Er was eens, heel lang geleden, een roze wolk die het ouderschap werd genoemd. Een plek vol rozengeur en maneschijn, waar je met je versgeperste kroost vol zachtheid in belandde. Een wereld waar er alleen maar plaats was voor intens geluk, strakke lijven en harmonieuze relaties. Een happily ever after na de bevalling. Niet voor tegenstrijdige gevoelens, aambeien of nachtelijke ruzies over  wiens beurt het is om op te staan. Elke firsttime slashparent herkent zich wel in het gevoel om met een harde knal van het voorgekauwde neoroze midden in de poepluiers en de kraamtranen te belanden. Zonder echo. Met veel onzekerheid en eenzaamheid tot gevolg. 

Nu, anno 2019, is de situatie gelukkig al heel anders. Er was The Gentlemom, er kwam mildheid én herkenbaarheid. Rose ruimde plaats voor appelblauwzeegroenzwartpaarsrood. Oef. We zijn er echter niet helemaal. Als het over onze bloedjes gaat, onze meest dierbaren, dan gaan de tenen soms iets harder en sneller krullen. Welke oudertaboes gelden er nog anno 2019? Elke maand nemen we jullie mee en proberen we aan de hand van een stelling, één grote ballon ingehouden lucht te doorprikken. Vandaag: kinderen en vervelend gedrag.

Irritant joenk

Ik hoor jullie al denken ‘ho maar, dat is toch al lang geen taboe meer’. Oké, misschien niet bij de gemiddelde Maison Slash - lezer (ruimdenkend als we zijn) maar check maar eens hoeveel controverse Siska Schoeters oogstte met haar ‘kleine fuckers’ - uitspraken. Terwijl zij toch gewoon zegt wat iedereen denkt, niet? 

Helga, moeder van twee: ‘Hier komt er vaak ‘ambetant joenk’ uit mijn mond geglipt. Want ja, dat zijn ze soms echt’.

Christel: ‘Ik zeg het ze regelmatig: sommige dagen zijn jullie om op te eten. Andere dagen heb ik spijt dat ik jullie niet heb opgegeten. Zalven en slaan met woordjes quoi…

Erika, moeder van twee zonen: ‘Ik heb hier een enorme 16-jarige betweter in huis, maar echt hè! Ik doe niet mee aan subtiliteit, dus ik zeg ook rechtuit dat hij bijzonder irritant kan zijn. Hij kan daar mee om, hij kent mij, ik ken hem. Hij kan ook lief zijn, en dat zeg ik dan ook.

Is dat ook niet een deel van opvoeden? Is de thuisomgeving niet een soort van mini-biotoop waar ze zich moeten leren bewegen vooraleer ze de grote jungle intrekken? En hoort daar ook niet bij, dat we onze kleine fuckers mogen wijzen op hun fuckerig gedrag? Zonder verbloeming? Volgens kinderpsychologen Sofie en Elke Peeters is dat goed, zolang je mikt op de boodschap en niet op de boodschapper zelf: ‘Het is belangrijk dat je steeds benadrukt dat het om vervelend gedrag gaat, en niet dat je kind zelf vervelend is. Zeg dat het kind iets stouts gedaan of gezegd heeft, niet dat het stout is.' Duidelijk.

Bovendien leren kinderen hier ook iets heel waardevols mee: dat er vrijuit mag gepraat worden, zonder taboes. En dat kritiek geven niet betekent dat er minder graag gezien wordt. Wat geen slechte levensles lijkt voor een later stabiel en evenwaardig amoureus leven, lijkt me. Dat laatste is wel van toepassing zolang je als ouder ook genoeg complimenten en aanmoedigingen geeft, zodat alles in balans blijft. 

En glipt er toch een ‘ik ga jullie achter het behang plakken’ uit de mond, onthou dan wat onze grote vriend (en psychiater) Carl Jung ooit poneerde: ‘Kinderen worden opgevoed door hoe de volwassene zich gedraagt. Niet door wat hij zegt.’ Oef. 

Maar hij is moe

Het is dus duidelijk dat Slashparents zichzelf weinig censuur opleggen, maar hoe zit dat in de wijde buitenwereld? Hoe wordt daar gereageerd op ‘open communicatie’ met en over de kroost?

Babs, moeder van 3: ‘Ik vind mijn nakomelingen soms strontvervelend en heb niet altijd zin om daar een positieve ‘maar’ achter te zetten hoewel dat wordt verwacht. Met vrienden en familie kan ik daar vrijuit over praten, maar ik merk dat het onder collega’s, kennissen of op sociale media voor veel ongemakkelijkheid zorgt.’

