Jarenlang hadden we gehoopt op verbetering, maar toch: mijn vijfjarige prinses moest onder het mes. Gooi daar nog eens de coronaregels bij, een echte nachtmerrie voor elke ouder. Hulpeloos moest papa thuis nagelbijtend wachten op nieuws. Alleen haar mama mocht mee het ziekenhuis in. En ik wil óók mijn kind geruststellen!

Al van bij de geboorte vond ik mijn dochter het allermooiste wezentje op de hele wereld. Dat gaat deels vanzelf, de natuur heeft er waarschijnlijk iets mee te maken dat je wat je zelf gemaakt hebt beschouwt als de toppunt van esthetiek. Maar in dit geval heeft de natuur het ons wel heel erg gemakkelijk gemaakt : een blond kindje met twee helder blauwe kijkers. Ze kreeg zowaar een fanclub in de supermarkt; als we gingen winkelen werd onze komst doorgegeven aan de leden en passeerde er beduidend meer personeel langs onze winkelkar dan wanneer we alleen inkopen gingen doen. Om maar te zeggen, mijn kind: schoon kind en de buitenwereld is het schijnbaar met ons eens.

De prinses met de bril

Ze was nog geen twee jaar toen we opmerkten dat een van haar oogjes naar binnen draaide als ze moe was. Geen twee dagen later zaten we met ons drie voor de oogarts. Zaten is een rooskleurige weergave van de feiten. Twee verontruste ouders die hun aandacht verdeelden tussen een arts en een rond dribbelende peuter die een dokterspraktijk aan het ontdekken was. De dokter zag in een oogopslag dat onze kleine prinses een lui oog had. Het verdict: een bril en dagelijks een oog afplakken. Mijn vrouw en ik keken met dubbele gevoelens naar elkaar en lazen in elkaars ogen de twijfel over hoe we dat praktisch zouden klaarspelen. Onze kleine spruit verdroeg nog geeneens een muts of petje, wat zou dat dan met een bril geven? Laat staan met een plakker op haar “goede” oog. Tot onze grote verbazing ging dat echter verbazingwekkend goed. Het kleine wonder droeg vanaf de eerste dag haar bril alsof ze die altijd al had gedragen en zelfs de plakker ging er vlot op en af. Sterker nog, ze hielp ons mee eraan te denken. “Papaah, plakker!” of “Bril, papa, bril!” Meestal als we halfweg richting onthaalmoeder waren, gekruid met het nodige gegiechel over die gekke papa. Ik ben meer dan eens twee keer ’s morgens bij haar opvang gepasseerd. 

Wat ook enorm hielp was dat onze moeders mooiste prachtig met een bril stond. Ik geef ridderlijk toe dat een vaderlijke kijk op dat vlak waarschijnlijk licht gekleurd is. 

En ik dan?

Drie jaar, enkele (gesneuvelde) brillen en verschillende consultaties later begon de oogarts ons voor te bereiden op de volgende stap. Altijd was ze er steeds erg diplomatiek geweest dat er mogelijk geopereerd zou moeten worden. Als onze mooie blondine braaf haar bril opzette en zich aan het opgelegde oogplakschema hield was er een grote kans dat het op een “natuurlijke” manier zich zou rechtzetten. Niet dus. Ik, maar ook mijn vrouw, ben onze oogarts erg dankbaar dat ze ons voorbereid had en met kleine stapjes met ons meewandelde naar iets waar wij helemaal geen zin in hadden en zelfs eigenlijk angst bij voelden. Ik kan me geen ouder voorstellen die ernaar uitkijkt om zijn gebroed met plezier in slaap te laten brengen zodat een volslagen onbekende (ok, mijn vrouw heeft haar twee keer gezien) met een mes in de ogen van je pruts kan prutsen.   

Toen legde Covid-19 een schaduw over de wereld. Ons probleem was in vergelijking met de pandemie misschien slechts een detail, maar voor ons was het dat niet. Vanaf dan mocht er slechts één van de ouders aanwezig zijn. Vrij snel beslisten mijn vrouw en ik dat zij vanaf dan mee zou gaan. Ik begrijp de noodzakelijkheid van de maatregel, maar om het voorzichtig uit te drukken: ik vond dat niet leuk. Vanaf dan werd ik afhankelijk van tweedehands informatie. Niet dat ik mijn vrouw niet vertrouw, eerder integendeel, maar het voelde voor mij aan alsof ik alle druk op haar legde en zelf veel minder betrokken werd bij het hele gebeuren. Ook voor mijn vrouw zal het niet prettig geweest zijn om enerzijds zelf een erg moeilijke beslissing te moeten nemen en anderzijds de pieren uit de neus gevraagd worden door een bezorgde echtgenoot en vader die ook worstelt met diezelfde beslissing. De gevreesde dag kwam nader en zoetjesaan hebben mijn vrouw en ik onze mini godin voorbereid op hetgeen er zat aan te komen. We zijn gezegend met een kleine stoere slimme meid die het allemaal rustig opnam en ook intelligente vragen stelde. 

Onder het mes

Dan was er die dag, die gruwelijke dag, de nachtmerrie van waarschijnlijk elke ouder, het ontij en een aangekondigde marteling voor mij.           

Mijn schat mocht/moest/kon/is onder het mes gegaan. En ik, haar vader, mocht daar niet bij zijn. Ik begrijp het. Het stomme virus liet niet toe dat ik daar was. Ik moest dit overlaten aan mijn vrouw. Sta me toe om daar over te whinen. IK wou daar zijn om mijn dochter gerust te stellen, en in uitbreiding om mijn vrouw gerust te stellen. Ik weet dat mijn vrouw dat goed gedaan heeft, maar ik wilde haar ook vertellen dat ze dat goed deed. Ik wou op elk moment weten hoe het met mijn zelfgemaakte schat ging en haar de hele tijd gerust kunnen stellen. Ik begrijp de frustratie van mijn vrouw, die me via sms constant op de hoogte hield, dat ze niet de hele tijd bij haar mocht zijn. Ouder zijn betekent ook loslaten, maar er staat nergens geschreven dat we dat ook leuk moeten vinden.

Maar het grote geluk van ons vroeg, na haar mama “gezien” (eerder gehoord en gevoeld) te hebben naar mij. F*ck madeliefjes: mijn kind houdt echt van mij.