Het zal je maar overkomen, verliefd worden op een man met twee kinderen. Niks bijzonders aan, denk je. Maar het zal je maar overkomen op je 22ste, wanneer je het gevoel hebt dat je zelf met één teen nog in je eigen kindertijd staat. Het overkwam slashparent Elise, met veel vallen en ook weer opstaan.

ELISE

Van een experimentje gesproken

Op mijn 22 werd ik plusmama. Dat gebeurde nogal toevallig. Ik zat in een fase die ik naderhand als eerder experimenteel zou omschrijven, toen een man met twee kinderen mijn pad kruiste.  De man was dubbel zo oud als ik, de kinderen waren amper geboren. Interessant maal twee, vond mijn toenmalige ik. Totaal onbezonnen stortte ik mij in de relatie. 

Aanvankelijk bleven de kinderen uit de picture. We zagen elkaar als ze bij hun mama waren. En wanneer ze onderwerp van gesprek dreigden te worden, fietste ik – de net afgestudeerde 22-jarige zonder enige affiniteit met alles wat een pamper droeg – er elegant rond. Om maar te zeggen: ik had geen idee van wat ik aan het doen was. 

Ik was me er niet van bewust dat deze papa, de man op wie ik verliefd was geworden, misschien op zoek was naar een nieuwe vrouw die samen met hem voor zijn kindjes zou zorgen. Of dat er twee kindjes waren, die binnenkort misschien een nieuwe vrouw zouden ontmoeten. Aan wie ze zich zouden hechten en van wie ze zouden willen dat ze bij hun papa bleef. Of dat er ergens een vrouw rondliep, die het misschien niet leuk vond om haar jonge kindjes toe te vertrouwen aan de nieuwe partner van haar ex. Maar die mogelijk wel stiekem hoopte dat het bij één nieuw exemplaar zou blijven. En dat het dan ineens de goei zou zijn.  

NITWIT

Vanaf het moment dat je er voor kiest om iemands leven in te stappen die kinderen heeft, komen er een aantal verantwoordelijkheden op je schouders terecht. Een gezin werd ontwricht na een scheiding en de leden zijn op zoek naar een nieuwe stabiliteit.  Alleen, dat wist ik toen nog niet. Achteraf bekeken was dat zowel een geluk als een ongeluk. Mocht ik minder ‘pluk de dag’ in het leven hebben gestaan, en alles hardgrondig hebben overpeinsd, ik was er waarschijnlijk niet aan begonnen. Nu rolde ik ergens in, waarvan ik in een mum van tijd zo was doordrongen, dat het leek alsof ik niet meer terug kon. 

Het eerste contact met mijn pluskinderen bleef immers niet zo gek lang uit. Na een maand of 2 relationeel afgetast, kreeg ik terloops de mededeling: “Oh ja, de kinderen zijn bij mij vanavond”. Wederom, geen fundamentele gesprekken over aanpak en bekommernissen. Gewoon, springen. 

Hoewel het leven dat ik op dat moment leidde mijlenver afstond van alles wat met kinderen te maken had, maakte ik wonderwel meteen echt contact met de oudste, die toen bijna 2 was. Of dat kwam omdat ik zelf net mijn kindertijd was ontgroeid, laat ik in het midden. 

Langzaam aan groeide er een band tussen mij en de kindjes. Al viel die eerder te definiëren als speelkameraadjes. Een moederlijke rol nam ik niet op. Ik wist trouwens ook niet hoe dat moest. Een pamper verversen lukte me nog wel, maar verder dan dat reikte mijn ervaring niet. Ik had er geen idee van dat een baby van zes maanden nog vijf keer per dag eten nodig had en dat er zoiets bestond als een peuterpuberteit. Als totale nitwit inzake opvoedkundige kwesties, ervoer ik hysterische huilbuien van een peuter als pathetische manipulaties. 

Doen we het of doen we het niet

Maar dan komt er, zoals in elke prille relatie, een moment waarop je jezelf afvraagt: doen we verder, of klasseren we dit onder “we hebben het geprobeerd”. Ik koos resoluut voor het eerste. Na een dik jaar met – gezien de omstandigheden – romantische pieken en dalen, heb ik beslist dat die man en die fantastische kindjes, mijn gezin zouden vormen. 

