We mogen perfect 1 partner willen, maar 1 kind is nog altijd een beetje raar. Het is dan dealen met 'de reacties van de omgeving'. Sara is recent voor het eerst moeder geworden. Maar zij weet het nu al, één kind is voldoende. Het is af. 

SARA
Veel mensen zijn ervan overtuigd dat het beperken van je nageslacht tot 1 exemplaar geen goed idee is. Want dan moet die ene later alleen voor zijn aftakelende ouders zorgen, dan heeft die ene het plezier niet van het broer-en zusschap, dan wordt die ene een extreem verwende dwaas die het nooit alleen zal redden.

Maar jongens, ik zeg het luidop: ik wil het graag bij één kind houden.

Eén enkel kind dus

Vanaf het moment dat je dàt zegt, vragen alle mensen waarom je graag maar 1 kind wil. Mijn rationele redenen daarvoor zijn louter egoïstisch (ja, ik zeg mijn, want mijn lief heeft er misschien andere, of hij legt zich neer bij het één-kind-schap omdat ik nu eenmaal de baarmoeder bezit in onze relatie en hij daardoor vindt dat hij minder te willen heeft, which I do appreciate). Ik zeg altijd wel ‘overbevolking’ als reden maar we moeten eerlijk zijn, als het goed was voor de aarde om twee kinderen te krijgen, ik zou het ook niet doen, dus ik moet niet hypocriet doen.

Ik wil maar één kind omdat ik denk dat dat haalbaarder is voor mij. Minder gedoe. Minder hobbies. Minder oudercontacten. Minder mensen om tegelijk in leven te houden. Meer mogelijkheden om te reizen (want maar 1 vliegticket en geen 2 of 3 of 6), meer mogelijkheden om onze zoon eens te droppen bij grootouders, vrienden, onbekenden die er op straat aardig uitzien. Want maar één kind om af te geven en voor te zorgen en geen hele kudde stinkerds met vieze handjes en snotneuzen en een drang om alles wat mooi en proper is, vuil te maken , te bekorsten en besnotten. Meer mogelijkheden om zelf nog te leven en te zijn en tijd te maken voor de relatie met de eerste man in mijn leven (DAG LIEFJE).

Maar daar komt nog iets bij


Mijn emotionele reden om maar één kind te willen. Want die is er ook. En die is dat ik (op dit moment, misschien verandert dat nog, pin er mij niet op vast, misschien ontdek ik een onaangeboorde liefdesbron over een paar jaar) niet zie waarom ik er een extra mens zou bij willen. Het is alsof je mij een jaar nadat ik mijn lief was tegengekomen, gevraagd zou hebben: ‘En euh, al klaar voor een tweede lief? Plannen om er nog eentje bij te nemen?’ “Euh, nee”, zou ik dan gezegd hebben. “Ik voel me supergoed bij het hebben van 1 lief.” En dat iedereen dan gezegd zou hebben: ‘Euhm, die gaat verwend zijn hè, die ene, dat begrijp je toch. En euh, later als jullie oud zijn, gaat die ene voor jou moeten zorgen. Dat is wel egoïstisch van je. Zo één enkele mens opzadelen met de zorg voor jouw aftakelende zelf. Zou je dat wel doen?’ VROEG DUS NIEMAND OOIT.

We mogen perfect 1 partner willen, maar 1 kind is nog altijd een beetje raar. Terwijl, zo voelt het ook met mijn zoon: het is goed zo. Ik zie hem dolgraag. Ik hoef geen extra. Mijn liefde is goed verdeeld zoals het is. We zijn af.