't Is allemaal zo gemakkelijk niet! En al zeker niet als je de dingen helemaal anders in je hoofd had uitgewerkt. De dagelijkse kost als in 'slashparenting' serveert je al eens, willens nillens, wat exotischere gerechten voor dan een eenvoudig boerenstoofpotje. Ook bij onze noorderburen dragen ze van hetzelfde laken een broek. Slashparent Marc aan het woord!

MARC

De jongste onderneemt steeds meer en bijt steeds meer van zich af. De transformatie van verlegen kleuter naar proactief durfalletje is indrukwekkend. Als ze buiten speelt en ik moet op zoektocht door de wijk omdat het eten klaar is, zijn er twee plekken waar ze hangt. Letterlijk. Aan een speeltuinrekstok. Zoals onlangs. Ik verscheen ter plekke en tikte meteen een beetje ambetant op het horloge dat ik helemaal niet draag. 

“Oh kijk, daar is mijn papa”, zei ze luid en duidelijk toen ze me zag. Het tikken maakte geen indruk. Wat bleek. Zij en haar vriendin S. hadden woorden gehad met wat andere meisjes uit de buurt. Het ging over haar naam, die is nogal rijmgevoelig. Gelukkig rijmt haar naam niet op ‘ina’ of ‘enis’, maar toch.

Demonstratief rolde ze de mouwen van mijn shirt op en zei: “Dit is mijn papa en die heeft tatoeages.” Ik was flabbergasted. Alsof dat anno nu nog indruk maakt. Wellicht wel in de beleving van een kind, maar in de buurt waar wij wonen maak je met een getatoeëerd lijf echt geen indruk. 

“Zij daar deden echt heel stom tegen ons”, riep ze hard genoeg zodat iedereen die er was - incluis de groep meisjes - het hoorde. Op weg terug naar huis vroeg ik me af waar dat schattige, achter mijn been verborgen mormeltje was gebleven.

Het verlegen mormeltje

Maar soms is ze weer even dat verlegen schattige mormeltje dat het ook allemaal niet zo goed weet. Onlangs vierde ze haar verjaardag ‘voor de familie’. Ouderen zijn saai en dus trok ze erop uit met haar nichtje. De ‘wij gaan buiten spelen’ is nogal breed interpretabel. In mijn jeugd betekende dat meestal kattenkwaad uithalen. Over die periode heb ik het liever niet met mijn kinderen. Die ene keer dat ik onverhoopt vertelde dat ik op de middelbare school achter in de klas stiekem onder de schoolbank een sigaret rookte, heeft een verpletterende indruk gemaakt. 

Ze vermoeden dus al het ergste. Ik vind dat ze het allemaal maar zelf moeten ontdekken. Zelf de grenzen opzoeken en met je neus tegen de feiten lopen. Van een bloedneus leer je meer dan je denkt. Wat ze vooral niet moeten doen is mij als voorbeeld zien. Althans, wat betreft kattenkwaad dan.

Maar goed. Een half uur later waren ze terug. De jongste huilend als een gekwetste puppy en haar nichtje die zich dapper hield. Het eerste wat ik dacht: kattenkwaad en betrapt.

 Al snikkend en tranend kwam het er hortend en stotend uit.

 “En toen gingen we terug. En ze keek heel boos. En haar stem ook, heel boos. En we keken om en toen riep ze ons. Haar arm hoog in de lucht.”

 (Overigens, voordat ik het verwijt krijg dat ik haar eerst moet troosten, dat deel was al opgepakt door R. Ik had vooral vragen.)

Zij is niet je baas, wij zijn je baas!

“Sorry, wat? Jullie gingen terug?”, vroeg ik.
“Ja”, snikte ze.
“Waarom ga je terug?” Ik was een beetje ondersteboven.
“Omdat de vrouw zei dat we terug moesten komen.”
“Omdat de vrouw zei dat jullie terug moesten komen. Aha. Maar dat doe je toch niet? Je gaat toch niet belletje trekken, dan wegrennen en terug om sorry te zeggen! Dat is tegen de belletjetrekregels. Zij is niet je baas, wij zijn je baas!”
“Maar ze zei het. En ze klonk boos”, fluisterde ze.
“Was dat bij dat huis met die paarse gordijnen?”, onderbrak de oudste het gesprek.
“Ja”, snikte ze.
“O dan snap ik het wel”, lachte hij.
“En wat weet jij daarvan vriend”, zei ik.
“Die is ook al eens heel boos geweest op Sem”, lachte hij.
“Dus jullie gingen terug en toen? Je bent toch niet bij haar binnen geweest hoop ik hè?”
“Nee, nee”, zei ze.

Ik zuchtte diep.

“Heb je hier iets van geleerd?”, vervolgde ik.
“Nee. Ja. Weet ik niet. Eigenlijk.”
Ik zucht opnieuw.
"Weet je, ik ga je iets leren. 
Vroeger, toen ik 9 jaar was…”

In de ogen van de oudste zie ik wat hij denkt. "Nee hè, hij gaat weer over vroeger vertellen."

“Wist je dat ik als kind heel snel was. Veel van mijn rensnelheid kwam van het wegrennen na belletje trekken.”

Draaiende ogen.

“Even luisteren jongens, belangrijk. De volgende keer als je belletje trekt, volg je deze stappen.”

Draaiende ogen.

“Eerst scan je de straat. Kies een huis dat niet direct op de hoek ligt, maar een huis of drie ván de hoek. Niet aanbellen bij senioren. Zoek achter de hoek naar een muurtje om je achter te verschuilen. Benader het huis niet van de wegrenrichting of langs het voorraam. Alles nog duidelijk?”

Draaiende ogen.

“Zoek op afstand naar de deurbel. Loop dan in een stevige pas naar het huis. Zet je afzetbeen in de goede richting - naar de hoek dus - en bel kort en krachtig aan. Ga direct rennen, sprint de hoek om en duik achter het muurtje. Nooit omkijken! Blijf rennen. Naar niemand luisteren, behalve naar je ouders. Tenslotte – en dit is belangrijk - nooit langs hetzelfde huis teruglopen! Oh en! Doe het vooral in een andere buurt dan waar je woont. Ik bedoel, een inbreker breekt toch ook niet in bij zijn buren.”

Draaiende ogen.

“Hier, nou veeg die traantjes maar weg.”

Levenslessen. Belangrijk.