Hoe plan jij je vakanties? Doen je van 'moe en va kiezen en de kinderen sleuren we met of tegen zin mee'? Of hebben die koters van jou ook wat in de valies te brokken als het op het kiezen van de volgende reisbestemming aankomt? In de hoop dat jullie met het hele gezin dezelfde goestingskes hebben. Met voorkeur die van jou! Bij slashparent Elke loopt dit niet altijd samen, dus hanteert ze deze 7 gouden regels voor het ultieme holiday-gevoel.

Het staat in mijn geheugen gegrift. Dat moment dat ik op dat gammele terras zat voor mijn vakantiehuisje en besefte dat ik al tien minuten lang in mijn boek aan het lezen was zonder dat ik een kleuter van god weet wat had moeten redden. Nadien volgden andere vakantiemijlpalen. Niet te onderschatten, het moment waarop ze alleen kunnen gaan schommelen. Heel belangrijk,  het moment dat je ze om croissants kunt sturen. Iets later maar des te belangrijker, het moment waarop ze alleen naar het zwembad kunnen. Sinds twee jaar durf ik ze zelfs in zee laten zwemmen, terwijl ik op een handdoek zit 100 meter van de waterlijn.

Hoe ouder ze worden, hoe echter de vakantie. Maar sinds enkele jaren besef ik dat er een keerzijde is aan die rust. MIJN KINDEREN HEBBEN EEN MENING. Ik zou ze kunnen negeren, het is niet voor niets dat ze pas stemrecht krijgen op hun achttiende maar laat die gouden opvoedingsregel : ‘Kinderen content, moeder content’ in juli en augustus nog iets meer waarheid bevatten dan anders.

En zodus houd ik al drie jaar rekening met die mening van mijn kinderen en ga ik op vakantie naar de Atlantische kust. Mijn dochters, dat zijn immers surfbabes, en hun vader een surfdude en ik, ik ben hun moeder die rust wil. Elk jaar in januari maak ik het plan dat we dit jaar naar Corsica gaan, of Slovenië of zelfs Albanië en elk jaar in juni wordt er gezocht naar een dorp tussen Bordeaux en Bilbao, ergens aan zee.

Het zou kunnen dat ik onder de sloef lig, hier in mijn eigen gezin, maar de reden dat ik toegeef ligt meer aan het feit dat een vakantieplaats niet zoveel uitmaakt, zolang de zeven regels maar vervuld zijn.

#1 De rit

Ik wil vakantie van zodra ik de voordeur achter mij dichtsla. Niet makkelijk als je op 900 km afstand zit van waar je moet zijn. De trein zou een optie kunnen zijn, maar de gedachte om met mijn kinders, man en 3 surfboards in Brussel Zuid te geraken maakt me al een beetje moe. Dus nemen we de auto, elk jaar opnieuw, maar wel met die voorwaarde dat ik er maximum 5 uur per dag inzit. En dus lassen we tussenstops in, geen snelle overnachtingen in dodgy Formule 1 hotels, maar knusse overnachtingen via Airbnb, in coole huizen en coole omgevingen. Twee keer belandden we al in Beaugency, een aanrader. Rijd je door naar Spanje dan zie ik graag eens de zonsondergang in Mimizan.

#2 Dicht, dichter, dichtst

Als we dan toch naar de zee gaan, wil ik ook echt aan zee zitten en dus niet op 5 km ervan. Er was een tijd dat dat makkelijk was, toen we nog met die camper reisden, maar de groeispurt van de ledematen van mijn dochters in combinatie met zijn maximum snelheid van 105 km/uur deden me beslissen dat niet meer te doen. Ik zoek dus meestal een huisje echt aan de zee, ik moet ze niet zien maar wel horen, en mijn dochters en man moeten op elk moment van de dag kunnen zeggen: ‘We gaan even surfen’ zonder dat daar een auto aan te pas moet komen, waarna ik me met een boek in een stoel plof en afhankelijk van het tijdstip een koffietje of een rosé erbij neem.

En 's avonds zie ik toch zo graag die zon ondergaan, desnoods wandel ik er wel 5 minuten voor, maar niet veel langer.

