#Ikkanda. Dat is zowat het credo van elke slashparent. Ook al is het dagelijks de ballen in de lucht houden enkel en alleen met je eigen kinderen en activiteiten. Waarom dan niet ook de wereld in huis halen onder de vorm van een Thaise uitwisselingsstudent in pubervorm?  Slashparent Tine deed het. En ze kreeg meer dan ze vroeg. TINE Sinds augustus woont er een Thaise jongen van 17 jaar bij ons in huis. Toen ik dat plan begin vorig jaar aan vrienden en kennissen vertelde, kreeg ik regelmatig de reactie: “Wat ben jij aan het denken? Een meer-dan-fulltime job, drie kinderen, sociale engagementen, revalidatie van een knieoperatie en alle andere shizzle in je leven is niet druk genoeg; ik neem er nog een puber bij?” Soms volgde zelfs: “Jij liever dan ik!” Toen lachte ik dat weg. Want hoeveel werk kan een 17-jarige nu zijn? Met een beetje geluk vindt hij het ok om af en toe een avond thuis te blijven met een paar van de kinderen, zodat ik naar de kinesist kan terwijl mijn lief gaat joggen. Perfect toch? En wat een ervaring voor ons en de kinderen om in “real life” kennis te maken met een totaal andere cultuur. Ik zag het al zo voor mij; een bondgenoot om eens over mijn oude middelbare school te praten, een vriend die ik met goede raad kan helpen met de struggles in zijn jonge leven, en een bron van boeiende gesprekken over culturele verschillen.

OMG!

Laat me even duidelijk stellen dat we ons niét beklagen dat we in het avontuur gestapt zijn. Maar OMG, wat had ik foute verwachtingen! De eerste maanden hadden we een buitenshuis feestende puber in huis. Als hij thuis, was hij teruggetrokken en beperkten onze interacties zich tot praktische hulp, chaufferen en administratie regelen. Zijn focus lag op uitjes en feesten met andere uitwisselingsstudenten over heel België. Woensdagmiddag na school de trein nemen naar Luik om te raven in de fuifwijk “Le Carré”, waarom niet? Vaak vergat hij ons te vertellen waar hij heenging zodat we al eens zaten te blinken met het avondeten. Thuis blonk hij dan weer uit in mentale afwezigheid. Een handje uitsteken in het huishouden gebeurde enkel op verzoek, en dan nog maar half en heel traag. We voelden ons op den duur meer een B&B dan een gastgezin. Ook op school liep het stroef. Hij kwam die eerste maanden 17 keer te laat en viel af en toe in slaap in de les. Op familiefeestjes keek hij dan weer de hele tijd op zijn smartphone (I know, pubergedrag). Als wij hem meenamen op culturele uitstap, voor een deathride, naar een sportclub of een etentje en we vroegen nadien wat hij ervan vond, dan kregen we steevast “so-so” te horen.  Het werd op den duur een grap in ons gezin. Als er iemand lastig liep, antwoordde die op alle vragen “so-so”, zelfs onze vierjarige pruts.

Introvert? Of culturele uitdaging?

We dachten even dat hij gewoon introvert was. Tot er een groepje Thaise studenten een nachtje bij ons kwam logeren. Hoewel we weinig van hun gesprekken begrepen, bleek onze gastzoon plots een geanimeerde gastheer, onderhoudend en enthousiast. We begrepen er niets van – maar goed,  we hebben zelf dan ook nog geen pubers. We hebben natuurlijk wel een paar pittige gesprekken met hem gehad, maar die waren nogal éénrichtingsverkeer. We weten intussen dat Thaise jongeren absoluut niet de gewoonte hebben om enige reactie te geven als je een probleemsituatie aankaart, maar dat wisten we toen nog niet. Thaise jongeren ondergaan het gesprek, antwoorden niet of amper op je vragen en doen daarna gewoon verder. Dat is geen slechte wil, dat is een manier van overleven in een maatschappij waar het veel deugdelijker is om meegaand te zijn (of te lijken), dan om voor je mening op te komen en in debat te gaan. Ook worden kinderen van rijke gezinnen in Thailand heel erg gepamperd, dus je eigen bord in het afwasmachine zetten was echt een nieuwe ervaring voor hem. Tot slot wordt “yihaa-enthousiasme” niet hoog aangeschreven, dus daarvan onthield hij zich. Maar dat wisten we dus allemaal niet.

Punt uit. Genoeg is genoeg.

