't Is allemaal zo gemakkelijk niet! En al zeker niet als je de dingen helemaal anders in je hoofd had uitgewerkt. De dagelijkse kost als in slashparenting serveert je al eens, willens nillens, wat exotischere gerechten voor dan een eenvoudig boerenstoofpotje. Ook bij onze noorderburen dragen ze van hetzelfde laken een broek. Slashparent Marc aan het woord!

MARC

Ik had het natuurlijk moeten weten. Maar als je net als zelfstandig copywriter bent gestart, borrelt er zoveel positieve energie in je brein dat je een beetje blind bent voor de realiteit. Het is gewoon een soort van drug, dat is het. Afijn. Ik zag dat ondernemerschap dus helemaal voor me, redigeerde alles dat minder leuk was handig uit mijn brein en kleurde de rest net wat rooskleuriger in.

In mijn hoofd zag dat er ongeveer als volgt uit. Thuis. Op de bank. Rust. Laptop. Koffietje. Vrijheid! Opdrachtje hier, klusje daar. En vooruit, af en toe een beetje Netflix. Mocht gerust. Ik zou immers mijn eigen baas zijn, laat ik dan ook maar genieten van de voordeeltjes. Bovendien is verveling – want daar schaar ik Netflix ook onder - goed voor de creativiteit, aldus de mensen die alles van het brein weten. Alles was fijn in balans.

Van thuiswerker naar huisman

Dan de realiteit. Die bestaat namelijk uit twee kinderen en een huishouden. En die realiteit speelt zich af in hetzelfde huis waar ik ga werken. (Nog los van alle dagelijkse beslommeringen zoals de was vouwen, boodschappen doen, stofzuigen, koken, vaatwasser in- en uitruimen, sokken en schoenen opruimen, ‘aan de deur verkopers’ nee verkopen en het aannemen van pakketjes voor de buren.)

Hijg, hijg. In drie keer knipperen met je ogen van thuiswerker naar huisman. Ik hou zielsveel van mijn gezin, begrijp me niet verkeerd. Toen we zwanger waren (ik was alleen op papier zwanger) zei niemand hoe snel je van die roze wolk afdondert. Toen ik tien jaar later zei dat ik voor mezelf vanuit huis ging werken zei iedereen: ‘Nou, wat goed van jou zeg’. Terwijl iedereen eigenlijk dacht: ‘Haha, wat ‘n naïeveling! Succes!'

Het grote probleem is dat ik veel te makkelijk ben als het moeilijk wordt. Dat is het. Ik ben té plooibaar, dat is het enige juiste eufemisme. Een gezin en rust, vergeet het maar. Laat ik daar maar even de nadruk leggen. De pak ‘m beet miljoen andere afleidingen die mij als thuiswerker verleiden, vergeet ik voor het gemak maar even.

He-le-maal niet handig

Kinderen dus. En kinderen hebben aandacht nodig. Ze laten spullen vallen. Ze glijden uit en doen zich zeer. Ze lachen en huilen heel hard. Ze gaan discussies met je aan. Ze plagen en stompen elkaar. En ze willen afspreken, heel vaak en elke dag als het even kan, inclusief avondeten en – waarom ook niet - logeren. Ja tuurlijk, ik kan toch geen nee zeggen. Kom maar. Nee prima. Ach, die deadlines. Eigen baas hè. Of Abeltje bij ons kan spelen, want jij gaat met je beste vriendin naar de sauna? Tuurlijk. Geen probleem. Lekker van genieten!

Voor de thuiswerkende tekstschrijver/copywriter is dit allemaal niet zo handig. Dus als de jongste en de oudste plus vriendjes en vriendinnetjes thuis zijn, vlucht deze thuiswerker naar de zolder. Daar staat een werktafeltje. Overigens is het in deze context goed om te weten dat onze verdiepingsvloeren van hout zijn gemaakt. Als je op de begane grond een scheet laat, trilt boven de vloer en wapperen de gordijnen. Stel je – met deze kennis in het achterhoofd - eens voor hoe het klinkt als vier kinderen verstoppertje spelen in huis. Inderdaad, dat klinkt precies zoals je denkt.

Dan is het niet eerlijk als ik ze vraag om het &%^$#@ wat rustiger aan te doen. Dan hoor ik dit: 'Maar papa, wij zijn kinderen en spelende kinderen zijn druk. Dat weet je toch?'  Mijn kinderen zijn verbaal messcherp. De keren dat ik met een mond vol tanden stond te zoeken naar een net zo sterk weerwoord zijn verbluffend ontelbaar. 

Balans? Wat nou balans? 

Maar gelijk hebben ze. Spelende kinderen zijn ook druk. Ik weet dat! En dus rammelt er in mijn buik een vervelend dubbel gevoel. Ik laat de drukte toe omdat ik geen antwoord heb op hun onwrikbare argumenten en vervolgens heb ik wel last van de uitkomst ervan. En terecht. Spelen en druk doen is gezond. Bovendien, dan had ik maar nee moeten zeggen. Maar het mag duidelijk zijn, nee zeggen is alles behalve mijn kernkwaliteit.

Ik ben het gewoon allemaal zelf schuld. Ze hadden gelijk, ik ben inderdaad een naïeveling. Die goedwerkende balans tussen de thuiswerkende ouder en de naar bewegingsvrijheid snakkende pre-pubers blijkt vooral een zwart gat te zijn. Werk aan de winkel dus. Maar dan wel alleen in mijn winkel. In die van de kinderen mag alleen worden gespeeld.