Remember je eerste echo? Hoe de gynaecoloog met dat heerlijke (not!) inwendige apparaat voorzichtig naar de hartslag van je kersverse baby zoekt? En dan krijgen sommige ouders in spe wel héél bijzonder nieuws, want: hé, het er zijn er twee! Tweelingen, dat is dubbel zo veel geluk in één keer. Of toch niet? Ja, we moeten het eens hebben over… twins! 

Een lesje biologie

Als je goed hebt opgelet in de biologieles, weet je het vast nog, maar we geven je toch een kleine opfrissingscursus. Eeneiige of identieke tweelingen ontstaan na de bevruchting van één eicel door één zaadcel, waarna die eigenzinnige eicel zich splitst in twee identieke deeltjes en dus foetusjes. Voor twee-eiige tweelingen heb je dan weer twee verschillende eicellen nodig die tegelijk bevrucht worden door twee verschillende zaadcellen. Eeneiige tweelingen delen hun DNA, twee-eiige tweelingen kunnen even hard verschillen als gelijk welke broers en zussen.

Krijg jíj een tweeling?

Maar hoe groot ís de kans eigenlijk dat je een tweeling krijgt? Wel, in België is dat statistisch gezien één op tachtig. Wereldwijd zijn er ongeveer 50 miljoen tweelingen, eeneiige en twee-eiige exemplaren samen. Het aantal eeneiige tweelingen is overal gelijk, maar dat van de twee-eiige tweelingen verschilt per bevolkingsgroep. En hoe dichter je bij de evenaar woont, hoe meer kans je hebt.(???) In Nigeria bevalt zelfs één op de tweeëntwintig vrouwen van een tweeling! Door vruchtbaarheidsbehandelingen is het aantal tweelingen de voorbije jaren gestegen, maar er is zeker ook een genetische aanleg. Waarom je precies een tweeling krijgt, daar zijn zelfs de slimste wetenschappers nog niet uit.

Natuurlijk, dankjewel

‘Ja, ze zijn er op de natuurlijke manier gekomen. En neen, tweelingen zitten niet in de familie’, beantwoordt Jessica, mama van twins Milan en Alexi van vijf, maar meteen de most frequently asked questions. ‘Ik was heel verbaasd toen de gynaecoloog me vertelde dat we een tweeling kregen. Ik dacht zelfs even dat ik het gedroomd had. Toen bleek dat we een monochoriale diamniotische tweeling kregen, een identieke tweeling die de moederkoek deelt, kwamen er enkele risico’s bij. Dat betekent immers dat ze elkaars groei kunnen verstoren. Gelukkig is dat niet gebeurd. De zwangerschap was wel moeilijk: ik had last van zwangerschapsdiabetes, schildklierproblemen en extreme misselijkheid en heb drie maanden verplicht moeten liggen mét weeënremmers om een vroeggeboorte te vermijden. Mensen zeiden me soms dat ze er toch niet voor zouden kiezen, voor een tweeling. Maar ja, je kiest er dus niet voor, hé.’

Unga Unga!

‘Het is natuurlijk wel héél schattig, zo’n tweeling. Dat vind ik zelf ook’, lacht Jessica. ‘Het is ongelooflijk mooi om te zien hoe sterk hun band is. Ze kunnen echt niet zonder elkaar. Ze slapen altijd samen, worden op hetzelfde moment wakker en hebben lang een eigen taaltje gehad. Ze noemden elkaar toen ‘Unga’. Als ze elkaar even moeten missen, zullen ze altijd uitgebreid afscheid nemen. Soms is het ook wel vreemd om te zien hoe hard ze op elkaar lijken. Bij elke meting bij de pediater meten en wegen ze exact hetzelfde. Ze kregen tandjes op hetzelfde moment, delen vaak dezelfde kwaaltjes en zelfs hun bloedresultaten lopen gelijk. Ze hebben ook allebei hetzelfde ongelukje gehad, allebei met hun boventanden door hun onderlip!’

Twee persoontjes

‘Innerlijk zijn ze wél erg verschillend. Milan is heel plichtsbewust, geconcentreerd en zorgzaam, Alexi is wat nonchalanter, kan niet stilzitten en durft al eens de clown uit te hangen. Het zijn echt twee aparte persoontjes. Soms krijgen ze maar één verjaardagskaartje voor hun tweeën, vreselijk vind ik dat. Ze hebben toch elk recht op hun eigen kaartje? Op school hanteren ze de policy om tweelingen te scheiden, dus sinds de eerste kleuterklas zitten ze elk in een andere groep.  Eerlijk: dat is echt een goede beslissing gebleken. Ze hebben hun eigen vriendjes, worden niet voortdurend vergeleken en moeten voor zichzelf leren opkomen. Daarbuiten hebben ze wel dezelfde hobby’s, al zou Milan nu graag willen gaan basketten, terwijl Alexi liever verder voetbalt. Wel grappig om te zien hoe ze elkaar voortdurend uitdagen: als de ene een trucje kan, zal de andere keihard zijn best doen om dat ook te kunnen.’

Twee klikspaantjes

‘Het is niet altijd makkelijk geweest, neen. Vind maar eens een crèche die twéé plaatsjes tegelijk beschikbaar heeft! Bovendien heb je maar twee weken extra bevallingsverlof, en dat is echt niet genoeg. ‘Dat je er dan in één keer vanaf bent’, hoorde ik vaak. ‘Of: ik heb mijn kinderen ook snel na elkaar gekregen. Maar dat is níét hetzelfde. Het is de eerste jaren echt wel een pak zwaarder om een tweeling in huis te hebben. Ik heb me in het begin ook heel vaak schuldig gevoeld over de aandacht die ik hen gaf. Knuffelde ik hen wel evenveel? En wie geef je het eerst eten als ze allebei huilen van de honger? Nu ze wat ouder zijn, zie ik vooral de voordelen. Ze hebben zóveel aan elkaar: er is altijd een speelkameraadje in huis. Elkaars fratsen en grapjes vinden ze altijd helemaal fantastisch. Oh, en ze verklikken elkaar heel graag. Handig voor de mama. (lacht)’

  6 totaal nutteloze tweeling-weetjes

  • Tweelingen zijn vaker linkshandig dan eenlingen. 
  • Soms hebben tweelingen exact dezelfde moedervlek, maar dan in spiegelbeeld.
  • Hoe identiek tweelingen ook zijn, je kunt ze herkennen aan hun navel. Daar is immers een dokter in tussengekomen.
  • In tegenstelling tot wat je zou denken, hebben tweelingen níét exact dezelfde vingerafdruk.
  • Een tweeling kan twee verschillende vaders hebben, als bij een ovulatie toevallig twee eicellen vrijkomen die dan bevrucht worden door een andere man. Twin daddy’s, de kans is klein!
  • Honden kunnen identieke tweelingen uit elkaar houden. Well done, Blackie!