geen tijd. In deze periode zullen ze ook niet veel kunnen oefenen.

Dan heb je de voordeur met zo'n grote, koude klink en bestaande uit melkglas. Achter die deur vind je twee pubers met een ellenlange lijst aan problemen en een ellenlange lijst aan boodschappen die absoluut noodzakelijk zijn in deze periode van boeit me niet: oortjes, Dorito's nieuwste smaak-nacho's, de roze I-Pad of Pod en échte Fanta. Vader probeert van thuis uit te werken maar ondervindt hinder door de zeer aanhankelijke hond van zijn vrouw. Zijn vrouw probeert het huishouden draaiende en de pubers tevreden te houden. Wanneer ze over de kat struikelt, belandt ze in de bijkeuken en haalt ze troost uit de fles Wodka.

Een beetje verderop heb je een deur uit wit PCV met aan weerskanten keurig hangende glasgordijnen. Een tuinkabouter houdt trouw de wacht naast de deur. Hij kijkt griezelig jolig. In de woonkamer ruikt het naar tapijt, koffie met melk en naar bruine zeep. Op de bank zit een bejaard koppel te genieten van Sturm der Liebe. Althans, zij is; hij doet alsof ie het leuk vindt. Ze zitten hand in hand. Zij zijn bang want ze zijn oud maar wel gezond en dat willen ze zo houden. Zij blijven achter de deur want willen het lot niet tarten. Hun kinderen doen de boodschappen en zetten die dan naast de tuinkabouter. Niemand, zal er nog maar aan durven denken om die boodschappen aan te raken! 

En dan heb je nog voordeuren waarachter verloofde koppels wonen die hun huwelijk moeten uitstellen. Dat overkomt mijn beste vriendin. Je hebt voordeuren waarachter zieke mensen in hun bed liggen en die hopen op het beste en misschien zelfs bidden tot de Man Hierboven dat het virus niet machtiger is dan zijzelf. Dat overkomt velen van ons, mezelf incluis al ben ik niet zo veel van zeg tegen de Man Hierboven. Je hebt voordeuren waarachter vaders wonen die broodjes bruin staan te bakken en maaltijden staan te bereiden voor hun zieke kind en kleinkind. Mijn vader heeft zo'n voordeur. Er zijn voordeuren waarachter leerkrachten aan het werk zijn; waarachter zorgverleners horen te wonen maar die nu bijna non-stop bij hun patiënten zitten; waarachter kleine ondernemers met rekenmachines aan het vechten zijn om te kijken of hun zaak dit zal overleven. Je hebt ook van die kleine voordeurtjes, zo voor hamstertjes. Die deuren zijn niet mooi. 

En hoe zit het achter die van ons?

Achter onze voordeur wonen mijn zoon van 8 en ik. Onze voordeur is een combinatie van verschillende deuren zoals hierboven beschreven. Je kan ervan uitgaan dat wij niet simultaan dure auto's buiten rijden. Wij hebben geen tuinkabouter en onze deur heeft een normaal formaat. Ik heb geen amoureuze plannen, ben gelukkig eindelijk herstellende van Covid-19, heb geen aanhankelijke huisdieren en drink rode wijn in plaats van wodka.

Mijn huishouden draait meestal vierkant dus dat is nu niet zo uitzonderlijk.  Mijn zoons boodschappenlijstje beperkt zich tot koekjes en soep van opa en zijn grootste probleem is dat hij zijn Lego moet opruimen aan het einde van de dag en dat hij per dag 2 huishoudelijke taakjes moet doen. Ik verwacht elk moment de vakbonden aan mijn voordeur. Of Jeugdzorg. Misschien moet ik toch die tuinkabouter overwegen... Zijn taakjes van vandaag waren; 1: de planten water geven en 2: de was mee in de kasten leggen.

Ik stond was te plooien terwijl Cas flink aan het spelen was met zijn Lego. De Ninja's en hij waren net op de maan aangekomen maar de één of andere mottigaard dreigde die missie te verstoren. Ik wist dat ik uitermate creatief en vindingrijk uit te hoek moest komen, wilde ik dat Cas de was in de kasten zou gaan leggen. Dus, ik ging plots luidkeels joelen dat ik de groene Ninja nodig had voor een belangrijke missie! De groene handdoekjes moesten immers terugreizen naar het toilet waar ze thuishoorden maar ik vreesde dat een snoodaard die reis wilde verstoren. Ik vond mezelf geniaal. Mijn kind...fronste? Ik geloof dat ik medelijden zag in zijn ogen. De groene Ninja schoot toch te hulp en zorgde ervoor dat mijn handdoekjes hun reis veilig konden maken.

Ik verdien een ster voor doorzettingsvermogen want tegen beter weten in, begon ik een tijdje later opnieuw te joelen dat de rode handdoeken naar de badkamerkast moesten maar dat ze niet genoeg kracht hadden om er zelf te geraken. Ik zag aan zijn hele houding dat Cas besloot mijn spel mee te spelen om mij een plezier te doen maar dat hij mijn plan eigenlijk wel had doorzien. Opnieuw zag ik die spot en compassie in de ogen van mijn kind maar wederom bereikten de handdoeken wel hun bestemming. De rode Ninja was nu de superheld.

Ik was niet te stoppen! Ik wilde Kapitein Onderbroek oproepen voor de volgende klus maar nog voor ik de eerste letter kon joelen, klonk het: "Ja, mama, het is nu wel lunchpauze voor superhelden, hoor". En daar...had ik even niet van terug. Ik wilde iets mompelen over het tijdstip van ónze lunchpauze maar ik voelde dat ik het net zo goed tegen een tuinkabouter kon gaan vertellen. Dus stond er vervolgens achter onze voordeur een moeder de was weg te leggen met een vleugje schaamte op de wangen en zat er een 8-jarig jongetje vanaf de maan te joelen dat hij iedereen kon verslaan.  

Eens de crisis voorbij is en de straten weer tot leven komen, ga ik naar het tuincentrum.