Je bloedeigen kind moeten vertellen dat je ernstig ziek bent, het is een taak die geen enkele slashparent ooit wil volbrengen. Hoeveel kan je vertellen, delen of beloven aan je kind?  Evy (39) stond enkele maanden geleden voor deze moeilijke opdracht. Ze kreeg de diagnose borstkanker, een zware boodschap voor haar en haar zoontje Cas (9). Samen gaan ze de moedige strijd aan, maar dat is niet altijd even eenvoudig. 

Vlak voor Kerstmis vorig jaar kreeg Evy plots hevige pijn in haar borst. Een pijn die anders dan anders voelde, en dus besloot ze er toch mee naar de dokter te stappen. Het begin van een helse rollercoasterrit, die nog steeds aan het voortrazen is. Het hele verloop van deze helse rit kan je volgen op haar blog.

Op de eerste maandag van het nieuwe jaar kreeg ze van de radioloog te horen dat ze een goedaardig gezwel hadden gevonden in haar borst. Ondanks het woord 'goedaardig' besloot haar huisdokter haar toch verder door te verwijzen voor een biopsie. De klap die daarna kwam was keihard. Bijna een maand na haar eerste doktersbezoek was daar het verdict: borstkanker. 

Beloftes zonder garantie 

"Ik wil geen kanker meer!" Net voor ik het nachtlampje wilde uitknippen, barstte Cas in tranen uit en brulde hij snikkend dat hij niet wilde dat ik ziek ben. Het was de vooravond van weer een trip naar Leuven. Ik zou mijn zoon in de ochtend niet zien omdat ik bij nacht en ontij moest vertrekken zodat ik om 8u30 op tafel bij de gynaecoloog kon liggen. Het boezemde hem enorme angst in. "Kom jij nog wel terug?" Ik voelde hoe mijn hart in mijn borstkas brak. "Natuurlijk kom ik terug! Ik sta morgen aan de schoolpoort om jou op te wachten." Ik  probeerde vrolijk te klinken en vocht tegen mijn tranen. Kon ik hem dit wel beloven terwijl er al 2 maanden geen garanties meer waren geweest? "Maar heb jij dan nog wel borsten?", fluisterde hij en vervolgens stroomde er weer een hoop verdriet over de zachte wangen van mijn vermoeide kind. 

Wat deed ik mijn kind aan?! Ik kon het niet helpen dat mijn schuldgevoel aanzwol en tegelijkertijd werd ik woest op de kanker die ons leven zo brutaal overhoop had gegooid! Ik trok Cas zo dicht als het kon tegen me aan en negeerde daarbij de pijn die ik voelde in mijn gekwetste borst. Het donsdeken trok ik op tot aan onze kinnen alsof het ons zou beschermen tegen het monster dat kanker heet. Ik liet mijn zoon uithuilen en vertelde hem intussen dat ik zo trots op hem ben, omdat hij het ondanks alles zo ontzettend flink doet. Met mijn neus in zijn haar gedrukt bedankte ik hem voor zijn moed, geduld en liefde en ik verzekerde hem dat wij hier samen zouden doorkomen! Ik somde namen op van mensen die ons helpen en hoopte zo Cas weer veiligheid te kunnen bieden.

Vervloekt negativisme 

Stilaan bedaarde hij en begon hij praktische afspraken met me te maken. "Dus opa brengt me naar school?" "Ja." "En jij haalt me op?" "Klopt". Stilte. "En opa maakt dan spek met eitjes morgenvroeg?" Ik giechelde. "Dat denk ik wel." Alweer stilte. Cas was nog niet toe aan giechelen. "Mama?" "Ja, vriend?" "Ik wil dat je me morgenvroeg wakker maakt voor je vertrekt. Ik moet jou zien." Er waggelde een traan over mijn wang, gelukkig was intussen het lampje uit. "Natuurlijk, vriend, dat doe ik." Ik bleef bij Cas liggen tot zijn ademhaling zwaarder werd. 