Zo ongeveer rond Sinterklaas begonnen de gesprekken  dan toch vruchten af te werpen. Hij probeerde al eens te spelen met de kinderen, en de kinderen sloten hem meteen in hun hart. Het was mooi om te zien hoe hij in slecht Nederlands, en zij in slecht Engels samen UNO speelden, of zwartepieten. Maar met de volwassenen bleef hij stroef. Ettelijke keren hebben we hem gezegd dat hij zichzelf zo echt contact met anderen ontzegt. Belgen investeren een paar keer om iemand op sleeptouw te nemen, maar als je weinig enthousiasme, dankbaarheid of zelfs weerwerk krijgt, stopt het. In de kerstvakantie hebben we er een punt achter gezet. We belden de organisatie en vroegen of ze konden uitkijken naar een ander gastgezin.

Or so we thought…

Toen we hem ’s avonds vertelden dat we de stekker eruit trokken, waren daar opeens de tranen. Dat hij zo graag bij ons is, zo gehecht aan onze kinderen. Tussen snikken en snuiten vertelde hij dat hij het zo moeilijk vindt om met volwassenen te praten, dat hij gewoon is om hen te volgen (en het zijne ervan te denken). Niemand deed die nacht een oog dicht, en ook de volgende dag bleef ik piekeren. Deden we wel het juiste door er een punt achter te zetten? Mijn energie was op. Echt op, hoofdpijn en al. Maar die jongen bedoelde het niet slecht.

We gingen op café, als echte Belgen

Dus toen hij en ik die avond alleen thuis waren, gingen we samen op café. Ik vertelde hem open hoe ik mij gevoeld had in die vier maanden. Dat ik mij niet meer op mijn gemak was thuis, dat ik teleurgesteld was, en moe. Heel moe. En ik vroeg hem naar zijn aanvoelen, zonder ontwijkende antwoorden te aanvaarden. Het was best heftig.  Hij bekende onder meer dat hij niet begreep hoe ironische humor werkt, en dus vaak onzeker was over wat we bedoelden. Die avond schreven we samen afspraken op een papier. Concrete en duidelijke afspraken over hoe we met elkaar zouden omgaan.

Groeien doe je buiten je comfortzone

Dat was de omslag. Hij blijft natuurlijk wie hij is, puber en al. Hij vergeet nog wel eens zijn sleutel en hij is nog steeds getrouwd met zijn smartphone, maar zijn ogen zijn open gegaan. Hij helpt nu al eens in huis, ruimt zijn eigen spullen op en vertrekt op tijd naar school. En bovenal: hij investeert in relaties met volwassenen, doet daarbij aandoenlijke pogingen om zijn mening te verwoorden en toont meer enthousiasme als hij iets waardeert. De mondigheid die hij verworven heeft, is een cadeau voor het leven. Maar hij is niet de enige die gegroeid is. Ik heb geleerd om iemand op te nemen zoals die is, ook al is die heel anders. En bovenal heb ik geleerd grenzen te trekken. Dat klinkt contradictorisch, maar zonder grenzen kan je je niet openstellen. Dan blijf je de voorkomende gastvrouw die alles tolereert om het de gast naar zijn zin te maken, maar stiekem hoopt dat die gast vertrekt zodat ze eindelijk met een slobberbroek een goed boek kan lezen in de zetel. Dat hou je niet vol.

En nu?

Toen de organisatie deze week belde om te melden dat ze een tijdelijk opvanggezin gevonden hadden, wilden we hem niet meer kwijt. Onze gastzoon blijft nog tot eind juni bij ons, en we genieten van de boeiende periode die er ongetwijfeld aankomt. Het voelt nu al bijna zoals met mijn gastzus uit Jamaica, die intussen 21 jaar geleden bij ons woonde en nog steeds een zus is. Kudos to you, Melissa King!

Praktisch

Onze Thaise gastzoon kwam bij ons via de organisatie AFS. Ze zijn georganiseerd per regio en het leeuwendeel van de werking wordt gedragen door vrijwilligers. Gastgezin worden doe je ook vrijwillig, je wordt er dus niet voor betaald. Ben je nieuwsgierig? Neem eens een kijkje op www.afsvlaanderen.be. Je hoeft zeker niet te wachten tot augustus 2018. Regelmatig komen er studenten en werkstudenten aan voor kortere periodes, en de vrijwilligers zoeken tussendoor af en toe ook opvanggezinnen voor kortere of langere tijd. Voel je het kriebelen? Doen. Maar onderschat de intensiteit van de ervaring niet, zeker niet als je zelf nog geen pubers in huis hebt.