Meisjes hebben een spleetje en jongens hebben een piemel. Simpel. Zo hebben mijn ouders het mij van jongs af aan aangeleerd. Toen ik op de lagere school woorden zoals 'piewie' en 'mijole' ontdekte, ging er een nieuwe wereld open. Hoe kan dat ding tussen je benen zó veel verschillende benamingen hebben. Da's toch zot? 

Plasser en penis kon ik nog begrijpen, maar muisje? Waar ziede gij een muis? Soit, door de jaren heen hebben mensen hun fantasie laten gaan en zijn er gi-gan-tisch veel benamingen ontstaan voor die oh zo mysterieuze geslachtsdelen. Maar hoe noem jij het nu? Wat vertel jij aan je dochter wanneer zij vraagt hoe dat ding tussen papa zijn benen heet? Ben jij no nonsense of geef je er je eigen zotte draai aan? Wij vroegen het aan jullie, onze lezers, en kregen de ene zotte variant na de andere.

Van suswatilleke tot hanger

                              Hannelore: Pierlewiet en musti.

                              Helga: Bij ons wordt er ook nogal geswitcht tussen al dan niet onnozele benamingen. Standaard zijn het muis en piemel, maar er passeert ook wel eens een pipipoep , miejol en flieter of zwozje. Maar onlangs is er een topper bijgekomen: voorpoep... Merci hè luizenmoeder!

                              Nele: De meisjes gebruiken hier meestal zelf de benaming 'voorpoep' en 'achterpoep'.

                              Leslynn: Foefke, molleke en piewie.

                              Katja: Gewoon piemel en vagina heb ik hun van in het begin aangeleerd hier geen blozende kaken... maar gewoon zaken/dingen benoemen zoals het is.

                              Inge: Wij gebruiken miemel en piemel.

                              Sandrine: Mimi muisje... Of punani.

                              Karen: Hier hebben de meisjes een sprüdel, met dank aan mijn crazy husband...

                              Maaike: Spleetje en piemel.

                              Aline: Mijn meisje heeft een fifietje.

                              Lili: Hier een mieke en een pisseloeke.

                              Mano: Floepie voor de meisjes.

                              Marijke: In de leefgroep waar ik werk is dit nogal een thema. Eén van de jongens zei: "Mijn suswatilleke."

                              Riet: Ons zoontje van 2 is altijd op zoek naar zijn piepel. Als het maar een naam heeft zeker?

                              Katrien: Bij ons is het voorkant foefke en achterkant poepke. Lekker makkelijk. Papa die heeft gewoon een piemel.

                              Hilde: Vroeger zeiden wij wimpeltje omdat de zoon zich ooit missprak over zijn piemeltje en we zijn het blijven gebruiken.

                              Charlotte: Wiezeke en wieleke.

                              Aamke: Piemel, maar soms kan het ook hanger zijn.

                              Hannelore: Pierlewiet en musti!