Leander Verdievel (38), schrijver-scenarist bekend van de tv-reeks Gevoel voor tumor en het gelijknamige boek, werd door kanker
onvruchtbaar. Hoewel hij geen biologische kinderen heeft, is hij een slashparent
om u tegen te zeggen. In zijn boek Het volgend jaar gezin vertelt hij het
waanzinnige verhaal achter de adoptieprocedure van zijn kinderen. Haal de
zakdoekjes maar al boven en ga mee op deze emotionele rollercoaster.

Donderslag

Ik was 23 toen er kanker bij me werd vastgesteld. Op die leeftijd was ik een heel ander mens. Ik was al samen met Karen, maar het ging niet goed tussen ons en ik was best een flierefluiter. Je bent in de 20, je leeft aan 200 km per uur, je hebt allerlei plannen, een lief, een job bij de VRT en een heleboel ambitie ... Alles lijkt mee te zitten en dan word je plots ziek. De dokter dropt de K-bom en het is donderslag bij klare hemel. Tumor in de neus. Het leek wel of iemand mijn leven op pauze had gezet en de regie overnam. Karen heeft ondanks alles besloten om bij mij te blijven en dat was echt een gamechanger. Anderhalf jaar heel ziek zijn, is niet niks. Ik heb chemo gekregen, daarna opnieuw hervallen met nog maar 30% overlevingskans, nog meer chemo en een stamceltransplantatie. Pas na anderhalf jaar kwam ik het ziekenhuis uit. Als je denkt dat samen op reis gaan de ultieme test is voor je relatie… Dit was echt next level.

Toch heeft Karen altijd dapper aan mijn zijde gestaan, hoewel ze in het oog van de storm stond. Degenen die het dichtst bij je staan, kwets je ook het meest. Je bent bang om te sterven, kwaad, moe en dat reageer je dan af op de verkeerde. Nochtans kwam ze elke keer met een glimlach mijn ziekenhuiskamer binnen. Pas achteraf vertelde ze me dat ze op de terugweg naar huis vaak de auto even moest stoppen, omdat ze zo hard aan het wenen was. Het heeft een enorme impact gehad op ons leven. En dan is de dag plots daar dat je volledig genezen bent. Ik heb het overleefd. Wij hebben het overleefd. Maar het is niet gewoon back to normal. Het was ontzettend moeilijk om de draad weer op te pakken. Je wilt verloren tijd inhalen. Het moment dat er op pauze gedrukt werd, weer op play drukken, maar zo werkt dat niet. Ook wilde Karen dat ik voor ons koos, in plaats van mezelf weer de dieperik in te helpen. Wat een chance dat ik naar haar geluisterd heb.

Kinderwens

Helaas reiken de tentakels van kanker heel diep. Nu zat het eindelijk goed tussen ons en was die band en klik echt daar. En dan begint het te kriebelen, hé. Zouden we niet aan kinderen beginnen? Daar begint de tweede rollercoaster. Onze kinderwens ging van iets moois en persoonlijks naar iets medisch. Kan ik nog op de normale manier kindjes krijgen? Ben ik nog vruchtbaar? Ik herinner me dat mijn dokter me voor de eerste chemo zei dat ik best mijn zaadcellen kon invriezen, want de kans bestond dat ik onvruchtbaar zou worden. Op die leeftijd en op dat moment stond ik daar nog niet bij stil. Whatever. Ik was bezig met overleven. Maar goed, daar sta je dan op de dienst fertiliteit. Do your thing, het potteke moet niet vol, zegt de verpleegster. Alles voelt surrealistisch aan, maar in zulke situaties is het vaak beter dat je erom lacht. Nadien zit je in survival mode om tegen kanker te vechten en denk je er niet meer aan. Achteraf gezien was het goed dat ik het advies van de dokter had opgevolgd, want ik was inderdaad onvruchtbaar geworden.

Toen begon de zoektocht naar oplossingen. Ik werd een beetje een proefkonijn voor allerlei behandelingen, soms met maar 5% slaagkans, maar wel een hele waslijst aan bijwerkingen. Nee, bedankt. Maar ik zat er wel erg mee in. Het lijkt misschien onnozel, maar je ‘mannelijke trots’ valt weg. Mijn taak om van Karen een mama te maken, viel weg. Dan maar op zoek naar ervaringen van lotgenoten… die nergens op het internet te bespeuren lijken. Bitter weinig vind je erover terug. Terwijl  1 op 6 koppels in België te kampen heeft met onvruchtbaarheid. In 30% van de gevallen is de man onvruchtbaar. Op een bepaald moment ben ik daar dan ook eerlijk voor uitgekomen. Want vragen als ‘wanneer beginnen jullie aan kindjes’ en ‘zijn jullie de volgende’ op elke babyborrel konden we niet langer ontwijken. Dat was toch een opluchting want ik heb er lang mee geworsteld en me zelfs schuldig gevoeld, al kon ik er uiteraard niets aan doen. Dat was het begin van ons IVF-avontuur.

