Moeders en schoonmoeders! Menig ménage houdt zich - we moeten eerlijk zijn- wonderbaarlijk recht dankzij deze twee..  Of dat altijd van een leien dakje loopt? Hum...  Grootmoeders hebben zo hun eigen regels als het op opvoeden aankomt. Namelijk geen. Slashparent Nele licht toe.

NELE
Toen we onze eerste spruit wekelijks een dagje bij schoonmama parkeerden gingen we er nog nietsvermoedend van uit dat ze de lijn van onze opvoeding en regels wel zou doortrekken. Hahahaha.

Onze persoonlijke balans, na 5 jaar? Het is al-tijd tof bij meter, en immer cool bij oma.  “Mogen we gaan logeren? Toe, toe, toe??!!” De reden is simpel: bij hun grootmoeders mogen onze kinderen veel. Niet alles. Maar wel HEEL veel.  

No rules

Ze gingen meteen all the way, die moeders van ons. Onze regels, consequent sturen en streng zijn ten spijt: basisregels bleken ineens iets minder fundamenteel noodzakelijk. Tanden poetsen? “Doe dat morgen thuis maar liefje” Haren wassen en de ontwarcrisis doorstaan? Zot gij! “Ze wou écht niet, mama!” 

Hetzelfde met evenwichtige voeding: zo passé! Want wat eten we bij oma? Spaghetti!  Bij mémé? Appelmoes!  En bij allebei –tot in den treure-? Pannenkoeken of course! Spaar die saaie kost maar voor thuis, madre! Thuis, huh? Wacht efkes. Wat is dat nu weer? 

Back to reality

Yes, lieve schatten: na al dat leuks moet een mens ook weer naar de realiteit. Maar ook daar is de theorie een sprookje vergeleken met de praktijk. 

Probeer ik dochterlief na een dag verwennerij bijvoorbeeld halstarrig in de auto te krijgen –op tijd aan tafel en in bed, weet u wel-, krijgt ze prompt een suikerwafel toegestopt ‘voor onderweg’.  

“Après nous, le déluge”, zie ik mijn moeder dan stiekem denken. Met andere woorden: maak zelf maar die klotekeuze tussen rustig rijden of vitaminen, aan mij zal die huilbui alvast niet gelegen hebben. “Dadaaaa zoetje!” 

Moeder en vader zijn zelden de toffe.

Al onze verzuchtingen ten spijt moet het blijkbaar zo zijn: moeder en vader zijn zelden de toffe. Ze verbeteren, verbieden en houden alle ballen in de lucht. Bij oma daarentegen liggen alle ballen bij aankomst netjes aan de kant. De hele gódganse dag ligt open voor urenlange pret. Dat is vaneigens iets anders dan thuis… 

Er zit uiteraard geen kwade wil in al die verwennerij, integendeel. En hoewel kleine zaken soms onoverkomelijk lijken focussen we liever op wat echt belangrijk is: ze zijn er nog en hebben tonnen energie over om onze kinderen herinneringen voor het leven te bezorgen. 

Bedankt oma's (dit is geen sarcasme)

Ik neem het intussen dan ook voor lief, breek die koek op de terugweg in twee en laat hen wat langer de tanden poetsen na een logeerpartij. Ook mijn lief staart zich niet langer blind op details. Hij knijpt een oog dicht wanneer ze weer eens met zakken vol prutsen thuiskomen en kan zijn zenuwen al wat langer te baas tijdens de overdrive van woensdagavond. 

In the end blijven we dankzij hen namelijk nog een beetje ‘ik’ en ‘ons’. We kunnen blijven werken en trekken er op tijd en stond samen op uit. Die lieve oma’s, mémé’s, moemoekes, nona’s etc hebben eigenlijk dus gewoon het allerbeste voor met ons allemaal seg! Ze slapen verschrikkelijk wanneer onze kroost ziek is (SMS om 6 am: “ik ken nen doktoor die nog rap antibiotica schrijft: ne keer bellen anders?”) en worden gek als ze onze bloedjes een week niet gezien hebben.  

Met een beetje water bij de wijn is dat dus een win-win voor iedereen! 
Merci moeder! “Wit wijntje?”