Het is weer zover. 't Is weer van struikelen over koekjes en chocolade in de vorm van mannen met baarden en van paarden met
schimmel. Er duiken overal afbeeldingen op van de Sint en zijn gevolg en de Anti-Zwarte-Piet-beweging
begint simultaan met Slecht Weer Vandaag te steigeren. Dat vraagt om nieuwsgierige vragen van je kind en stress bij ouders. Je plant hét gesprek in. En dan...gebeurde er bij Evy iets waarachtig onvoorzien.

EVY

In dit huis is het leven vanaf het moment dat de eerste catalogus op de mat valt tot begin januari, onhoudbaar. Mijn kind is in die periode doorlopend high on sugar; hij wordt gek van de keuzestress en gedraagt zich compleet ontoerekeningsvatbaar bij het aanzicht van al dat kleurrijk, luid speelgoed. Vorig jaar stond ik op het punt de grootste leugen in zijn kinderleven op te biechten: slapeloze nachten, kapotgebeten nagels, vage buikklachten, talloze vragen en zorgen over hoe Sinterklaas ons huis binnen kan komen zonder sleutel en hé, als hij dat kan, kunnen zombies dat toch ook!? Het maakte me gek. Maar, er werd me toen verteld - mijn zoon was 7 jaar - de onschuld nog hoog te houden. Goed, dacht ik, maar volgend jaar gaat de Sint-droom aan diggelen. Wreed? Misschien wel, maar de stress die er heerste vond ik veel wreder.

“De Sint bestaat niet en ga je even je kamer opruimen!?”

De vraag is natuurlijk... hoe vertel ik mijn kind dat de Sint niet bestaat? Dit jaar waren de kritische vragen stilaan op gang gekomen; over het spectaculaire evenwicht van dat paard wanneer het over daken loopt bijvoorbeeld en mijn zoon vond het eveneens frappant dat de Sint uit Spanje de chocolade in onze Aldi koopt. Hij raakte ook begaan met het budget van de Sint want “mama, hoe kan één man zoveel speelgoed kopen?!” Vertel mij wat… Zijn scherpzinnigheid komt me goed uit! Enerzijds zit ik door mijn voorraad foefkes en smoesjes heen en weet ik me dus niet meer uit de situatie te kletsen; anderzijds vormen deze kritische vragen de perfecte basis voor Het Grote Gesprek...

Om toch zeker te zijn van de juiste aanpak, raadpleegde ik nog even Google. Alle online platformen rond opvoeden zijn het erover eens: doe het voorzichtig! Kleed het in! Gooi suiker en stroop en zoetigheid over het nieuws heen!l Je kan je kinderen bijvoorbeeld het verhaal vertellen achter het kinderfeest; dat gaat als volgt: “Lang, lang geleden leefde er een man die luisterde naar de naam Nicolas. Nicolas was een erg gul iemand die op zijn verjaardag - 6 december - aan alle kinderen cadeautjes uitdeelde en bij de arme mensen zakjes met gouden munten door de ramen strooiden.

Elk kind zal begrijpen dat die man onmogelijk 400 jaar oud kon worden dus vervolg je je verhaal door te vertellen dat, toen deze man uiteindelijk stierf, de ouders besloten de goedheid van de man te blijven vieren op zijn verjaardag en zelf cadeautjes gingen kopen voor hun kinderen.

Wanneer plan ik dit gesprek, vroeg ik Google

Ik vroeg me af of er een gepast moment bestaat om mijn kind in te lichten... Nee. Absoluut niet! Hoe je het ook draait of keert, je gaat met je grote mensen voet brutaal op een kinderdroom staan. Weer schoot Google me te hulp:

-       Vertel het je kind pas als je de indruk hebt dat zijn/haar geloof in de man tanend is.

-       Licht je bloedjes in wanneer, in het geval van hooggevoelige zieltjes zoals mijn zoonlief, er meer stress bij komt kijken dan goed voor ze is.

