Je herkent het vast wel: etenstijd en
het daarbij horende gevecht om kinderen alles te laten proeven. Vlees
is meestal geen probleem en de saus al helemaal niet, maar die
groentjes? Dat is andere koek. Tja koek, misschien probeerde je
wel al eens je kind om te kopen met een koekje.  Eentje in ruil voor
een leeg bord. (Of iets minder ambitieus, de helft van de groentjes.)
Maar wat als er een oplossing zou zijn voor dat probleem? Slashparent
Lies pakte het eetmoment een week lang anders aan: eerst groentjes
eten, daarna pas de rest.

LIES

Eten, dat is hier nogal een dingetje. Met drie (van de vier) kinderen die gewoon mee eten van tafel maakten we echt alles al mee. Van alles opschrokken tot borden (plastieken exemplaren gelukkig) die door de lucht vliegen, met inhoud en al welteverstaan. Vlees blijkt daarbij nooit een probleem te zijn. Groenten daarentegen, dat is een ander verhaal. Op de één of andere manier halen ze die er altijd wel uit. Hoe creatief ik ook probeer te zijn: figuurtjes maken, mixen, pureren... Er komt altijd wel een “Eèèèèèèh mama, dat lust ik niet!” Bijgevolg leerde ik te onderhandelen. Maar met 2/3/5-jarigen weet je wel wie er meestal wint zeker?!? Veel had ik dus niet te verliezen toen Maison Slash me vroeg een week lang éérst groentjes te serveren en dan pas de rest.

“Van groentjes eten ga ik dood.”

De dag voor het experiment introduceer ik onze nieuwe eetgewoontes. De twee oudsten kijken me met paniek in de ogen aan. “Maar wij lusten dat niet. Dat gaat toch niet, groenten zijn vies.” De volgende dag zijn ze vergeten dat ik snode plannen heb. Om drama en hysterie te vermijden, kies ik voor een groente die ze 'meestal' wel graag eten. Want ja, ik heb kinderen die de ene keer iets wel lusten en de andere keer niet. Er komt dadelijk protest wanneer ze enkel de groentjes zien liggen. Ik ben echter volhardend. De 2-jarige snapt het nog niet helemaal en blijft wijzen naar de 'vleesjes' die nog op het vuur staan. Maar omdat de twee oudsten alles vrij snel opeten, werkt ook zij alle groentjes naar binnen. Ik moet even knijpen in mijn arm. “Is dit echt?!? Is het echt zo gemakkelijk?!?” Ik kan je nu al zeggen, vergeet dat idee maar héél erg snel.


Tijdens het volledige experiment kies ik voor groenten waarvan ik weet dat de kinderen ze min of meer wel lusten: tomaat, komkommer, boontjes, wortel, … Waarom geen andere groenten? Simpel, omdat eten geen strijd moet worden en het hele experiment niet als bedoeling heeft een aversie voor groenten te krijgen. Ik speel dus liever op safe. Protest, oké. Groententrauma's, daar passen we voor.

De grootste uitdaging komt er wanneer we halverwege het experiment op restaurant gaan. Want daar krijg je natuurlijk alles in één keer voor je neus, inclusief lekkere vleesjes en saus. Ik herhaal de zin: “Eerst groentjes eten en dan pas de rest,” echter als een mantra. Wonder boven wonder luisteren mijn kinderen, ongeveer dan toch. Ze raken niks aan. Helaas ook de groenten niet. De oudste gaat echter snel overstag wanneer ze haar lievelingsgroentjes, boontjes, ziet liggen. De andere twee hebben duidelijk minder interesse. Ik krijg een boze: “Mama, van groentjes eten ga ik dood.” En het enige wat ik kan denken is: “Neen jongen, van groentjes eten ga je niet dood, van niet eten wel.” Helaas gaan er die avond twee borden onaangeraakt terug naar de keuken.


Experiment staken

Die avond op het restaurant eten twee van mijn kinderen bijna niks. Het experiment bezorgt me plots best wel wat zorgen. Omdat ik het niet op de spits wil drijven zeg ik hen dat ze gewoon mogen eten wat ze willen. Maar het eten boeit hen niet meer. Als dit zo doorgaat, moet ik het experiment wel staken, denk ik. De volgende dag wil ik toch nog eens proberen. Gelukkig is de sfeer helemaal anders (en de groenten ook) waardoor ik beslis het experiment verder te zetten. Met vallen en opstaan gaan we door.

Na een week merk ik op dat bij de twee oudsten het concept groenten eten makkelijker wordt. Althans, zolang ik hen de geliefde groentjes voorschotel. Aan moeilijkere groenten durf ik (nog) niet te beginnen. De oudste eet alles zonder mopperen op. De drie-jarige zucht en puft en roept dat hij het niet lust, maar is wel als snelste klaar. De twee-jarige proeft, spuwt uit, maar eet uiteindelijk wel een halve portie (zonder enige drama!) op.


Wat hebben we geleerd?

Eerst groenten serveren, en dan pas de rest, lijkt te helpen in het groentengevecht. De rest die erna volgt, blijkt voldoende motivatie te zijn om toch maar snel al die groenten naar binnen te werken. Start met groenten die ze min of meer graag eten en pas wanneer dit vlot gaat, kan je eens andere groenten uitproberen. Althans, dat lijkt mij de beste keuze. Wat dit op lange termijn geeft, is moeilijk in te schatten. Van zodra ze terug alles in één keer voorgeschoteld krijgen, vergeten ze snel de groentjes en begint het verhaaltje van vooraf aan. Bovendien is het niet evident om er geen strijd van te maken, al viel het drama en de hysterie deze week bijzonder goed mee. Gewoon doen dus, want experimenteren kan nooit kwaad, toch?!?** Al is één week misschien net iets te kort om drastische veranderingen in hun eetgewoontes op te merken. Dus ja, ik ga door al word ik misschien wel iets milder.

** Het experiment is niet aangeraden wanneer je kindje een eetprobleem heeft. 

Download hier het bestand!

Kampkaartjes Downloaden