#3 Het boek

Regel twee brengt me naadloos bij regel 3: boeken. Ik lees graag, maar soms heb ik het gevoel dat op het einde van de dag mijn hersenen autonoom beslissen dat ze te moe zijn om te lezen en dan maar Netflix kijken. En dus lees ik vooral als mijn hersenen verlof hebben, op reis. Een paar weken voor we vertrekken, begin ik dus aan mijn voorbereiding op Goodreads om te kijken wie wat goed vindt. Ondertussen heb ik er wel al een neus voor gekregen, maar voor de zekerheid neem ik toch zeker een boek of 5 mee.  Een andere tip is, voor wie dat nog niet deed, zijn enkele Charlie Bookzines meenemen. Helaas kun je ze niet meer bestellen maar een rondvraag bij de vrienden loont zeker de moeite, ikzelf heb er 8 liggen.

#4 Een zwembad

Regel 4 is er ééntje om te compenseren dat dat leesgen niet is doorgegeven aan mijn dochters. Of het is doorgegeven maar gemuteerd in het gen: ‘Ik lees enkel FC de Kampioenen strips’. Gezien deze reeks eindig is, wordt er dus niet veel gelezen door mijn reisgenoten. En daarom verkies ik een huisje met een zwembad. Dat mag er gerust één zijn dat gedeeld wordt met 50 andere huisjes, zolang ze maar af en toe zeggen: "Wij gaan even zwemmen." En ik dus weer in die stoel plof.

#5 Good food

Omdat vakantie meer is dan lezen, is er regel 5 die stelt dat er een beetje sfeer moet zijn. Dat moet niet veel zijn maar moet wel gerelateerd zijn aan eten en drinken.  En als we dan toch aan de zee zitten, liefst met eten uit de zee. Een dorp graag dus bij mijn verblijfplaats, met een haven en een paar restaurants met terrassen en van die schotels met vis. 's Morgens 4 uur op verkenning gaan om het restaurant te kiezen waar je ’s avonds wilt gaan eten, is nog steeds een topactiviteitje voor mij.  En dus gaat mijn voorkeur naar Spanje, ik vind het eten er lekkerder en de sfeer luider. Een absolute topper is San Vicente de la Barquera.

#6 Denk vooral aan de mama

En eigenlijk is regel 6 eigenlijk de allertofste, die luidt als volgt : ‘En nu iets voor mama’.  Na een week surfen worden ze wel een beetje moe die surfbabes van mij, en krijgen ze het volledige verkeerde inzicht dat de vakantie misschien wat saai begint te worden voor hun zittende, lezende, drinkende en etende moeder.

Omdat extra aandacht altijd leuk is laat ik ze even in de waan en beginnen we deel twee van de vakantie te plannen. Meestal zijn ze dan al zo ver heen dat ik er zelfs wandeltochten doorkrijg. Maar wel van die echte, met een stok en elk een echte pro-rugzak en Aiki noodles voor 3 dagen, want dat weegt niets en wordt niet taai en veel chocolade, want je krijgt daar energie van. Maar ook daar heb ik mijn eisen die sinds vorig jaar nog wat strenger zijn geworden. Berghutten zijn oké, maar wel met het nodige comfort. Nu ik veertig ben, slaap ik niet meer in een slaapzaal en hou ik van een propere wc met bril en als het even kan een douche. Voor wie zich scenario’s voorstelt zoals die zich voordeden toen je de voorbije maanden een wandeling wou maken met je pubers, maak je geen zorgen. Pubers zijn rare wezens, als ze dan eens echt mogen afzien en 1000 hoogtemeters op een dag moeten overtreffen zien ze wandelen opeens wel zitten.




#7 City hoppen

Die heb ik vorig jaar ingevoerd en die heet : ‘Toch ook een beetje een stad’.  Het blijft toch plezant, zo eens je weg zoeken in een stad waar je nog nooit geweest ben. Dat kleed kopen waarvan je 3 jaar later nog altijd van kunt zeggen: 'Die kocht ik in Bilbao, alhoewel niemand dat een fuck interesseert,' blijft gewoon tof. Vorig jaar was het Bilbao, dit jaar kies ik voor Bordeaux.

En dat mijn dochters dan toch weer die ZARA binnen willen die er identiek uitziet als die in Gent, neem ik er dan maar bij.