Ik ga als moeder
wel eens de mist in. Ik probeer het niet te vaak te doen, maar het gebeurt. Bij
het rapport van kind 1 was er mist, veel mist. De eerst vijf
woorden op het rapport waren positief, maar vanaf het zesde ging het steil
bergaf. En het kwam niet meer goed. Het was het zoeken naar een lachende smiley.  Ook het aantal sterren was in de verste verte niet voldoende om van een voorbeeldig
kind te spreken. Dat mijn
zoon lachte als hij tot de orde werd geroepen, zat de meester duidelijk
diep. 

Op rapportenavond zelf zat ik te mindfullen met andere moeders die ook wel eens de mist in gaan. We vullen onze mind dan met geestverrijkende drankjes en wat chips. Ik las het rapport dus pas de ochtend nadien. Te laat om het nog te delen met al mijn Facebookvrienden. Maar dat maakte er geen minder emotioneel rapport van.

Ik besloot een goed gesprek te voeren met de meester. Met kind 1 erbij. Zo leerde hij dat dialoog belangrijk is. Zelf leek hij minder belang te hechten aan dit leerproces, maar hij moest mee. Opvoeden vergt soms harde daadkracht.

Ik ging naar de meester. Zoonlief achter me. Ik gaf eerst nog duidelijk aan dat ik zéker geen klagende ouder wilde zijn. Dat ik mijn kind zeker niet perfect vind. Dat ik mijn verantwoordelijkheid wil nemen, moest mijn zoon wat extra richtlijnen nodig hebben. En dat ik vind dat ouders meer vertrouwen moeten hebben in de leerkrachten. En ook nog dat ik me ervan bewust ben dat er veel te veel van leerkrachten wordt verwacht.

Sterren en lachende smileys

Ik hoorde mezelf verder gaan. Dat mijn kind wellicht niet erg voorbeeldig was geweest het voorbije semester, maar daarom toch niet zoveel sterren moest verliezen? Dat er ongetwijfeld ook goede dingen zijn die lachende smileys verdienen. Dat ik eigenlijk niet begreep vanwaar dit allemaal kwam. Dat ik toch een hele fijne en vooral verstandige zoon heb die misschien, toegegeven, heel af en toe wat speels kan zijn. Dat het eigenlijk een lief kind is. En dat als hij vond dat mijn lief kind het zo slecht doet, hij dat wel eens eerder mocht gesignaleerd hebben. Met de nodige nuance. Niet het lief kind zomaar afslachten met een paar zinnen op het rapport.

De man keek me aan. “Mevrouw”, zei hij. “Uw lief kind doet het best goed. Uw lief kind moet enkel zijn luistervaardigheden wat opkrikken. Zo zou uw lief kind bijvoorbeeld kunnen zwijgen als ik daarnaar vraag en niet beginnen te flatuleren. Uw lief kind zou ook een toets kunnen invullen zodat er punten gegeven kunnen worden. Maar u hebt ook een punt. Dit had met meer nuance op het rapport beschreven kunnen worden. Bedankt om me daarop te wijzen.”

Kak. Ik was zo'n "mijn-kind-schoon-kind"-ouder geworden

Ik zou het nooit worden. Dat soort moeder dat ongevraagd opkomt voor De Hedendaagse Ultra Liberale Assertiviteitsrechten van het Eigen Kind. En toch gebeurde het. Ik bleef bedeesd voor me uitkijken, naarstig op zoek naar gepaste woorden. Ik vond er geen. Zoonlief keek ostentatief de andere kant op. Hij scande de speelplaats om zeker te zijn dat zijn vrienden er nog niet waren.

“Het komt zeker goed met uw lief kind, mevrouw”, zei de meester. Hij wenste me zonder grammaticale fout een prettige vakantie en stapte weg. Mijn zoon rukte zich los. Ik slenterde de speelplaats af en ging naar huis. Onderweg belde ik een andere moeder. Of ze tijd had voor een geestverrijkend drankje.