Het is een en al moetjes dezer dagen. Moetjes die niet altijd even duidelijk zijn, waardoor er ook veel twijfels zijn dezer dagen. Met een heleboel vragen bovenop. Een mens krijgt er zowaar een punthoofd van. Dus binnenkort lopen we met z'n allen met een punthoofd rond, zoals dat van slashparent Elke. Die heeft er nu al een. 

Mijn hoofd doet pijn. Ik denk dat het woord ‘punthoofd’ uitgevonden is voor situaties zoals deze. Er zijn meerdere mogelijke oorzaken van de hoofdpijn. Het zou aan dat pubergespuis kunnen liggen dat al 7 weken non-stop en 24/7 rond mijn hoofd zoemt. Of aan dat telewerken, waarin zoommeetings elkaar opvolgen en ik van de laatste vergadering enkel de lelijke gordijnen van mijn collega herinner. Maar de echte oorzaak is iets anders: ik moet te veel nadenken.

Blijf met je hoofd uit de wolken

Ik ben van nature geen nadenker, ik ben zo een type dat vaak eerst iets doet en dan pas nadenkt. Ik ben ook niet de meest alerte persoon. Dat besefte ik al in het tweede leerjaar, toen juffrouw Erna op mijn rapport schreef dat ik teveel met mijn hoofd in de wolken zat en ik moest vragen wat dat betekende.

Maar dat hoofd-in-de-wolken is dus geen eigenschap die in de corona survivalgids staat, integendeel… Ik doe nochtans echt mijn best. Ik ga maar één keer in de week naar de winkel en voor ik ga, denk ik eerst een uur lang na en maak ik een ijzersterk lijstje. In de winkel probeer ik supergeconcentreerd te blijven en verdeel ik mijn focus over het lijstje en de  de 1,5 meter regel. Het voelt telkens als een opluchting als ik die kar terug in zijn rek zet. 

En toch,  iedere keer opnieuw kom ik thuis en besef ik dat ik nog dat pakje boter of de eieren ben vergeten. En dan begint het nadenken opnieuw. Kan ik een cake maken zonder boter? Kan ik helemaal geen cake maken? Is het verantwoord om nog eens naar de winkel te gaan? Zou de kassierster mij herkennen? Meestal eindigt het in een soort compromis waarbij ik één van mijn kinders naar de winkel stuur.

Zelfs gaan fietsen is nadenken. Is het niet te druk? En moet ik dan naar huis of gaan al die mensen straks sowieso naar huis en is het dan niet meer druk en ben ik dan voor niets naar huis gegaan? En rij ik genoeg rechts zodat iedereen voorbij kan, maar niet teveel rechts zodat ik bij de minste windstoot in de Schelde lig? Ik lag dus nog nooit in de Schelde, maar maakte wel al een mevrouwtje heel erg boos omdat die iets meer ruimte nodig had.

Magda?

En dan is er nog al dat nadenken voor mijn huisgenoten. Daarnet vroeg de jongste of ze met M. een fietstochtje mag maken en onderweg een ijsje halen bij de geitenboer. En dan begint dat hoofd weer te draaien. Kan een 11-jarige inschatten hoe lang 1,5 meter is? Moeten ze dan naast of achter elkaar fietsen? Mag je eigenlijk nog met contant geld betalen bij die boer? Waar gaan ze dat ijsje eten?

Maar het ergste is, volgens mij is het nog maar het begin. Binnenkort moet ik ook gaan nadenken of ik wel of niet aan mijn neus ga krabben als die jeukt en wat ik dan met dat mondmasker moet doen. En of ik eerst de mondmaskers ga koken of toch eerst de patatten.  

Ik kan er dus maar beter aan wennen, aan dat punthoofd.