Jenni, moeder van 2: ‘Het valt me op dat als ik met vriendinnen babbel, er altijd een reden moet volgen op de mededeling dat het een vervelende dag was. Met stip op een: ‘ze zijn moe’. Of de andere dooddoener ‘maar we zien ze toch zo graag’. Alsof we alle frustraties maar telkens weer onder de mat moet vegen’. 

Google er maar eens op los op het onderwerp: je komt telkens op pagina’s met het één of ander opvoedingsadvies. Kinderen die vervelend doen vervelen zich, of hebben meer aandacht nodig. Of wacht, misschien zijn ze wel hoogbegaafd of hoogsensitief? Hoe je het ook draait of keert: een vervelend kind betekent dat jij als ouder terug aan de slag kunt. Terwijl we al zo moe zijn. Want laat nu net dit een kern van het probleem zijn.

Zoals filosofe Els Van Peborgh stelde in een opiniestuk in Charlie: ‘Kinderen gooien roet in het eten. Ze halen je verwachtingen overhoop. Je mag datgene waar Siska en ik last van hebben, namelijk de wens tegelijk een uitstekende moeder, partner en vriendin te zijn en dat tegen de achtergrond van een bloeiende carrière, in het perfecte decor en met de juiste kleren, gerust dwangneurotisch perfectionisme noemen.’

Er is bovendien o-ver-al informatie te vinden. Op het net, bij de vroedvrouw of de bomma. Van Peborgh: ‘Het is alsof deze generatie ouders op geen enkele manier nog onwetend mag zijn. We dragen een loodzware, geïnformeerde verantwoordelijkheid over onze kinderen en wanneer we één van die talloze adviezen zomaar negeren, mogen we daar door jan en alleman op aangesproken worden.’  Sla je alle adviezen in de wind, tja, dan is jouw vervelend kind toch ook beetje jouw schuld? De maakbare maatschappij waarin we leven, maakt dat we alles moeten kunnen oplossen en verklaren. Zo ook vervelend gedrag dus. Terwijl kinderen toch ook, net zoals wij, gewoon recht hebben op eens klotedag zonder daar meteen een diagnose voor te krijgen, niet? 

‘Maar we zien ze toch zo graag’

Enkele verwarde zielen buiten beschouwing gelaten voelt elke ouder een onvoorwaardelijke liefde voor zijn kroost. Ik zou zelf, als niet-al-te-grote sportieveling met een dubieus uithoudingsvermogen het kanaal overzwemmen voor mijn offspring. Zonder twijfel. Toch is dit geen vrijgeleide om elk gedrag met de mantel der liefde te bedekken. Het ene staat volledig los van het andere. Maar door dit in elke discussie als non-argument aan te halen, zorgt het voor een nefaste nevenwerking: ergens onderhuids zorgt het ervoor dat ik het gevoel heb dat ik eigenlijk niet mag klagen. Waardoor het meestal dan ook niet gebeurt. Terwijl ik gewoon eens zin had om een potje heel hard te door te zagen. Opluchtingstherapie, daar bestaan vriendinnen toch ook voor?! 

Bovendien zorgt die bespreekbaarheid voor herkenbaarheid, en dus ergens ook opluchting ‘Oef, op een ander gebeurt dat ook’. Ik zie nog steeds het beeld voor mij: hoogzwanger van nummer 2 (dus emotioneel al een wrak) had ik me huilend opgesloten in de vestiaire omdat nummer 1 een peutercrisis van jewelste had. Wie de zoekgeschiedenis op mijn pc dan had nagekeken, had waarschijnlijk de termen ‘ODD’ of ‘gedragsstoornissen bij kinderen’ gevonden. Terwijl een goed gesprek en een glas rosé (alcoholvrij hé) veel sneller voor een kalmerende hartslag en minder doemgedachten had gezorgd.

Talk the talk

Eigenlijk raakt dit ons in de kern van de New Generation Parents: we zijn alles behalve perfect en onze kinderen zijn dit evenmin. Niet alles hoeft een oorzaak of verklaring te hebben en frustraties uitspreken alleen al zorgt een forse vermindering van de druk op de ketel. Aan de schoolpoort, rond een glas witte wijn of ’s avonds in de zetel: er is altijd wel een moeder of een vader die even nood heeft aan onverbloemde ventilatie. Probeer dooddoeners, de belerende vinger of de opvoedingsadviezen achterwege te laten en gewoon te luisteren. Oprecht. Talk the talk, en er komt opluchting, herkenbaarheid en vaak ook energie in de plaats. Energie om daags nadien weer die kleine fuckers aan te kunnen.