Overkomt kinderterreur enkel jou, denk je? Of heb je die laatste opvoedkundige crisis toch niet zo geweldig aangepakt? No worries. Je bent niet alleen. In “So what” laten we telkens een andere slashparent aan het woord over een herkenbaar fenomeen in het ouderschapsleven.  Zoals slashparent Barbara en haar grabbelende koters in de supermarkt.

Barbara is een thirtysomething, mama van 3 en eeuwig warhoofd. Ze is -naar eigen zeggen- het type vrouw dat luidkeels meezingt in de auto en vervolgens keihard de afrit mist. Of voor de zoveelste keer vergeet wanneer die zwemles nu weer is op school. West-Vlaamse in hart en nieren en woonachtig tussen maïs en patatten. Iphone standaard in de hand…en een beetje van een blogger en instagram-addict.

Hoe het begon…

Ik ben een vrouw die veel van haar principes heeft laten varen sinds ze kinderen kreeg. Zo vond ik het vroeger bijvoorbeeld not done als kinderen zélf om een schelleke bedelden bij de slager. Nu weet ik wel beter. Die moeder had toen haar kind waarschijnlijk ook aangemaand om flink te zijn tijdens het winkelen “of het zou geen schelleke krijgen”. Misschien had ze haar peuter met deze list uit de auto gelokt na een woede - ik wil nie meeeeee- aanval. Ik begrijp nu die moeder die haar kind in het oor fluistert: “Vraag het maar.” als de slager het allerbelangrijkste vergeet. Ik weet net als zij dat een scène op de parking het laatste is waar ze zin in heeft. Ik werd namelijk ook moeder van 3 mondige schellekes monsters.

Het hespeworst-principe losgelaten

Samen met het "hespeworst-principe" liet ik ook het “1 proeverke in de supermarkt” –principe varen. Terwijl ik in het pré-kids tijdperk al eens hoofdschuddend staarde naar die kinderen die hun mond volpropten met toastjes, weet ik nu dat er nog moeders zijn die zoals ik boodschappen doen op het middaguur, of 10 minuten voor de sportles. Sporten op een lege maag is nu éénmaal niet aan te raden. Want niet alleen vergeet ik al eens mijn principes, hun snack voor in de auto dus ook.

Hoe het escaleerde…

We weten allemaal dat er op zaterdag wel wat te smullen valt in de supermarkt. Vlug even boodschappen doen voor het weekend werd in no time voor de jongens een “speurtocht naar het volgende hapje”. Terwijl ze vroeger smeekten om in de auto te mogen blijven, springen ze er intussen uit voor ik goed en wel geparkeerd ben.

Dat het dus ietwat escaleerde. Ongegeneerd proppen ze hun mond vol terwijl ik winkel alsof ik hen niet ken. Denk nu niet dat ik hen nooit aanmaan om wat minder enthousiast naar de hapjes te zoeken, of hen er niet aan herinner dat er nog mensen willen proeven. Zinloos…  Blijkbaar gaat honger samen met hardhorigheid.Ik probeerde al op andere dagen mijn boodschappen te doen, maar iets vergeten blijkt chronisch bij mij.

De oplossing lijkt nu vanuit de kant van de winkel te komen, of ze moeten besparen of ze zien ons al van ver komen… hun hapjes werden aanzienlijk minder talrijk de laatste weken. Alhoewel oplossing… nu staan die kinderen allemaal aan de bonbon-bar te kwijlen.

Andere – hoewel toch niet zo – verhalen…

Je herkent trouwens kinderen die in volle groei zijn aan deze klassieker. Je bent ergens op bezoek en je kind vraag meteen om eten. De eerste schaamte ben je nog maar net te boven of die lieve gastvrouw somt gans haar assortiment op en het kind antwoordt doodleuk: “ Ik vind dat allemaal niet lekker. Heb je snoep?” En dan weet ik dat ik misschien wat meer principes moet beginnen invoeren nadat ik de moed heb gevonden om terug uit de grond te kruipen.