Dat ouders
halve atleten zijn, daar valt iets voor te zeggen. Hun mentale en fysieke
uithoudingsvermogen wordt al eens tot het uiterste gedreven en ook al zijn ze
moe of voelen de benen niet goed, toch moeten ze er staan, en presteren- dag en
nacht. Daar waren slashparent Tineke en haar man hun, toen ze een kleine zes jaar geleden zwanger
bleken te zijn van hun eerste kind, heel goed van bewust. Wat ze toen echter nog niet
wisten, maar al heel snel zouden gaan beseffen, is dat het ouderschap voor veel
ouders een wedstrijd is. Eentje waar ze allerminst op waren voorbereid...

In welk team zit jij?

Kort na de zwangerschapsaankondiging bleek the game al helemaal on te zijn. Tussen alle welgemeende felicitaties door voelden we ons, op onze roze wolk, besnuffeld door al dan niet aanstaande ouders die de tegenstand leken te willen inschatten of trachtten te achterhalen of ze ons voor hun team konden rekruteren.

Fles- of borstvoeding? Rapley of papjes? Potjes of vers? Onthaalmoeder of crèche? Full-time werken of meer gaan thuisblijven? We werden overstelpt met vragen waar we vaak zelf nog niet aan hadden gedacht- laat staan dat we er al meteen een antwoord op hadden.

De minste uiting van twijfel of onzekerheid werd vaak opgevat als een uitnodiging om ons met alle mogelijke middelen- van anekdotes tot (pseudo)-wetenschappelijke argumenten toe- van een bepaalde keuze, een bepaald kamp te overtuigen. We mochten niet aan de zijlijn blijven staan, zo leek het. We moesten en zouden positie innemen en spelen.

DE PARENTALE TIENKAMP

Zonder het goed en wel te beseffen, zaten we plots middenin de Parentale Tienkamp. Met als eerste discipline de “Zolang Mogelijk Werken Voor Je in Zwangerschapsverlof Gaat”-marathon. Wil je niet voor flauwe trees versleten worden, dan loop je als aanstaande moeder maar best tot zo dicht mogelijk tegen die 39 weken aan.

Ik had al snel door dat ik in deze wedloop geen potten ging breken en koos er bij elk van mijn drie zwangerschappen voor om ongeveer een maand voor mijn uitgerekende datum van mijn welverdiende rust te genieten, zonder dat ik daarvoor een echte medische indicatie had.

Toch voelde het soms, door alle commentaren en verhalen van vrouwen die het toch veel langer dan mij hadden volgehouden, alsof ik mezelf veel te vroeg naar de bank had verwezen. Ik 'moest' me schuldig voelen over het feit dat ik niet mijn laatste restje energie had opgebruikt voor de bevalling.

TEAM TIET EN BABYBJORN-BASHERS

Nauwelijks was ik van deze tienkamp bekomen of daar wachtte de bevallingsrace al. Doel van het spel: een zo lang mogelijke arbeid. Pas als die langer dan een etmaal duurt, doe je mee voor de prijzen. Deze discipline ging me veel beter af, al werd ik door sommigen wel van dopinggebruik beschuldigd- ‘een epidurale, zo is het niet moeilijk natuurlijk’.

Wat volgde was een tactisch steekspel van heen- en weer- verwijten tussen borst- en flesvoedende moeders. Aanvankelijk sloot ik me vastbesloten aan bij Team Tiet maar al vroeg in de kamp vroeg ik mijn transfer aan naar de tegenstander- iets wat me door mijn voormalige teamgenoten niet in dank werd afgenomen.

Hierna volgden nog Grieks-Romeins worstelen tussen de aanhangers van onthaalmoeders en die van crèches en een wedstrijdje touwtrekken met aan de ene kant voltijds- en aan de andere kant deeltijds werkende ouders.

Tussendoor deden we ook nog een rondje boogschieten waarbij het de bedoeling was onze pijlen te richten op eigenaars van niet-ergonomische dragers- de BabyBjörners, zoals ze in de volksmond wel eens worden genoemd-, in een poging er zoveel mogelijk neer te halen.  

VUIL SPEL

Het spel werd vaak vuil gespeeld. Op elk moment moesten we voorbereid zijn op een smerige tackle of een slag onder de gordel uit onverwachte hoek. Zo liet ik me ooit aan de kassa van de supermarkt vloeren door een kassierster met de opmerking: ‘Die rommel krijgen mijn kinderen nooit’, toen ze een blik op de voorraad Olvarit-potjes in mijn mandje wierp.

En ik raakte ook wel eens gedestabiliseerd als er in de buurt van de schoolpoort al dan niet tactische bommetjes werden gedropt à la: ‘Wat zielig dat jouw kindjes telkens zolang in de opvang moeten zitten!’ en ‘Wie vergeet nu een afspraak voor het oudercontact?’- ja, wij dus.

Mijn teer moederhartje bleek trouwens heel blessuregevoelig. In deze constante wedstrijd zonder spelregels heeft het behoorlijk afgezien. Ook werd het uiteindelijke doel van het spel me nooit echt duidelijk. Is het de bedoeling om jezelf tot beste ouder te kronen of gaat het er vooral om de andere ouders met een slecht en onzeker gevoel op te zadelen?

GAME OVER

De lol is er ondertussen voor mij wel af. Na me drie keer onvrijwillig te hebben ingeschreven voor de Parentale Tienkamp, heb ik dan ook eindelijk besloten dat het genoeg is geweest. Ik gooi de handdoek in de ring en diskwalificeer mezelf.

Vind me gerust een slechte ouder, noem me maar een loedermoeder, het deert me niet langer. Ik heb er geen nood meer aan mijn opvoedingskeuzes voor iedereen te verantwoorden en ik hoef de keuzes van anderen niet meer onderuit te halen terwijl ik de mijne opdring om mezelf sterker in mijn ouderlijk vel te voelen.

Bij dezen wens ik me dan ook te verontschuldigen als ik in the heat of the game zelf ook ouders iets te hevig heb bekampt. Kom, laat ons affluiten en mekaar de hand schudden. Voor mij geen competitie meer. Het ouderschap is zo al uitdagend genoeg. Ik en mijn man doen wat we kunnen en waar we ons goed bij voelen. 

En we horen later wel van onze kinderen hoe we het er van af hebben gebracht. Tot dan is het wat mij betreft game over. Maar jullie zijn bij mij wel altijd welkom voor een gezellig potje Levensweg.