In de woonkamer plofte ik naast Bart in de zetel. Vanuit de slaapkamer van Cas klonk er af en toe nog een "Slaapwel, mama" en een "Ik hou van jou", maar het stemmetje werd steeds zwakker en uiteindelijk werd het stil. Ik vertrouwde Bart toe dat ik een belofte had gemaakt die ik misschien niet zou kunnen nakomen en dat maakte me bang. Wat als er morgen iets verdachts wordt gezien op de echografie? Dan zou ik langer in het ziekenhuis moeten blijven voor verder onderzoek en kon ik waarschijnlijk mijn zoon niet opwachten aan de schoolpoort. Ik mocht zo niet denken, zei Bart en ik gaf hem helemaal gelijk!

Maar ik was het intussen zo gewend dat er na elk onderzoek, of na elke raadpleging iets extra moest gebeuren dat ik moeilijk kon geloven dat het nu anders zou zijn. Bah, ik verfoei dit negativisme! Ik hoopte luidop dat het dit keer eenvoudig zou zijn: twee gezonde eierstokken die - ironisch genoeg - zo snel mogelijk verwijderd konden worden. 

Alle gekheid op een eierstokje

Mijn eierstokken vormen een dubbel gevaar. Enerzijds omdat zij de hormonen produceren die mijn huidige kanker voeden, en dus doen groeien. Anderzijds omdat ze zelf een doelwit zijn voor de BRCA1-genmutatie. Het was een enorme opluchting te vernemen dat mijn eierstokken - zoals gehoopt - geen letsels vertoonden en dus op dit ogenblik nog kankervrij zijn. Er zou geen bijkomende behandeling nodig zijn waardoor de ingreep ook weldra en zonder omhaal zou kunnen plaatsvinden. Ik omarmde dit opstekertje.

Ondanks de uitstekende staat waarin mijn eierstokken zich bevinden, is het toch nodig om ze te verwijderen, precies omwille van dat dubbele gevaar. Wat nu niet is, kan wel nog komen, en door mijn genmutatie is de kans extra groot. De inspuiting die ik vorige week had ontvangen, had de hormoonproductie in de eierstokken al voor het overgrote deel stilgelegd. Maar om deze kanker geen kans op overleven te geven, zou de fabriek niet alleen stilgelegd moeten worden, maar ook worden afgebroken. Ik maak me geen zorgen om deze ingreep. Voor de artsen is dit een routineklus en voor mezelf zou het herstel ook miniem zijn. 's Ochtends binnen en 's avonds buiten met 3 kleine sneetjes in de onderbuik. Een peulenschil tegenover de andere operaties die me te wachten staan. Ook psychologisch gezien zou deze operatie minder zwaar zijn.

Wij samen

Toen Bart en ik na de echografie, en in afwachting van het gesprek met de gynaecoloog, ons ontbijt zaten te nuttigen in de lobby van het ziekenhuis, keek ik uit op de wachtzaal van de pediatrie. Perzikzachte, rozige baby's bliezen bubbeltjes vanuit hun kinderwagen en heel eventjes, een fractie van een seconde maar, overviel me een gevoel van weemoed. Nee joh, dacht ik bij mezelf, straks haal je je prachtige kindje op van school! Het contrast kon niet groter zijn: ik was bijna dolblij dat mijn 'baby making'-organen eruit mochten terwijl rechts van mij vrouwen zaten met nieuw leven in of op hun schoot. Beland maar eens in mijn situatie, terwijl je nog een kinderwens hebtbedacht ik me. Zie je, het kan dus altijd erger. Ik draaide me weg van al die snoezigheid en keek in plaats daarvan naar mijn man, die net op dat moment een kruimeltje achterliet in zijn baard. Ik glimlachte bij dat aanzicht en voelde me minstens zo vertederd als zo-even.

Om 15u35 stond ik aan de schoolpoort, dankbaar dat ik er kon zijn en opgelucht dat ik mijn belofte had kunnen nakomen. Cas stak de straat over, recht in mijn armen. Gedurende één tel waren wij twee de enige mensen daar. En met onze omhelzing spraken wij een taal die alleen wij konden begrijpen. We waren weer samen, alles was oké.