-       Het wordt ook aangeraden dit bommetje te droppen in de maanden voor december; niet op de vooravond van pakjesdag. Je kind zit dan immers al helemaal in hogere sferen en je boodschap zal zijn doel volledig missen.

Dag Sinterklaasje da-aag!!

Ik zat goed! Het is nog ver voor 6 december; mijn kind is duidelijk aan het twijfelen gegaan wat de Goede Man betreft en het stress-niveau swingt deze tijd van het jaar te pan uit. Ik besloot dat vandaag de ideale dag was om mijn zoon te vertellen dat Sinterklaas niet meer is dan een verhaal.

Mijn plan was hem neer te zetten met een kopje thee en, ironisch genoeg, een chocolaatje; het equivalent van een reanimatiekit. Dan zou ik - met alle empathie die ik heb - iets gaan zeggen als "Ik wil jou een verhaal vertellen, vriend" en vervolgens ga ik dan pareren over een man die lang geleden heeft geleefd en zich Nicolas liet noemen.

In realiteit liep het even anders…

 Kak. Zo was niet gepland

Het deel van aan tafel zitten met een kopje thee en een chocolaatje klopt. Ik zat nog een paar laatste dingetjes te lezen op de laptop terwijl Cas naast me zat te spelen. Ik had echter niet door dat hij mijn richting uit was komen kruipen tot zijn hoofd plotseling op schouderhoogte naast mij verscheen. Het kwaad was meteen geschied. Ik begon als een gek te klikken op de kruisjes van tabbladen als “Hoe vertel ik mijn kind dat Sinterklaas niet bestaat” en “De Sint is nep” die nog nonchalant open stonden op het scherm. De verschrikte "oooooooh, mama!!!" vertelde me echter genadeloos dat het geen zin meer had. Ik barstte in huilen uit! Dit is niet hoe ik dit gepland had! Ik was radeloos! Uren aan lezen en schrijven en voorbereiden en uiteindelijk was het zo simpel als gewoon je computer laten open staan... Cas kroop op mijn schoot en fluisterde: "Het is oké, mama, ik ben niet boos." Ik begon nog harder te huilen! "Het spijt me, vriend", snotterde ik, "ik wilde je het vertellen." "Wat wilde jij vertellen, mama?" Ik snoot mijn neus, zuchtte diep, verzamelde al mijn moed en begon aan het verhaal... 

Dik, vet liegbeest.

Cas bleef de hele tijd bij me zitten; hij luisterde in stilte. Ik zag zijn hoofd overuren maken en zijn blik vertelde me dat er verschillende puzzelstukjes op zijn plaats vielen. Na afloop vroeg ik hem of ie teleurgesteld was? Nee. Verdrietig? Nee. Boos? Natuurlijk niet! "Vind je me een dikke leugenaar?" Ja, dat wel. Daar had ik even niet van terug…

Er werd verder niets meer over gezegd maar toen het bedtijd was, raakte Cas maar niet in slaap. Hij vertrouwde me toe dat hij toch nog aan Sinterklaas moest denken; hij vond het zo raar dat hij al zijn hele leven lang in iets geloofd had dat er plots niet meer is. Ik begreep zijn gevoel wel een beetje; het voelde voor mij ook alsof we een mijlpaal bereikt hadden. Er kwamen nog vragen als 'Dronk jij de melk dan op, mama?' en 'Hoe maakte je de brief van Zwarte Piet zo zwart?' en 'Mama, heb jij dan zelf altijd die cadeaus betaald?' en 'Ben je daarom altijd zo moe? Omdat je 's nachts cadeautjes rondbrengt?' De onschuld ontroerde me enorm. En tegelijk deed eerlijk kunnen antwoorden op die vragen me deugd.

Vlak voor zijn oogjes dicht vielen, spraken we af dat we voortaan elk jaar rond 6 december ons eigen Sinterklaasfeest zouden vieren: een groot ontbijt met heel veel chocola en met opa en meetje want, let's face it, zij zijn de beste Sinten die er bestaan!