Winterse dagen met wat warms en lekkers tussen je handen, hangend voor een knetterend haardvuur na een romantische wandeling door de sneeuw. Noorse sokken en de meest wollige hond aan je voeten. Klinkt allemaal heel romantisch, maar voor sommigen onder ons is het niet meer dan een periode van snottebellen, schuifpartijen, jeukende wintertenen en een smachtend verlangen naar de eerste lentebloesems! Ook slashparent Tineke zou niets liever willen dan in een winterslaap te kunnen gaan.

TINEKE

Begrijp me niet verkeerd, ook al mag ze nog wel wat gefinetuned worden en vallen bepaalde stukken al beter mee dan andere, over het algemeen ben ik best tevreden met mijn menselijke gedaante. En toch lijkt het me momenteel wel een heerlijk idee om een egel of een schildpad te zijn. Ik voel zelfs een hint van jaloezie als ik dezer dagen denk aan het leven van een slang of een vleermuis. Niet dat ik per sé klein of stekelig wil zijn of graag eens ondersteboven zou hangen. Nee, ik benijd deze dieren om één ding en één ding alleen: hun winterslaap.

KLAMME WINTERJASSEN EN AFZAKKENDE PANTY’S

Je volproppen met vanalles en nog wat tot je echt niet meer kan- kwestie van de vetreserves te verzorgen- en je daarna afzonderen om een dutje aan te vatten dat de hele winter zal duren, dat heeft de natuur goed bekeken en zou ze, als ik eerlijk ben, ook wel eens voor mij mogen voorzien. Want wat zou ik dit seizoen, dat als je abstractie maakt van de kerstlichtjes, kaarsen en knisperend haardvuur vooral koud en donker aanvoelt, toch graag eens overslaan…

Mijn ogen sluiten als de laatste bladeren van de bomen vallen en terug wakker worden als ze weer vol bloesems staan, ik zou er best veel geld voor over hebben. Geen nachtvorst en kapot gevroren buitenkraantjes. Dag rijmplekken, aanvriezende mist en bijhorende val- en schuifpartijen. En vaarwel donkere dagen, wintertenen en van de kou gebarsten lippen. Geen hopeloze zoektochten meer naar winterlaarzen die rond mijn brede kuiten passen en panty’s die niet afzakken. Gedaan met het ochtendlijke gedoe met winterjassen die nog klam voelen van de regen van gisteren en kinderen die steeds één handschoen lijken te missen. Maar vooral: tot nooit meer, winterkwaaltjes!

VERVLOEKTE WINTERKWAALTJES

Want waar ik dit winterse seizoen pas echt voor vervloek, zijn haar typische kwaaltjes waarmee ze mijn kinderen haast constant lijkt op te zadelen. Uit elke kinderneus hangt hier de hele winter lang een draad snot, nu eens onschuldig doorschijnend, dan weer weinig goeds voorspellend groenig geel van aard. Ze worden met een weinig smakelijk geluid opgesnoven, afgeveegd aan de mouw van een trui of in een papieren zakdoek gesnoten die daarna bijna onvermijdelijk via een broekzak in de wasmachine belandt.

Menig winterse avond of nacht wordt hier in huis begeleid door de soundtrack van het schrapende gehoest dat uit geprikkelde kinderkeeltjes klinkt. Voeg daar nog de occasionele keel- of oorontsteking en hier en daar eens een koortsige rilling aan toe en daar heb je hem: de neerslag van mijn gemiddelde winter sinds ik moeder ben.

BALSEMEN VAN BORSTKASSEN EN AANROEPEN VAN GODEN

En hoe hard ik ook probeer, hoeveel middeltjes ik ook bij de apotheek ga halen of uit mijn badkamer- of keukenkasten tevoorschijn tover, het lukt me maar niet om die kwaaltjes het hoofd te bieden. Alle soorten siropen, pastilles, sprays, balsems en oliën ten spijt blijven de winterse virussen en bacteriën hier welig tieren en lelijk huis houden. Borstkassen worden ingewreven, de lucht wordt bevochtigd en de goden worden aanbeden, maar toch blijven de kwaaltjes hun tol eisen op de gezondheid van mijn gezin- en daarbij ook de kwaliteit van mijn nachtrust.

Want als ik ’s winters mijn in flanellen pyama gehulde kouwelijke lijf onder mijn stapel dons- en andere dekens vlei, weet ik dat de kans groot is dat ik luttele minuten of uren later gewekt word door gekuch, gehuil of gejammer en mijn blote voeten de koude slaapkamervloeren moeten trotseren om een van winter doordrongen kinderlijfje te troosten tot het op mijn schoot of in mijn armen opnieuw in slaap valt.

En als ik dan naar dat zielige lijfje kijk dat zich tegen mama aan vleit, en de koortsige adem tegen mijn huid voel vertragen, besef ik dat, hoewel ik ze benijd voor hun talent om de winter onverstoord en zich niet of nauwelijks bewust van hun omgeving door te komen, het voor zo'n egel en vleermuis ergens toch ook wel een beetje jammer is dat ze deze vorm van winterslaap nooit zullen kennen.