Af en toe laten Slashparents hier hun licht eens schijnen over het leven van alledag. Zo ook Annelies Maes (35), televisieproducer en moeder van drie zonen. Haar verhaal over bananendozen, foefenavonden en haar stille afgunst voor de "georganiseerde moeder".

ANNELIES

Hey, ik heb een idee!

“Ik ga eens zo’n bananendoosje kopen voor in de boekentas van Mon” zei ik tegen mijn man. Er gaat geen week voorbij of ik barst van de geniale ideeën inzake orde, netheid en totale georganiseerdheid van mijn huishouden. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat die ideeën maar zeer zelden écht vorm krijgen. En dat die slechts in zeer uitzonderlijke gevallen (de bananendoos) ook mijn hoofd verlaten en uitgesproken worden.  

De blik die dat banale statement als antwoord krijgt, valt dus best te omschrijven als ‘Echt, serieus?'.  Die imaginaire zin voor organisatie is - nu we toch eerlijk zijn- niet gebaseerd op de drang naar perfectie of nood aan structuur. Nee, nee: die is voor 75% gebaseerd op afgunst. Voilà, het is eruit.

Ik ben afgunstig op moeders die erin slagen hun zootje op orde te houden. Vrouwen die een kast hebben met plastic doosjes waarvan het aantal doosjes in verhouding staat met het aantal deksels. Nog afgunstiger op vrouwen die doosjes hebben met een uniform karakter. Ik stel me dan oprecht de vraag hoe je zoiets voor elkaar krijgt. Ga je dan naar een Tupperware-avond en beslis je op dat moment dat je een half maandloon gaat uitgeven aan lichtgroene doosjes met verluchtingsgaatjes?

het groene monster

Zacht mompelend tegen je kinderen dat ze die f*cking doosjes terug moeten meebrengen van school. Maar wel hard vloeken hoor, elke morgen, graaiend in een schuif, op zoek naar het onvindbare.  Ja hoor: vloeken en jaloers zijn op die slimme vrouwen die zich geen vragen stellen en altijd verantwoorde uitgaven doen in plaats van 5 paar schoenen en een hele, hele, hele mooie trui te kopen (voor mezelf, weeral te eerlijk).

Ook een bron van jaloezie: moeders die jassen, mutsen en wanten labelen. Dan heb ik het over strijklabels met kindernamen, zowel voor als achternamen. Ik heb er ook zo’n voor mijn 3 zonen: alle 100 nog netjes aan elkaar in een lang lint, in een plastic zakje met zo een ‘dichtknijprandje’ van de Veritas. In de schuif, daar in het kastje in de gang. Die weet ik (in tegenstelling tot de 26 vermiste kindermutsen) wel liggen, ze roepen heel zachtjes telkens als ik er voorbij loop ‘we liggen hier, klaar om gebruikt te worden, netjes in een pakje, net zoals je ons gekocht hebt… 9(!) jaar geleden.’

Ik label met stift. Niet zo’n fijne mooie, nee, met een dikke alcoholstift die al wat uitgedroogd is. Dozen & kleren, ik discrimineer niet in mijn gepruts.  Fraai, heel fraai.

Pruts

Het is nu out in the open: ik ben een prutsende maar afgunstige moeder. Om mijn falen te vergeten en mijn moeder-zelfbeeld wat op te krikken, doe ik gewoon alsof ik echt wel wat beters te doen heb dan labelen, invriezen, bakken, knutselen. ‘Ik ben dat ander soort moeder hoor: zo’n hippe, nonchalante, eentje die ook nog een eigen persoonlijkheid heeft’.

Als er nog iets ergers bestaat dan kneuterige labelaars, dan zijn het zelfverklaarde hipstermoeders. Ja, rol maar met die ogen. Gruwelijk. Voor je het goed en wel beseft, bulkt je Instagram account van de perfecte casual kind-strand-foto’s en vetplanten in macramé-houders. Het is lopen op een dunne koord, dat moeder zijn. Maar toch, Ik heb een job, een drukke ook. En vriendinnen, zo van het leuke soort, dat ook mama’s met doosjes en bij elkaar passende kindersokken hartstochtelijk haat. We haten ook die hipstervrouwen met hun gestylede kinderen. In mindere mate wel, want dat soort moeder-zijn is bij nader inzien een iets haalbaardere kaart. Dat vraagt wat minder van een mens op het vlak van sorteren, kasten ordenen en strijken. Dat bespreken we dan op onze ‘foefenavonden’. Met flessen wijn en Zwan worsten en kaas. Met onze nieuwe schoenen/truien aan.

Die van ons

Onze kinderen dragen elke winter minstens 3 verschillende mutsen omdat we ze niet terugvinden na dat laatste verjaardagsfeestje.
We zijn afgunstig verpakt in een jasje van: 'Zeg, heb je die bezig gezien met haar rijstkoeken vermomd als pandaberen-traktatie, treurig hoor!’ of ‘Kan die alsjeblieft eens stoppen met haar vakantie aan het meer te set-dressen?’. 

Onze kinderen eten dus gewoon gevlekte bananen en dragen elke winter minstens 3 verschillende mutsen. Niet omdat het erg fashionable is, maar gewoon omdat we ze niet terugvinden na dat laatste verjaardagsfeestje in een binnenspeeltuin (horror x 1000 trouwens). Het zijn tevreden kinderen want er is geen kind ter wereld dat een moer geeft om een plastic omhulsel rond een stuk fruit. Wat een idee ook. Een doos in de vorm van een banaan. Vast een uitvinding van een moeder die in een moment van ziekelijke afgunst naar de perfectie van anderen dacht: ‘We zadelen iedereen die er geen heeft op met een knoert van een schuldgevoel, dat wordt lachen!’