Jaela Cole (46) is moeder van 3 zonen van 11, 19 en 21 jaar oud, theatermaakster en sinds vorige jaar ook studente Gezinswetenschappen. Begin september kwam haar beloftevolle debuutroman ‘Samen duizelen we’ uit. Daarin vertelt ze op onverbloemde manier over het opvoeden van tieners, omgaan met een chronische ziekte en de valkuilen van co-ouderschap, thema’s waar veel slashparents zich in zullen herkennen. Reden genoeg dus voor een uitgebreid interview!

Jaela, debuteren op je 46 is niet heel gangbaar. Waarom nu een roman schrijven?

Jaela: “Ik heb altijd geschreven, maar mijn teksten namen vroeger andere vormen aan. Ik was nu pas klaar om over mijn proces te schrijven. Vroeger had ik die maturiteit en vooral durf niet om mezelf te tonen. Ik vond het fijner om me te verschuilen achter mijn personages. Dit boek gaat over wat ik wil vertellen en niet over wat anderen van mij verwachten.”

Er zit dus veel van jezelf in het boek. Een van de hoofdpersonages, Sarah, kampt met een aandoening die jij ook hebt. We volgen haar proces in de medische mallemolen, ‘een traject van beenbeugels en baarmoeders’ dat jij ook hebt afgelegd.

“Twee jaar geleden is endometriose vastgesteld bij mij. Als ik nu terugkijk, waren er eerder al veel aanwijzingen. Als tiener moest ik twee dagen thuisblijven toen ik mijn regels kreeg omdat ik zo veel buikpijn had. Ik had hormonale migraine. Ik geraakte moeilijk in verwachting van mijn derde kind. En toch was er niemand die iets opmerkte. Ik heb vaak gehoord dat ik maar een pijnstiller moest nemen.”

Nochtans krijgt 10% van alle vrouwen ooit last van endometriose. Hoe komt het dat die diagnose zo laat kwam?

“Ik denk omdat je als patiënt in deeltjes wordt bekeken. Omdat iedere specialist enkel naar zijn eigen deeltje kijkt, wordt het geheel van de puzzel nooit gelegd. Eerst dachten de specialisten dat ik te veel fybromen had, waardoor mijn baarmoeder verwijderd moest worden. Pas bij de tweede operatie is endometriose vastgesteld. Nu ja, ik heb zelf ook mijn klachten lang genegeerd. Ik ben lang blijven doorwerken en heb niet geluisterd naar mijn lichaam. Ik stelde een operatie alsmaar uit omdat ik daarna 2 maanden buiten strijd zou zijn en ik kreeg dat niet ingepland in mijn werkschema. Toen ik bloedarmoede en duizelingen begon te krijgen, heb ik mijn tanden op elkaar gezet tot ik niet meer kon.”

“Ik stelde een operatie uit omdat ik dat niet ingepland in mijn werkschema.”

Hoe komt het dat je zo lang wachtte?

“Ik heb van jongs af aan geleerd om door te zetten, om flink te zijn. Ik had nooit gedacht dat er iets zou gebeuren in mijn lijf waardoor ik niet meer dezelfde kracht en weerbaarheid had. Ik denk dat wat hoofdpersonage Sarah doormaakt een herkenbaar proces is voor veel vrouwen. Onze generatie is opgegroeid met het idee dat the sky the limit is. We konden gaan studeren, op Erasmus gaan, gaan werken waar we wilden. En als we maar hard genoeg werkten, zouden we ons doel wel bereiken. Gaandeweg ben ik het daar steeds minder mee eens. Want ik werkte keihard en bereikte toch niet mijn doelen. Niet alles is maakbaar, zo bleek. Als je lichaam ineens stop zegt en je afhankelijk bent van anderen voor je primaire behoeften, leer je dat wilskracht niet alles is. Dat wil ik vertellen met mijn boek, omdat ik denk dat veel vrouwen daar tegenaan lopen. Kijk maar naar het aantal burn-outs, depressies, de chronische vermoeidheid die vaak gepaard gaat met de combineren van een gezin en een veeleisende job op een tempo dat niet haalbaar is.” 

Waar je ook zonder taboes over schrijft, is de leefwereld van tieners. Ferre is de zoon van Sarah en de conflicten tussen hen zijn in het boek soms erg heftig. Over peuters en kleuters opvoeden zijn honderden blogs en boeken volgeschreven, maar over tieners veel minder. Wat is voor jou het grootste verschil tussen kinderen en tieners opvoeden? 

“Ik vond de lagere schoolperiode de meest harmonieuze periode in ons gezinsleven. Je kinderen hebben geen driftbuien meer, ze zijn zelfstandig en kennen de regels. Je hebt meer tijd voor jezelf. Maar dan slagen de hormonen toe. In de lagere school gaat je focus volledig naar je kinderen: hebben ze hun brooddoos bij? Is hun turnzak in orde? Wanneer begint de muziekschool? (lacht) Tieners opvoeden was vooral een opvoeding van mezelf. Je leert kijken naar jezelf. Omdat tieners kritiek hebben op hun ouders, kan je niet anders dan die kritiek ontvangen. Vaak doet dat veel pijn, want hun woorden zijn ongenuanceerd en tieners kijken zelden naar het volledige plaatje. Toch vond ik elke keer dat er iets inzat. Elke tiener heeft dan ook nog eens zijn eigen gevoeligheid. Mijn oudste zoon wilde mij bijvoorbeeld nooit teleurstellen, terwijl mijn tweede zoon zich vaak ergerde aan mij omdat hij vond dat ik te onzeker was. Eerst word je verplicht naar jezelf te kijken, maar hun reactie zegt ook iets over henzelf.”

