Huisje, tuintje, boompje, beestje. Dat is niet van 'ik ga het effekes afhalen in de eerste beste frituur', toch niet als je dit nog maar een beetje goed wil aanpakken. Je wilt toch niet dat dat huis met alles wat erbij en in hoort, weggeblazen wordt bij de eerste kleine herfst- of lentestorm. En zo'n stormpje mag je letterlijk en figuurlijk nemen. Slashparent Tineke vertelt.

TINEKE

Toen mijn man en ik ons eerste huis kochten, waren we nog jong en erg groen achter de oren. We waren amper een paar jaar samen en ik had nog maar net mijn diploma op zak, maar toch voelden we ons beiden klaar om ons als koppel te settelen in wat de makelaar eufemistisch omschreef als een charmante starterswoning die enkel een eenvoudige opfrissingsbeurt nodig had.

Trappelende voetjes

We droomden van een gezin en konden niet wachten om het te stichten. Terwijl we aan het verbouwen waren, zagen we in onze verbeelding al opgemaakte kinderbedjes in de kamers staan en speelgoed in de woonkamer rondslingeren. We konden het geluid van trappelende voetjes haast horen op de originele hardhouten vloeren die we aan het opschuren waren. We wisten nog niet wat het leven voor ons en onze relatie zou brengen, maar toch was ik er zeker van: hier worden wij een gezin.

Anderhalf jaar nadat we in ons huis waren getrokken, was het dan zover. Ons eerste kind werd geboren en maakte van ons even plotseling als langverwacht een gezin. Nog eens anderhalf jaar later volgde ons tweede kind. Ons gezinnetje leek compleet. Ons huis was vol. Alle kamers hadden een bestemming gekregen en waren gevuld.

En waar moet nummer 3 dan?

Toch beslisten we, zes jaar nadat we in ons huis waren getrokken, dat we de ruimte hadden voor een derde kind. Misschien niet in ons huis, maar zeker wel in ons hoofd en in ons hart. Want, al was het gezinsleven niet zo idyllisch en vredevol als we het ons hadden ingebeeld toen we aan het verbouwen waren, toch werden we er zo gelukkig van dat we het wilden supersizen.

Omdat we dat met ons huis echter niet konden, moesten we op zoek naar iets nieuws. Een paar maanden na de positieve zwangerschapstest vonden we een oplossing in de vorm van een bouwgrond, op amper een paar honderd meter van onze woning. Daar konden we naar onze eigen wensen en volgens de noden van ons groeiende gezin een nagelnieuwe woning neerzetten. Met onze architect bespraken we hoe dat huis er moest gaan uitzien: voor elk kind een kamer, een speelhoek, een tweede badkamer, een grote open leefruimte. Kortom, het perfecte huis.

Stresske hier, stresske daar

Maar het proces dat naar dat huis zou leiden, was heel wat minder ideaal. Het wachten op een bouwvergunning en het rondkrijgen van de lening bleken heel stressvolle processen. En toen we dan echt aan onze bouw konden beginnen, doken er problemen op met de grond en moesten er allerhande besognes worden uitgeklaard met de aannemer en zijn onderaannemers.

En ondertussen draaide ons gezinsleven natuurlijk op volle toeren verder. We merkten algauw dat bouwen met twee kleuters, een baby en twee voltijds werkende ouders geen evidentie is. Om de kosten te drukken, nam mijn man zoveel mogelijk werk van de aannemers over, waardoor ik er ’s avonds en in de weekends alleen voor stond met de drie kinderen. Maandenlang kwamen ik en mijn man elkaar alleen in bed tegen. Mijn kinderen moesten het doen met een vaak afwezige vader en een overspannen en oververmoeide moeder. Schuldbewust schotelde ik hen ongezonde afhaal- of diepvriesmaaltijden voor. De wasmanden puilden permanent uit en aan strijken kwam ik al helemaal niet meer toe.

Op een dag...

Naarmate de bouwwerken vorderden, kelderde mijn energieniveau maar stegen mijn verwachtingen. Niet alleen over hoe mijn toekomstige woning er zou gaan uitzien, maar ook en vooral over hoe wij in dat huis als gezin zouden functioneren. In het nieuwe huis met meer ruimte zouden we niet meer op elkaars lip zitten. In onze nieuwe keuken zou er elke dag vers worden gekookt. Aan de grote tafel in onze nieuwe eetruimte zouden we elke dag samen braaf en zonder mopperen onze bordjes leeg eten. In hun grote speelhoek zouden de kinderen harmonieus samen spelen. En in hun nieuwe slaapkamers zouden ze ongetwijfeld als roosjes de klok rond slapen. Terwijl de chaos rond mij epische proporties begon aan te nemen, troostte ik me met de gedachte dat we straks het perfecte gezin in het perfecte huis zouden worden.

Een paar weken voor de verhuis leefde ik me helemaal uit in de afwerking van mijn huis. Het zou zo perfect worden als ik al die maanden had gedroomd. Met de grootste zorg koos ik materialen en meubels uit en ik stortte me als een halve gek op de schilderwerken die de laatste weken tot diep in de nacht duurden. En toen was de dag van onze verhuis daar. Met ons vijven en onze ongelofelijk grote berg spullen, trokken we in ons huis. In ons perfecte huis…

Als het stof om je hoofd is verdwenen

Nu het bouwstof rond ons is gaan liggen en alle verhuisdozen stilaan zijn uitgepakt, besef ik dat niet alleen mijn huis, maar ook mijn gezin op heel stevige funderingen is gebouwd. Maar op de immense druk van mijn droombeelden zijn ze niet berekend. Dus moet ik realistisch zijn. In dit huis zullen stemmen zich verheffen en zal er ruzie worden gemaakt. Er zal ongezond afhaaleten verorberd worden aan onze eettafel waar onze leefkeuken lijdzaam zal moeten op toe zien. Zelf in onze splinternieuwe slaapkamers zal onze slaap er vaak bij inschieten. En ons huis zal er na verloop van tijd heel wat minder pinterest-waardig uitzien dan dat nu het geval is.

Dit is geen luchtkasteel, geen sprookjeshuis. Het is een echt huis voor echte mensen. Maar laat me ondertussen nog wat genieten van het zicht op mijn colour-coordinated boekenkast die nog niet overhoop werd gehaald en mijn maagdelijk witte muren waar nog niemand op getekend heeft. Van mijn nieuwe zetel, waar nog geen pap in werd gemorst. Van het nieuwe tapijt, waar nog niemand op heeft gekotst. 

Want ja, ik hou van de perfecte plaatjes die mijn huis oplevert. Maar ik hou nog veel meer van het imperfecte gezin dat er in zal wonen.