En daar ging ik ver in. Te ver eigenlijk. Ineens had ik grote theorieën over hoe ik mijn hypothetische eigen kinderen wou opvoeden en vond ik dat we het pedagogisch project rond zijn kindjes hieraan moesten aanpassen. Omdat hij op dat moment ook nog zijn weg zocht als tamelijk kersverse papa, gaf hij me quasi carte blanche. Ik drong aan op een uitgewerkte verblijfsregeling, regelde mijn werk in functie van de kinderen en wanneer ze bij ons waren, bemoeide ik me met alles. Van wat ze droegen tot hoe laat ze moesten  gaan slapen. 

Ik had het gevoel dat ik wat te bewijzen had aan de wereld. En in zekere zin was dat ook zo. Wanneer je plusmama wordt, staat er een leger buitenstaanders klaar om een oogje in het zeil te houden. Het lijkt alsof de hele wereld een mening mag hebben over je moederlijke kwaliteiten. Ze laten bovendien niet na om deze ook te uiten. Wat eigenlijk heel gek is. Stel je voor dat je als kersverse, biologische mama meteen door je omgeving zou worden beoordeeld op hoe je met je kind omgaat. Bij plusmama’s kan dat blijkbaar wel. Met een leeftijdsverschil van 23 jaar tussen mij en mijn lief was onze relatie sowieso al wat controversieel, dus zou ik laten zien dat ik over genoeg maturiteit beschikte om in ieder geval de zorg voor de kinderen op mij te nemen. 

over de grens

Ik verwarde mijn doorgedreven materiële toewijding met onvoorwaardelijke liefde. Dat maakte dat ik keuzes begon te maken in functie van de kinderen. Ik zette hen op de eerste plaats, omdat ik het idee had dat mijn aanwezigheid essentieel was in hun leven. Tussen gezond, eerder altruïstisch zorgen voor en plaatsvervangend bemoederen ligt een dunne grens. Zonder het te beseffen had ik die overschreden. Ik meende aanspraak te kunnen maken op claims waar ik absoluut geen recht op had. Zoals de keuze van de school bijvoorbeeld. 

Een conflict met de biologische mama over die bewuste schoolkeuze, schudde ons delicaat opgebouwde evenwicht volledig door mekaar. Ik moest afscheid nemen van het idee dat ik een surrogaatmama was wanneer de kinderen bij ons waren en onder ogen zien dat ik niet over dezelfde rechten beschikte als de echte ouders. Ik moest mezelf als plusmama helemaal opnieuw uitvinden. Alles waar ik de voorgaande jaren in had geloofd, gooide ik overboord en ik begon opnieuw. Enigszins ontredderd. Want, hoe dan wel? 

Plekje gezocht en gevonden

Mijn verwoede online zoektocht naar handleidingen, bracht me bij de magische zin: “Ieder kind heeft recht op een eigen dynamiek met zijn ouders”. Eyeopener, vond ik. Ik nam wat afstand, in die zin dat ik ophield met mijn regelneverij en beslissingen over mijn pluskinderen volledig aan de papa overliet. Dat gaf me rust, omdat ik me niet meer moest opjagen als de dingen niet verliepen zoals ik ze zag. Wat van mij, denk ik, een leukere huisgenoot maakte. 

Ik kwam tot de conclusie dat mijn rol als plusmama te vergelijken valt met die van een chiroleidster. Ik voed hen mee op. Ben er voor hen wanneer ze me nodig hebben. Om leuke dingen te doen, voor kusjes en knuffels en voor alle huishoudelijk-organisatorische aangelegenheden. Onvoorwaardelijk. Ze kunnen op mij rekenen om mee te helpen verzinnen hoe ze hun ouders ervan kunnen overtuigen om een GSM voor hen te kopen, maar de beslissing over de aankoop ligt niet bij mij. En dat is prima. Ik poets hun schoenen en was hun kleren, maar ze dwangmatig kopen, dat doe ik niet meer. Tenzij ik daar zelf zin in heb. En ook dat is prima. 

Plusmama, dat ben je niet omdat je toevallig een relatie begint met een man met kinderen. Plusmama, dat word je. Ik heb er jaren over gedaan om een goede invulling te geven aan mijn rol van plusmama. Eén die voor iedereen en in het bijzonder voor mezelf, comfortabel is. Het is allesbehalve gemakkelijk, want je bent en blijft een soort underdog in je eigen leven. Maar eerlijk, ik zou het onmiddellijk opnieuw doen.