“Tieners brengen veel tumult binnen in je gezin.”

Dat klinkt alsof je meer therapeut moet zijn dan opvoeder.

“Inderdaad. Maar ze pikken dat niet van jou (lacht). Tieners brengen veel tumult binnen in je gezin. Mijn zonen vonden mijn man en mij bijvoorbeeld ‘lame’ in onze visie op de maatschappij. Ik heb erg geëngageerde kinderen, dat is ook eigen aan hun generatie. Zij vinden dat we te gesetteld zijn, te veel compromissen hebben gemaakt en ‘een pakt met de duivel hebben gesloten’. Mijn oudste zonen hebben beiden actief deelgenomen aan de klimaatbetogingen. Ik ben dankzij hen wijzer geworden over de milieuproblematiek, maar tegelijk besef ik dat onze generatie voor een deel verantwoordelijk is voor de shit waar zij nu in zitten.”

Je boek gaat ook over co-ouderschap. Esther, de vriendin van Ferre is kind van ouders die met veel ruzie uit elkaar zijn gegaan. Waarom wilde je daar over schrijven?

“Ik heb een vriendinnengroep van getalenteerde en intelligente vrouwen die allemaal een kind hebben met een foute man (lacht). Na hun scheidingen moesten ze met een lager inkomen kinderen grootbrengen, en ook nog eens met een partner dealen die zijn verantwoordelijkheden niet opnam. Ik heb hun gevecht gezien en vooral wat het effect daarvan was op hun kinderen. Ik ben zelf kind van gescheiden ouders en weet heel goed wat het effect van vechtende of apathische ouders is. Ik heb geen beeld van liefde gekregen. We hebben de vrijheid gekregen om van partner te wisselen en dat is soms ook nodig, maar soms denk ik wel eens: ben je altijd beter af na een scheiding? De ruzies, het niet willen communiceren, de impact daarvan op kinderen... In mijn boek wilde ik tonen hoe tieners daarmee omgaan. Hebben wij hen als ouders geleerd dat partners zomaar inwisselbaar zijn? De koppels die in goede verstandhouding uit elkaar gaan en dingen samen kunnen doen, zijn zeldzaam. Als dit lukt, is het voor iedereen een verbetering. Maar de realiteit toont dat een echtscheiding vaak armoede en stress veroorzaakt. Zeker als er een nieuwe partner in the picture komt, die ook kinderen heeft uit een vorig huwelijk, of die nieuwe kinderen wil maken. Daarover gaat de strijd van Esther in het boek. 

“Op dezelfde manier als we vroegen ‘moet je nog aardappelen hebben?’ vroegen wij ‘moet je nog iets weten over seks?’”

Wat is jouw tip voor ouders die in het stadium terechtkomen komen van tienerkinderen?

“Hou de lijn met je kinderen open, ondanks je eigen aarzelingen omtrent bepaalde onderwerpen, zoals drugs, seks, prestaties op school… Ga altijd opnieuw het gesprek aan. Mijn man en ik deden dat vaak heel gewoontjes. Op dezelfde manier als je zou vragen: ‘Moet je nog aardappelen hebben?’, vroegen wij ‘Moet je nog iets weten over seks?’ Dat is de belangrijkste tip. Want gamen, drugs, drank, seks… ze gaan het allemaal doen. Het is belangrijk dat ze dat durven zeggen tegen je. Een vraag die wij hen regelmatig stellen is: Wie is de baas? De drugs of jij? De spelcomputer of jij? De drank of jij? Dat doet hen reflecteren over het feit dat die zaken hen kunnen overnemen. Het is een gemakkelijkere vraag dan ‘hoe verslaafd ben je nu eigenlijk’?”

Hoe weet je als ouder of je het goed hebt gedaan, of je kinderen ‘gelukt’ zijn?

“Dat weet je niet. Zijn wij gelukt (lacht)?”

Heb je zelf het gevoel dat je het goed gedaan hebt?

“Ik heb de oudste zoon onlangs een brief geschreven over mijn moederschap. Over wat ik dacht dat het zou zijn, samen cupcakes bakken enzo, en hoe het uiteindelijk écht was (lacht). Ik ben heel blij met mijn jongens, ik vind ze zoveel sterker en wijzer dan hoe ik vroeger was. We hebben conflicten gehad, maar ik heb nooit ‘foert’ gezegd. Ik heb fouten gemaakt, maar ik heb nooit opgegeven. Ik heb op geen enkel moment gezegd: ‘Nu interesseert het me niet meer.’ Dat heeft me geholpen om mezelf een schouderklopje te geven. Ook al zijn tieners soms onbeleefd en kwetsend, mijn ouderschap is onvoorwaardelijk.”



‘Samen duizelen we’ is uitgegeven bij uitgeverij Horizon, en is verkrijgbaar in de boekhandel of hier