Vraag jij je ook soms af wat er in het hoofd omgaat van een auteur of illustrator van kinderboeken? Ze toveren telkens de meest fantasierijke verhalen uit hun pen. Wie zijn ze en hoe gaat dat dan? Redacteur Melanie to the rescue! Zij duikt voor Maison Slash elke maand in het hoofd van een auteur of illustrator van de meest innemende kinderboeken. 

Tom Marien (39) is samen met zijn vrouw Magali (35) slashparent van zoon Basil (6) en dochter Nanou (4). Hij geeft les en speelt met de letters van het alfabet tot ze de allermooiste verhalen vormen. Zijn jongste worp luistert naar de naam 'Volle Muil'. Het is een prentenboek waarin een jonge uil een meesterproef moet afleggen. Zijn vader, Grote Uil, wil graag met pensioen, maar zijn opvolger moet dat plekje wel waard zijn. Een verhaal over vallen, opstaan, weer vallen, maar vooral opnieuw opstaan. De illustraties van Merlijne Marell geven het verhaal een extra, kunstzinnige, dimensie. Wie Merlijnes werk niet kent, moet haar NU googelen! 


Hoe word je kinderboekenauteur? 

Haast een eeuwigheid geleden stampte ik, samen met een creatieve kameraad, het cabareteske duo Cirque Onstances uit de grond. Ik schreef vooral liedjesteksten en conferences voor ons twee. De verhalen en gedichten die ik daarnaast bedacht waren hoofdzakelijk voor volwassenen. Maar toen ik de vraag kreeg om een kinderboek te schrijven als ghostwriter, aarzelde ik maar twee seconden. De verhalen van Eric Baranyanka’s Babbelboom bestonden enkel mondeling. Ik mocht ze bewerken zoals een schrijnwerker zijn hout bewerkt en dat beviel me enorm. Daarna was de stap naar een eerste eigen boek klein. 

(Illustratie door Merlijne Marell)

Wat vind je het leukste aan je job?

Werken met het alfabet!  Dat letter- en klankensysteem biedt oneindig veel mogelijkheden. Voor mij is spelen met taal genieten. Lezen en schrijven is een feest. En ik ben dol op feestjes. Daarnaast vind ik het heerlijk dat ik mijn eigen weg mag zoeken en dat ik de verhalen kan vertellen die ik wil vertellen. Mijn eigenzinnigheid staat me niet langer in de weg, maar helpt me net vooruit. 

Waar vind je inspiratie?

 Meestal word ik – bijna dodelijk - getroffen door één zin uit een lied, gedicht of verhaal. Die ene zin roept meteen andere woorden en beelden op. Daarna moet dat rijpen. Het duurt vaak lang voor ik echt begin te schrijven. Hoewel ik in een notitieboekje wel meteen aantekeningen maak, zodat ik die ene zin of dat andere ideetje niet vergeet. Ook een voorval of een uitspraak, thuis of op school, kan de aanzet zijn van een verhaal.

 

Welk deel van job zal anderen het meest verrassen?

Ik wou dat ik hier een romantischer antwoord op kon verzinnen, maar dat moeten de financiën zijn. Als mensen me vragen hoeveel zo’n boek me oplevert, dan hult mijn eerlijke antwoord hen in stilzwijgen of slaan ze aan het schaterlachen. Gelukkig leef ik voor het schrijven en doe ik het gewoon héél graag.   

Wat heb je nodig om te kunnen werken?

Het gevoel dat ik onder een glazen stolp zit: een beetje vroege nacht, een ruimte waarin ik alleen ben en een laptop. Maar in de praktijk ben ik al blij met een uurtje relatieve stilte in de loop van de dag.

Wat vind je het aller-, allervervelendste?

Ik zou nu heel filosofisch kunnen worden (geloof me, soms ben ik dat ook) en iets kunnen zeggen over hoe politiek verengt tot ballonnetjes oplaten om de perceptie te beïnvloeden, maar irritaties ervaar ik vooral lichamelijk. Zo vind ik op m'n sokken door een natte plek stappen enorm vervelend. De wereld mag dan in brand staan, op dat moment vindt de ramp toch maar mooi in mijn badkamer plaats. En huilende kinderen (ook die van mezelf) maken me onrustig, net als openstaande deuren. Als ik moet lesgeven in een lokaal waar de deur blijft openstaan, ben ik niet op mijn gemak. Gelukkig zie ik niet zo vaak huilende kinderen in open deuren staan. Stel je voor. 

Hoe verplaats je je in het hoofd van een kind?

Wie schrijft moet over bijzondere antennes beschikken, die geven dan door wat een ander denkt en voelt.  Dat het kind in mezelf nog heel erg leeft, maakt de connectie met kinderhoofdjes makkelijker. En via mijn eigen kinderen, beleef ik een deel van mijn eigen jeugd opnieuw. Als ik zie hoe mijn zoon van 7 met zijn soldaatjes speelt, voel ik weer hoe het was om zelf zoiets te doen. Heerlijk!


 Wat voor kind was je zelf? 

Samen met mijn zus, een echte kwajongen, kom ik uit een warm nest. Mijn ouders hebben ons nooit gestuurd, altijd gesteund. Al gaven ze ons wellicht wel een duwtje richting jeugdbeweging, want ze waren zelf heel actief als volwassen begeleiders in de Chiro. In onze tuin speelde ik alles na wat ik las in boeken of zag op tv. De ene keer was ik soldaat, dan weer Zorro, Romein, brandweerman of wielrenner. Op foto’s van toen valt me op hoe vaak ik verkleed was. 

Vanaf het vierde leerjaar schreef ik mijn eerste artikels voor de KIK-krant van Gazet van Antwerpen. Ik had een officieel pasje van KIK-reporter. Als ik de mensen op straat aansprak liet ik dan ook altijd mijn journalisten-ID zien. Wat moeten die wel niet gedacht hebben? In diezelfde periode schreef ik mijn eerste brieven naar tekenaar Willy Vandersteen, weerman Armand Pien en gezagsdragers als de burgemeester en de koning. Ik kreeg ook altijd antwoord. 

Wat was – als kind – je favoriete kinderboek?

‘Daantje de wereldkampioen’ van Roald Dahl bleef ik verslinden. Tot op vandaag voel ik soms de drang om fazanten te gaan stropen met geweekte rozijnen en slaappillen. 

Wat is vandaag – als volwassene – je favoriete kinderboek?

Ik blijf hangen bij ‘Wortels’ van Klaas Verplancke. Ik vind de tekst zo knap gebald en beladen. Met weinig woorden schept hij gelaagdheid: een grote kunst. Ook zijn tekeningen zijn vakwerk. En die combinatie van woord en beeld zorgt voor vuurwerk. Van ‘Het geheim van de keel van de nachtegaal’ van Peter Verhelst en Carll Cneut hou ik om dezelfde redenen.

Lees je ook ‘boeken voor grote mensen’? 

De gedichten van Hugo Claus en Ilja Leonard Pfeijffer lees ik eindeloos. Ik blijf ook haken aan het werk van dichters als Lies Van Gasse en Lieke Marsman. ‘Oom Oswald’, een hilarische Roald Dahl, en ‘Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest’ van Joachim Meyerhoff zijn heerlijke romans. Wie graag korte stukjes en kortverhalen leest wil ik ‘Greatest Hits’ van P.F. Thomése en ‘Het tekort’ van Martin Bril aanraden. En luister naar de laatste plaat van Frank Vander Linden. De liedjesteksten van zijn ‘Nachtwerk’ zijn van de beste in hun soort.