’t Is gebeurd

In het begin ben je enorm zenuwachtig en is het allemaal erg spannend. Vooral wachten op dat telefoontje. Goed of slecht nieuws? En jawel, Karen was zwanger. De eerste keer was meteen raak. Pure euforie allemaal. Twee weken later slaat het noodlot weer toe. Ons kindje is niet meer. Kun je dat al een miskraam noemen? Was er al sprake van een kindje? Voor ons in ieder geval wel. Het heeft nooit bestaan voor de buitenwereld, maar wij voelden ons al mama en papa. Dat bracht ons meteen van de hemel naar de hel. Maar we kwamen er dapper uit, want hé, het was wel gelukt, dus dan gaan we voor de tweede poging. Derde poging. Vierde poging. Tot je uiteindelijk aan 17 mislukte pogingen zit. Na die eerste keer hadden we hoop dat het nogmaals zou lukken, maar al snel werd het eerder tunnelvisie. Het was volgens de dokters ook onverklaarbaar waarom het niet lukte. En dat maakt het gemis en de kinderwens alleen maar groter. Je ziet iedereen rond jou kinderen krijgen, babyborrels aan de lopende band. Ik ben een heel rationeel persoon, maar dat is moeilijk wanneer het om zo’n emotionele kwestie gaat.

Hadden we vroeger moeten stoppen? Ja, waarschijnlijk, maar dat was ook deel van ons proces. We waren er rotsvast van overtuigd dat het wel zou lukken. Maar die hoop vervaagt en de zoveelste mislukte poging weegt zwaarder door. Karen verwerkte alles in stilte en ik wilde veel praten en dat ontmantelt je leven. Je kan ook haast niks plannen, want alles wordt overgenomen door de IVF-planning. Feestje? Tof, maar wij hebben de volgende ochtend om 6 uur een afspraak in het ziekenhuis. Babyborrel? Toch maar niet met onze lege achterbank. En zo neemt het alles over. We probeerden echt positief te blijven en overal humor en licht in te vinden, maar het laatste jaar was dat erg moeilijk. Het is een waanzinnige emotionele en hormonale rollercoaster. Het ene moment schiet je in de lach omdat het zo surrealistisch is en het andere moment ween je omdat je diep ongelukkig bent. Na jaren proberen en de wanhoop nabij is er dan dr. Paul Devroey, fertiliteitsspecialist en een beetje de godfather van de IVF in België, die ons dossier inkijkt. Zijn diagnose? Kwestie van bad luck. Dat was wel de eye opener om ermee te stoppen.

Adopteren dan maar?

Alle vergeefse moeite begon te wegen op onze relatie, maar die kinderwens bleef overeind. Het werd al snel duidelijk dat zonder kinderen de muren op ons zouden afkomen. Wij hebben veel plaats en liefde in ons hart voor kindjes. Wat zijn dan onze overblijvende opties? Pleegzorg? Dat is telkens opnieuw afscheid nemen. Donorzaad? Dat wilden wij persoonlijk liever niet. Uiteindelijk hebben we gekozen voor adoptie. Maar adoptie is niet iets dat je tussen de soep en de patatten beslist hé. De eerste infosessie die we bijwoonden was ook eerder ontmoedigend dan bemoedigend.  Lange wachttijd, geschiktheidsvonnis, rechtbank, lessen volgen, psychologische doorlichting,… Het is echt survival of the fittest. Adoptie is een ontzettend moeilijk, fragiel en delicaat proces en ze willen enkel de mensen overhouden die zeker zijn van hun stuk. Het wordt een bumpy ride. Kunnen jullie dat als koppel aan? Je moet een diploma halen om ouder te mogen worden. Er was bijvoorbeeld een les die begon met de vraag: wie zit er hier met een moederwens? Karen stak uiteraard haar hand op, waarop de lesgeefster antwoordt dat ze dan op het verkeerde adres zit. Adoptie heeft niets te maken met een moeder- of kinderwens. Adoptie is een maatschappelijke dienstverlening… Het onrechtvaardigheidsgevoel is dan groot. En dan zie je onderweg naar huis een papa met zijn baby’tje op zijn arm, een blikje bier in de andere hand, sigaret in zijn mond. Wanneer hij zich dan verslikt, hoest hij de rook uit in het gezicht van zijn baby. Baby aan het huilen, blik bier op de grond. Op dat moment keken we elkaar aan en schoten we in de lach. Als hij zijn diploma gehaald heeft dan wij ook!

