Vraag jij je ook soms af wat er in het hoofd omgaat van een auteur of illustrator van kinderboeken? Ze toveren telkens de meest fantasierijke verhalen uit hun pennen. Wie zijn ze en hoe gaat dat dan? Redacteur Melanie to the rescue! Zij duikt voor Maison Slash elke maand in het hoofd van een auteur of illustrator van de meest innemende kinderboeken. 

Foto: © Jef Boes


Thé Tjong-Khing is 85 jaar(!!) jong én het brein (en de fantasie) achter de mooiste kinderboeken. Wedden dat ook jij er thuis al - minstens - eentje van zijn hand liggen hebt?! Thé is zijn familienaam, Tjong zijn generatienaam en Khing zijn voornaam. 'Ik ben Chinees', legt hij uit. Khing is getrouwd met Mino en vader van twee zonen: Markus en Erik. Zijn kleinkinderen heten Tobias, Jonathan, Nicci en Emma.  


Khing sleepte met zijn illustraties al verschillende prijzen in de wacht: onder andere de Woutertje Pieterse Prijs, een Zilveren Penseel en de Max Velthuijs-prijs. Je kent hem ongetwijfeld als tekenaar van 'Vos en Haas', maar ook van zijn heerlijke boeken met 'taart'. Zijn derde sprookjesboek ligt nu bij de drukker. Hij vertelt oude sprookjes graag op zijn eigen manier: 'Hier en daar verander ik iets. Omdat ik het niet leuk vind of omdat ik het te moeilijk vind voor de kinderen.'

Hoe word je kinderboekenauteur? 

'Ik was nog maar pas in Nederland, toen ik een wildvreemde man op een feestje ontmoette. Hij hoorde dat ik wilde tekenen en - zonder ook maar iets van mijn werk gezien te hebben - zei hij: 'O, dan mag je vanaf nu al mijn boeken illustreren!' Hij was schrijver. Ik had geluk. Jarenlang tekende ik strips en toen ik daarmee wilde ophouden, belde mijn uitgever met de vraag ik of een kinderboek wilde illustreren. Precies op tijd. Over geluk gesproken!'

Waarvoor mogen we jou in het holst van de nacht wakker porren?

'Voor een stuk taart met kwark of kaas mag je me al-tijd wakker maken.'


Waar vind je inspiratie?

'Inspiratie haal ik uit alles en vind ik overal! Een goeie film, een interessante tentoonstelling of gewoon een voorbijganger op straat die op een bijzondere manier lacht of loopt. Zulke dingen sla ik op, ergens in mijn hoofd, en haal ik dan tevoorschijn wanneer ik het nodig heb.'

Welk deel van je job zal anderen het meest verrassen?

'Mijn prullenmand! Het is verbazingwekkend hoe die uitpuilt als een boek af is: boordevol voorstudies en probeersels.'

Wat heb je nodig om te kunnen werken?

'Het liefste zit ik in mijn werkkamer, met op de achtergrond een praatprogramma op de radio. Eigenlijk kan ik ook gewoon nergens anders werken. Daar liggen al mijn spullen: potloden, pennen, gummen, een hele rits verftubes, linialen en - niet te vergeten - mijn iPad. Op die laatste zoek ik alle dingen op die ik moeilijk vind om te tekenen.  


Wat vind je het aller-, allervervelendste?

'Gedoe! En als het over tekenen gaat, dan vind ik auto's, stadsgezichten en fietsen heel lastig.'

Hoe verplaats je je in het hoofd van een kind?

'Dat gaat vanzelf. Toen ik als kind plaatjes bekeek, werd ik als vanzelf een van de personages. Bij een tekening van een gevecht bijvoorbeeld: dan was ik één van de vechters en schatte ik mijn kansen in. Ik keek naar mijn tegenstander - hoe hij stond en waar zijn armen zaten - en zag waar en hoe ik hem het beste een schop of lel kon verkopen. Nu ik zelf plaatjes maak, word ik weer dat kind.'


Wat voor kind was je zelf?

'Een heel onavontuurlijk exemplaar. Ik was stil, extreem verlegen en tekende de hele dag.'

Wat was – als kind – je favoriete kinderboek?

'Thuis lag een boek van Pinokkio (Walt Disney) waar ik veel in keek. En ook een sprookjesboek met illustraties van Rie Cramer. Ik vond de plaatjes eigenlijk toen al veel te slap.'


WAT IS EEN ECHTE MUST READ VOOR MAMA’S EN PAPA’S?

'Ik ben een plaatjesmens, geen leesmens. Maar 'A high wind in Jamaica' van Richard Hughes kan ik sterk aanbevelen.'