Over de hele babysector die je plots met 'mama' aanspreekt. Over zure korstkleren en ladingen machines. Over 'entering parenthood' en alle gevolgen vandien. Sara is sinds het krijgen van haar eerste kind binnengetreden in het slashparentdom. Haar bevindingen lees je hier en nog veel meer op haar blog emoshit

Zodra je kind aan de buitenkant zit, moet je het leren loslaten

Kut zeg. Je wil niets anders dan je prachtige, gave, geniaal ruikende baby alleen maar de hele tijd vasthouden, koesteren en beschermen. Maar serieus, vanaf dag 1 is loslaten deel van het proces (het ouderschap? het leven? het universum?). Hem na vijf dagen een kwartier bij je lief laten terwijl je een brief op de bus gaat doen (en het gevoel hebt alsof je bodem uit de doos die je bent, gaat vallen), hem na drie weken in zijn eigen bed leggen in plaats van tussen jullie in, hem na een maand bij je ouders laten om met je lief pizza te gaan eten, hem naar een andere ruimte verhuizen omdat je hem de hele nacht hoort ademen, hem vijf minuten laten huilen zonder hem op te pakken, hem de eerste keer uit een flesje laten drinken, hem de eerste keer iets anders dan moedermelk laten drinken (dat is op een geflipte moedermanier heel raar) en binnenkort gaat hij hele dagen naar een kinderopvang, bij mensen die hem vaker wakker zullen zien dan jijzelf. Dat is allemaal veel pijnlijker dan ik ooit dacht. En dat allemaal om erop voorbereid te zijn dat die op een dag zegt: ‘morgen vertrek ik voor een jaar naar India, doeidoei.’ Of iets dergelijks. En ook gewoon, zodat dat een normale mens wordt, die niet op zijn dertigste nog aan de borst hangt en bij zijn mama woont en geen job heeft omdat ik suckte in thuisonderwijs. Dat wens ik hem niet toe.

Als de oppervlakte van een kwijl/melkplek niet centraal op een kledingstuk zit, kleiner is dan 10 % en niet ruikt, dan is het helemaal ok om dat kledingstuk nog aan te doen.

Je gaat dat toch niet wassen? Je hebt al was genoeg. Vroeger zou je dat gewassen hebben, want toen was je een persoon zonder (onzichtbare) vlekken op je kleren. Vroeger deed je af en toe eens een machine was omdat je een wasmachine had en omdat andere volwassenen ook de was deden. MAAR NU stapelt die was zich op. Je draait je even om en hop, er is ergens een nieuwe stapel. Zodra het kledingstuk dat je aan hebt een penetrante zuremelkgeur begint af te geven, is het helaas tijd om het aan een van de stapels toe te voegen. Of nee, neenee, dan kan je het kledingstuk nog prima aandoen in de privacy van je eigen huis, waar alles de facto naar zure melk ruikt en dat dus niet opvalt. Dan wel opletten dat je niet per ongeluk de deur uitgaat in je zure korstkleren. Want dan hou je al heel snel geen vrienden meer over. slashparentdom

Slapen doe je sowieso.

Zelfs al lig je wakker omdat je weet dat je over een paar weken opnieuw moet gaan werken en je eigenlijk nog een jaar zou willen thuisblijven met je zoon, want jullie kennen mekaar echt nog niet goed genoeg. Zelfs al lig je wakker omdat je de slaaptrein gemist hebt doordat je baby plots wakker was of je lief een hoestbui had of gewoon, for no reason. Zelfs al lig je wakker omdat er dit jaar een verbouwing op de planning staat, een tijdelijke verhuis naar het huis van je ouders, een nieuwe job, een heel onbekend leven waar je nog niets over weet. Uiteindelijk zal je wel weer slapen. Want anders ga je dood. En het is veel waarschijnlijker dat je in slaap valt dan dat je doodgaat. Dus slapen. Doe je. Sowieso. Dat is een geruststellend idee.

Alles is een fase//Deze fase is eindig.

Iemand zei me, toen onze zoon pas geboren was, dat iemand het volgende tegen haar gezegd had toen haar dochter geboren werd: “Alles is een fase”. En daar heb ik aan toegevoegd: “En deze fase is eindig.” En dat helpt wanneer je het gevoel hebt dat je verzuipt. Wanneer je lief al een week aan het hoesten is (ja, die hoest beheerste efkes ons leven) en de baby weer een of andere regressieve fase (zie je, fase) doormaakt, waardoor je het gevoel hebt dat je onderworpen wordt aan een of andere gruwelijke Noord-Koreaanse marteltechniek. Alles is een fase, zeg ik dan tegen mezelf, wanneer hij 15 is, zal hij ’s nachts wel niet meer drie keer wakker worden om te eten. En als hij het wel doet, kan hij tenminste zelf boterhammen met choco en/of pindakaas gaan smeren en zijn bord in de vaatwasser zetten. En dat helpt. Dat helpt echt keihard op de momenten waarop het perspectief zoek is.

Ik ben niet meer het belangrijkste

Er zijn waarschijnlijk wel mensen die dat gevoel al hadden voor ze een kind op de wereld zetten. Ik niet. Ik moet dat eerlijk toegeven. Ik ben empatisch en ik kan heel zorgzaam en lief zijn, maar uiteindelijk was ik het die mij goed moest voelen in mijn vel. Terwijl ik nu alles zou doen om mijn kind zich goed te doen voelen. Ik zou mij inderdaad onder een bus gooien, een kogel voor hem opvangen. Wat ik niet zal doen, is niet pipi gaan doen omdat hij weent. Want pipi doen, duurt maar kort en anders doe je in je broek. Dus er zijn ook grenzen. Het is maar dat jullie weten dat ik niet volledig van het padje gegaan ben. Ik douche ook elke dag en ik probeer mijn lief toch zeker de helft van de keren dat ik de baby kus, ook te kussen. En ik doe ook weer yoga, speciaal voor mij. Voilà. Niet helemaal van het padje. Ik zei het toch.

Ik ben veel meer moeder dan ik ooit dacht dat ik zou kunnen zijn

Toen ik zwanger was en mensen mij ‘mama’ noemden (sowieso heel fout, daar zijn we het over eens, maar ok, ik snap het, voor het gemak van alle mensen in de babysector: als je moet kiezen tussen iedereen ‘mama’ noemen versus een triljoen namen onthouden, dan is ‘mama’ een logische optie) flipte ik daarop. Want ik voelde mij geen ‘mama’. Nu nog voel ik mij niet aangesproken door de algemene verzamelterm van de ‘mama’s’. Maar ik voel me wel heel duidelijk de moeder van mijn kind. Dat is iets tussen ons dat echt is. Wij zijn iets, die baby en ik. En mijn lief, de baby en ik, wij zijn ook iets: een gezin. Een echte compacte eenheid. En dat is zot.