Wachtwoestijn

Je wordt echt wel zodanig op de rooster gelegd dat het haast lijkt of je met adoptie een kernbom in huis haalt of een misdaad begaat. Ergens snap ik ook wel waarom, want net omdat ze zo streng zijn en de procedure zo moeilijk en lang is, vallen koppels die het niet zouden halen of misbruik willen maken door de mand. In een ideale wereld zou adoptie niet bestaan, maar de realiteit is nu eenmaal anders. Een argument tegen adoptie dat vaak aangehaald wordt, is dat het beter is om een oplossing te zoeken in eigen land, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Er zijn kinderen die jarenlang in een tehuis wonen tot ze meerderjarig zijn. Niemand die ze wil adopteren. Uiteindelijk hebben we ons dan aangesloten bij een adoptiekantoor, waar er eerst sprake is van pre-matching. Je komt terecht op een wachtlijst voor de eigenlijke wachtlijst. Dan start de woestijn van het wachten. Voor ons was het alvast duidelijk: we wilden twee kinderen adopteren en dat hoefden geen baby’s te zijn.

Dan is er ook nog iets als een proefkanaal. Bij een proefkanaal is er een nieuw land waar wordt nagegaan of zij openstaan voor een adoptieprocedure. Het voordeel is dat het heel snel kan gaan, maar het nadeel is ook dat het volledig kan mislopen. Ons eerste proefkanaal was Oeganda. Een jaar nadat we ons geschiktheidsvonnis behaald hadden, kregen we telefoon. We konden mama en papa worden van twee zoontjes. Dat is opnieuw pure euforie. Ons geluk kon niet op. Een maand later zouden we naar Oeganda reizen, maar twee weken na het verlossende telefoontje was adoptie vanuit Oeganda plots niet meer mogelijk. En dan stort alles in elkaar. We waren zo dichtbij en nu waren we terug bij af. Nadien werden we op een nieuw proefkanaal gezet. Dit keer in Zuid-Afrika. Dat gaf volgens het adoptiebureau meer zekerheid, maar zelfs dan was het jaren wachten. Het werd allemaal heel uitzichtloos. Exact tien jaar na het manifesteren van onze kinderwens kregen we telefoon. Ik zat midden in een vergadering toen het adoptiebureau belde: wil je papa worden? Ik heb in mijn leven al vaak telefoontjes gehad waar de grond onder mijn voeten wegzakte en alles inktzwart werd. Deze keer zakte de grond opnieuw weg, maar op een heel andere manier. Je durft het nog niet te geloven, maar het dringt stilaan door dat het nu echt is. Karen en ik vielen elkaar in de armen thuis en we hebben zitten wenen in de woonkamer. Ironisch genoeg speelde op dat moment net het openingsnummer van onze trouw op de radio. Is it a sign?

Eindelijk papa

Op het adoptiekantoor kregen we een beest van een dossier voorgeschoteld waar alle voorgeschiedenis van de kinderen en de achtergrond van de biologische ouders in stond. Pas als je het dossier volledig doorleest en goedkeurt, krijg je een foto te zien. Toen ik de foto zag, was ik sprakeloos. Volledig overmand door emoties. De reeks Gevoel voor tumor was net op antenne en te midden van alle interviews en drukte krijg je plots dat fantastisch nieuws. Ik kan het haast niet uitleggen, maar toen ik die foto zag, voelde ik meteen een klik. Dat zijn mijn kinderen en ik zal er alles aan doen om ze gelukkig te maken. Drie weken later zaten we op het vliegtuig naar Zuid-Afrika. Install yourselves, tomorrow we’ll bring the children. Die nacht hebben Karen en ik geen oog dichtgedaan. En dan is de dag eindelijk daar: 18 april 2018. Andrew en Angelica zijn eindelijk bij ons. Helemaal geflipt. We zijn dan zes weken in Zuid-Afrika gebleven en nadien ook drie maanden thuis in Tielt. Dat is heel belangrijk voor de hechting. 

We hebben lang aan een hechte band gewerkt, maar nu zit dat fantastisch goed. Het is ongelooflijk om te zien wat voor een lange weg die kids op twee jaar tijd hebben afgelegd. Ook onderling hebben ze een heel sterke band. Dan ben je dubbel zo blij dat ze als broer en zus samen konden blijven. Ik had de biologische ouders graag ontmoet om ze te bedanken en te beloven dat ik goed voor de kinderen zou zorgen. Kinderen zijn echt de beste spiegel die je jezelf kan voorhouden en het is een les in nederigheid om de wereld door hun ogen te zien. Veel dingen die wij als vanzelfsprekend beschouwen hadden zij nog nooit gezien, geproefd of meegemaakt. Die zes weken in Zuid-Afrika waren een spoedcursus ouderschap met vallen en opstaan. Geen enkele les of cursus had ons kunnen voorbereiden op deze wervelwind, het was one hell of a ride maar ik zou het voor geen geld in de wereld willen missen. Het is echt een groot voorrecht om hun ouders te zijn.

De rest van Leanders knettergekke verhaal lees je in Het volgend-jaar-gezin: Of hoe het plan om vader te worden een tragikomische processie van tien jaar werd.